Discriminatiecijfers 2018 politie en OM: aanwezigheid antisemitisme blijft hoog

IN ANTISEMITISME / Door: ARON VRIELER / 16 apr 2019 ANTISEMITISME CIDI

In 2018 is het aandeel van antisemitische incidenten in het totaal aantal registraties bij officiële instellingen gelijk gebleven ten opzichte van 2017. Met 8% van alle registraties bij de politie blijft antisemitisme een veel voorkomende discriminatiegrond. Met name tegen werknemers met een publieke taak (waaronder politie) worden vaak antisemitische uitingen gedaan.

Dat blijkt uit het onlangs verschenen rapport “Discriminatiecijfers 2018”. Dit jaarlijkse rapport bundelt gegevens van officiële instanties die incidenten van discriminatie meten: de politie, antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s), het College van de Rechten van de Mens en het Meldpunt Internetdiscriminatie (MiND). Cijfers en bevindingen uit de CIDI-monitor over hetzelfde jaar worden apart vermeld, maar zijn niet meegenomen in de algemene duiding.

Gelijk aandeel met 2017
Het valt op dat in de cijfers van zowel politie als ADV’s het aandeel van antisemitisme als discriminatiegrond precies gelijk is gebleven ten aanzien van 2017 (8% en 1% respectievelijk). Het totaal aantal registraties is licht omlaag gegaan bij alle registrerende instanties behalve het College van de Rechten van de Mens; daar is het aantal licht omhoog gegaan.

Aandeel antisemitisme in registraties van discriminatie-incidenten bij de politie. Bron: Discriminatiecijfers in 2018

Het rapport geeft geen eenduidige reden waarom het aantal meldingen omlaag is gegaan. Te hopen is, uiteraard, dat het totaal aan incidenten van discriminatie achteruit gaat. In het geval van antisemitisme strookt dit echter niet met de bevinding van de CIDI-monitor, waarin een toename van 19% aan antisemitische incidenten ten aanzien van 2017 zichtbaar is. Waarschijnlijker is dus dat de verschillen zijn toe te schrijven aan kleine veranderingen in de werkwijze van registraties en een afnemende meldingsbereidheid.

De politie registreerde in totaal 275 incidenten van antisemitisme, waaronder uitingen tegen mensen met een publieke taak. Dit is 8% van het totaal dat bekend is bij de politie. CIDI registreerde in hetzelfde jaar 135 incidenten, en nog eens 95 incidenten van online antisemitisme.

Het verschil is deels te wijten aan het feit dat de overheid extra belang hecht aan het bijhouden van discriminerende uitingen naar mensen met een publieke taak, vanwege hun belang voor de samenleving. Dit zijn onder andere docenten, politieagenten, ambulancemedewerkers en medewerkers in het openbaar vervoer. Uitingen tegen hen hebben dus een grotere kans te worden geregistreerd.

In 2018 betrof 23% van discriminatie-incidenten van werknemers met een publieke taak antisemitisme. Hiermee is het de op een na meest voorkomende discriminatiegrond naar mensen met een publieke taak, na seksuele gerichtheid (47%). Dit toont dat woorden als “Jood” en “homo”, uiteraard in alle denkbare combinaties, nog steeds veel voorkomen in scheldpartijen. Dit is veelzeggend over percepties die – al dan niet bewust – bestaan over mensen die namens de overheid dienst doen.

Antisemitisme: oververtegenwoordigd?
Omdat antisemitisme niet past binnen de categorieën ‘godsdienst’ of ‘herkomst’ als discriminatiegrond, vormt het een aparte categorie in de rapportage. Het is de op drie na meest voorkomende categorie, na ‘herkomst’, ‘seksuele gerichtheid’ en ‘overig’ (van veel naar weinig). Discriminatie-incidenten op basis van geslacht, godsdienst of handicap zijn minder vaak geregistreerd.

