De Raad van Kerken en Jeruzalem

De Raad van Kerken heeft tegen de zin van de Nederlandse Hervormde Kerk, de Rooms- Katholieke Kerk en het OJEC in, zijn nota ‘De vrede van Jeruzalem’ uitgebracht. Kernpunt van het stuk is, dat religieuze argumenten de toe- of afwijzing van territoriale aanspraken inzake Jeruzalem niet mogen bepalen. Het kader voor een oplossing van het conflict rondom Jeruzalem is het volkenrecht. Op grond hiervan spreekt de Raad van Kerken zich uit voor een twee staten-oplossing, waarbij "de permanente status van de Palestijnse gebieden wordt bepaald door het VN-delingsplan in 1947". De staat Palestina dient "nu al reeds" erkend te worden, aldus de Raad, waardoor ook de positie van Jeruzalem "als Israelische en Palestijnse (hoofd)stad kan worden bepaald".

door Ronny Naftaniel

De nota is ongeloofwaardig en na‹ef. Ongeloofwaardig, omdat de Raad, die normaliter zijn eigen beleid – of dat nu om afgewezen asielzoekers of mensenrechten gaat – pleegt te motiveren met christelijke waarden, aan moslims en Joden het recht ontzegt religieuze argumenten te gebruiken voor hun aanspraken op Jeruzalem. Sterker, de Raad baseert de noodzaak een standpunt in te nemen op een oproep hiertoe van de christelijke kerken in het Midden-Oosten. De Raad laat zichzelf dus leiden door zijn religieuze band met mede- christenen, maar de Joden moeten zwijgen over hun eeuwenoude band met Jeruzalem, dat al 150 jaar een Joodse meerderheid heeft en dat centraal staat in het Jodendom. Dat een wereldlijke organisatie strikt juridische argumenten hanteert, is vanzelfsprekend. Maar als een van oorsprong religieuze organisatie als de Raad religieuze aanspraken naar de prullebak verwijst, zaagt hij de poten onder zijn eigen stoel door.

De nota is na‹ef, omdat de Palestijnen in hun vredesonderhandelingen met Israel al lang niet meer uitgaan van het delingsplan voor Palestina uit 1947. Basis van de Oslo-akkoorden en de internationale bemiddelingspogingen is resolutie 242 van de Veiligheidsraad: in ruil voor Arabische erkenning moet Israel (de) in 1967 bezette gebieden opgeven. Met resolutie 242 werden de grenzen van Israel, zoals die voor 1967 golden, inclusief Israels bestuur over West- Jeruzalem, erkend. Het grote discussiepunt in de huidige vredesonderhandelingen is dan ook niet wat er met heel Jeruzalem moet gebeuren, zoals de Raad van Kerken stelt, maar wie de soevereiniteit zal krijgen over het oostelijk stadsdeel.

Ondanks de herhaalde VN-kritiek op de annexatie van Oost-Jeruzalem, zijn de Palestijnse aanspraken bepaald de mindere van die van Israel. Jeruzalem is nooit door de Palestijnen bestuurd geweest of aan de Palestijnen toegewezen. Bovendien zijn het de Arabieren geweest die tweemaal agressie tegen Israel pleegden, waardoor eerst West-Jeruzalem (1948) en daarna Oost-Jeruzalem (1967) in Israelische handen kwam. Het is treurig, dat de Raad van Kerken in zijn nota, die zich op het volkenrecht zegt te baseren, hieraan voorbij gaat.