Discussie in Tweede Kamer over etikettering nederzettingenproducten

Het recente oordeel van het Hof van Justitie van de Europese Unie dat producten uit Israëlische nederzettingen een aparte etikettering moeten krijgen, kwam meerdere keren ter sprake tijdens de behandeling van de begroting Buitenlandse Zaken in de Tweede Kamer.

Producten uit Israelische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, in de Golanhoogten en Oost-Jeruzalem mogen definitief niet meer worden verkocht als ‘Made in Israel’. Nederzettingenproducten moeten een apart label krijgen. Dat heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie dinsdag bepaald. Volgens de hoogste EU-rechter kunnen consumenten op deze manier “goed doordachte keuzes” maken over hun aankopen.

“Import aan banden leggen”

Tijdens de behandeling van de begroting Buitenlandse Zaken in de Tweede Kamer, spraken verschillende Kamerleden over het oordeel van het Europese Hof. In haar bijdrage maakte Sadet Karabulut (SP) aan de minister van Buitenlandse Zaken duidelijk dat wat haar betreft etikettering van nederzettingenproducten niet ver genoeg gaat. Ze vroeg aan minister Blok om “maatregelen die Israël op andere gedachten kunnen brengen”, refererend naar de uitbreiding van Israëlische nederzettingen. Als mogelijkheid noemde Karabulut het aan banden leggen van de “import van producten uit illegale nederzettingen”. Volgens het SP-Kamerlid is dit “in andere vergelijkbare situaties gebruikelijk”, en maakte ze de vergelijking met de annexatie van de Krim door Rusland.

Hierop werd Karabulut door Kees van der Staaij (SGP) geïnterrumpeerd. “Is het niet een beetje wrang om met dit punt te komen op het moment dat Israël onder vuur ligt van een raketregen uit Gaza? Daar worden ook heel veel onschuldige burgers door geraakt. Die raketten worden vanuit Gaza afgeschoten in dichtbebouwd gebied”, aldus het SGP-Kamerlid.

Karabulut reageerde dat het “superwrang is dat Netanyahu op dit moment deze strategie kiest waardoor Israëliërs inderdaad als de dood zijn voor de raketten die hen om de oren vliegen”. Ze wees daarnaast op de de Palestijnen die bij de escalatie zijn omgekomen. Het SP-Kamerlid concludeert dat de Israëlische premier “geen leider is die op zoek is naar vrede en veiligheid”, en suggereert dat de recente rakettenregen een keuze van Netanyahu is geweest.

“Terechte en verstandige uitspraak”

Tijdens zijn bijdrage sprak Sjoerd Sjoerdsma van een “belangwekkende uitspraak” door het Europese Hof. Het D66-Kamerlid vindt het een “terechte en verstandige uitspraak” en stelt dat Nederland de richtsnoer wat betreft de etikettering al reeds handhaaft. Wel zei Sjoerdsma dat er discussie mogelijk is over de “capaciteit die er is voor de uitvoering”. Hierover gaf hij aan hier een andere keer wat langer over door te willen praten.

“Internationale discriminatie”

Joël Voordewind (CU) stelde dat er mogelijk sprake is van “internationale discriminatie”. Hij wees erop dat in het oordeel van het Europese Hof verwezen wordt naar verordening 1169, waarin “informatie voor de consumenten centraal staat”. In de verordening wordt gesproken van labeling van “alle betwiste, bezette gebieden”, aldus Voordewind. Als alleen producten uit Israëlische nederzettingen een aparte etikettering krijgen, is er volgens het ChristenUnie-Kamerlid sprake van “internationale discriminatie”.

Voordewind heeft dan ook een motie ingediend om deze discriminatie tegen te gaan. In zijn voorstel roept hij de regering op in EU-verband te pleiten om alle producten uit alle betwiste of bezette gebieden te labelen, of geen enkel product te labelen.

Minister Blok ontraadt echter deze motie. De bewindspersoon op Buitenlandse Zaken wees erop dat het oordeel van het Europese Hof bindend is, en dus uitgevoerd moet worden. Draagvlak “voor de inderdaad logische vraag om een verduidelijking voor alle bezette gebieden” is al naar gezocht door het vorige Kabinet, aldus Blok, en toen is vastgesteld dat die er binnen de EU niet is.

“inconsequent etiketteringsbeleid”

Van der Staaij diende een motie in die net als Voordewind spreekt van “inconsequent etiketteringsbeleid”. Het voorstel van het SGP-Kamerlid spreekt van “onvolledige consumentenvoorlichting en rechtsongelijkheid jegens Israëlische producenten”. De motie van Van der Staaij roept daarom de regering op “zich in EU-verband in te spannen voor intrekking van de betreffende richtlijn door de Europese Commissie”.

Ook deze motie wordt door minister Blok ontraden. De minister zegt niet tegen “transparantie voor de consument” te kunnen zijn, wat volgens Blok het doel is van deze Europese richtlijn. Het intrekken van de richtsnoer is niet in het belang van de consument, aldus de bewindspersoon op Buitenlandse Zaken.

Komende dinsdag wordt over de moties in de Tweede Kamer gestemd.