Dit gegeven toont dat antisemitisme weliswaar minder voorkomt dan de andere vormen, maar juist veel voorkomt relatief aan het aantal mensen in Nederland dat daadwerkelijk van Joodse afkomst is. Een geschatte 40 000 mensen in Nederland zijn van Joodse afkomst. 8% van alle discriminatie-incidenten jegens hen als groep, kan in dat perspectief dan ook als veel gezien worden.

Verder noemt het rapport dat antisemitisme meer dan andere discriminatievormen voorkomt op sociale media, zonder gericht te zijn op een specifiek individu. Dit is veelzeggend over denkbeelden over Joden die leven in de samenleving. Tegelijkertijd haalt het rapport ook onderzoeken uit het afgelopen jaar aan, die laten zien dat de meerderheid van Joden in Nederland zich niet vrij voelt hun Joodse identiteit in het openbaar uit te dragen.

Cijfers Openbaar Ministerie
Tegelijkertijd met het rapport Discriminatiecijfers, is ook het overzicht van discriminatiezaken over 2018 bij het OM gepubliceerd.

Van alle zaken met een discriminatieaspect die bij het OM zijn binnengestroomd, betreft 19% antisemitisme. Hiervan is 6% gerelateerd aan voetbal. Het totaal aantal discriminatiefeiten was 83.

Het totaal aantal zaken dat bij het OM geregistreerd wordt, is dus veel kleiner dan het aantal registraties bij de politie. Dit is begrijpelijk, aangezien lang niet alle discriminatiezaken als strafbaar worden geacht, en dus bij het OM terecht komen.

Door het kleinere totaal aan zaken zijn fluctuaties tussen de verschillende discriminatiegronden groter. In het geval van antisemitisme is het verschil echter wel heel groot: in 2017 vormde antisemitisme nog 41% van de discriminatiefeiten in behandeling bij het OM. Het rapport geeft hier opvallend genoeg geen verklaring voor.

Aanbevelingen CIDI
Het aantal registraties bij de politie laat een kleine absolute daling van antisemitische incidenten zien, maar bij de politie blijft het aandeel gelijk ten aanzien van 2017. Dit strookt niet met rapportages van CIDI, volgens welke het aantal antisemitische incidenten juist toeneemt sinds 2016. Het is dus goed denkbaar dat verschuivingen in de meldingsbereidheid verantwoordelijk zijn voor de verschillende conclusies.

CIDI dringt aan op de volgende aanbevelingen:

  • Breng de daders van antisemitische incidenten in kaart. De rapporten van politie en OM geven inzicht in verschillende uitingsvormen van antisemitisme. Over het wie en waarom, wordt echter minder bekendgemaakt. Het OM-rapport geeft wel cijfers over verdachten van discriminatiefeiten, maar deelt dit vervolgens niet op naar discriminatiegrond.
  • Train politieagenten. Als aanspreekpunt van de politie, spelen agenten een belangrijke rol in het veiligheidsgevoel van burgers. Helaas komt het wel eens voor dat als mensen een antisemitisch incident willen melden, dit niet als zodanig herkend wordt door de dienstdoende agent. Dit is een risico voor de aangiftebereidheid als het gaat om antisemitische misdrijven.
  • Versnel procedures. Wanneer slachtoffers van antisemitisme (en andere vormen van discriminatie) eenmaal aangifte hebben gedaan, kan het soms jaren duren voordat dit resulteert in strafvervolging. Het OM dient duidelijk te communiceren met slachtoffers over het vervolg van hun aangifte. Ook  moet er worden geïnvesteerd in het versnellen van de procedures.
  • Maak duidelijke afspraken met de KNVB en clubs. Veel discriminatiezaken die door het OM behandeld worden, zijn gerelateerd aan voetbal of voetbalsupporters. Hoewel voetbal niet als apart domein moet worden gezien dat los staat van de samenleving, verdient dit specifieke aandacht. Te vaak wijzen overheid, KNVB en clubs naar elkaar als zich incidenten voordoen bij het voetbal. Voor het oplossen hiervan moet een sluitend plan worden ontwikkeld.