Dossier: Zionisme

De Tweede Wereldoorlog en het Joodse verzet tegen de Britten

Tijdens de oorlog was het voornaamste doel van de Britten in het Mandaatgebied om zoveel mogelijk de rust te bewaren. Zij waren bang dat de Arabieren uit onvrede met het Britse bestuur de kant van Duitsland zouden kiezen en hoopten dit tegen te gaan door de Joodse immigratie te beperken. Dat zij de Joden tegen zich in het harnas joegen, leek op dat moment niet zo belangrijk: door de Duitse Jodenvervolging hadden de Joden in het Mandaatgebied geen andere keuze dan zich achter het Verenigd Koninkrijk te scharen. De Joden namen het de Britse regering zeer kwalijk dat zij niets deed om de Joden in Europa te redden, hoewel zij wist van de vernietigingskampen en ook meermaals de mogelijkheid had om grote groepen Joden te redden. In 1944 stelden de nazi’s bijvoorbeeld voor om duizenden Joden uit Hongarije te laten vertrekken in ruil voor materiaal. De Britse reactie op dit voorstel was dat zij zich niet lieten chanteren door de vijand. Aan het einde van de oorlog waren er 434.000 Hongaarse Joden vermoord.

Na de oorlog veranderde de Britse houding ten aanzien van de immigratiequota nauwelijks. De Joden in het Mandaat wilden echter de overlevenden van de Shoah zo snel mogelijk weg hebben uit Europa, waar, zeker in Oost-Europa, nog steeds veel haat en zelfs geweld tegen Joden voorkwam. De Haganah en andere organisaties verzetten zich openlijk tegen de Britten en pleegden aanslagen, saboteerden de infrastructuur in het Mandaat en richtten een ondergrondse organisatie op die Joden uit Europa illegaal naar het land Israel bracht.

De weerstand vanuit de Joodse verzetsbeweging werd zo groot dat de Britten zich in 1947 gedwongen zagen zich uit het Mandaatgebied terug te trekken en de situatie aan de Verenigde Naties over te laten. De VN stelde een onderzoek in en concludeerde uiteindelijk dat een verdeling van het Mandaat in twee staten de enige oplossing was. De Algemene Vergadering nam met een tweederde meerderheid resolutie 181 aan, die de verdeling regelde. De Joden stemden met het plan in, maar de Arabieren niet. Op 15 mei 1948 zou het Mandaat aflopen. De Joden riepen daarom op 14 mei 1948 de Staat Israel uit. Op 15 mei trokken de Arabische troepen Israel binnen met als doel een einde te maken aan de Joodse onafhankelijkheidsaspiraties, maar Israel hield stand in de Arabisch-Israelische oorlog en bleef bestaan. De staat werd internationaal algemeen erkend, met uitzondering van de Arabische wereld.