Dossier: Zionisme

Van theorie naar praktijk: zionisme van 1881 tot 1939

De eerste aliyah en Herzl: zionisme in een stroomversnelling

In 1881 woonden er ruim 25.000 Joden in het land Israel. In Jeruzalem vormden zij een meerderheid. Een eerste poging om een Joodse infrastructuur op te zetten was de stichting van Mikveh Israel, de eerste landbouwschool in het land Israel. Mikveh Israel zou al snel een belangrijke rol gaan spelen voor de eerste Europese zionisten die naar het land Israel vertrokken. Tussen 1884 en 1900 werd er door weldoeners meer dan zes miljoen dollar uitgegeven aan land en machines, maar dit was geen garantie voor succes: omdat het land onbewerkt was geweest, duurde het lang voordat er een goede oogst mogelijk was. Veel mensen werden ziek. In moerassige gebieden was malaria een regelmatig terugkerende bezoeker. Rond 1900 woonden er ongeveer 50.000 Joden in het land Israel, waarvan slechts 5.000 op het platteland. De niet-Joodse bevolking bedroeg circa 400.000 personen.

Vanaf het moment dat de Oostenrijks-Joodse Theodor Herzl in 1896 het boek Der Judenstaat had gepubliceerd, kwam de zionistische beweging in een stroomversnelling terecht. Herzl wilde de Joodse staat door middel van diplomatieke banden met de wereldmogendheden tot stand brengen. In augustus 1897 werd in het Zwitserse Basel het eerste Zionistisch Congres gehouden. Hier kwamen 204 afgevaardigden van zionistische organisaties uit de hele wereld bijeen en werd de Zionistische Organisatie opgericht, met Herzl als president. Nu het zionisme een officieel karakter had gekregen, wilde Herzl de Sultan van het Ottomaanse Rijk ertoe bewegen de vestiging van Joden in het land Israel toe te staan. Andere groepen zionisten waren meer praktisch ingesteld en wilden zo snel mogelijk, zo veel mogelijk Joden naar het land Israel laten komen.

De Balfourverklaring en het Brits Mandaat

Tijdens de Eerste Wereldoorlog vluchtten door het slechte bewind van de Ottomaanse sultan een groot aantal Joden naar Egypte, dat onder Brits bewind stond. Het Ottomaanse Rijk had de kant van Duitsland gekozen. Hierdoor raakten de sympathieën van de Joden in het Midden-Oosten plotseling verdeeld tussen Turkije-Duitsland en Engeland. Het Verenigd Koninkrijk was voornamelijk geïnteresseerd in de bescherming van het Suezkanaal in Egypte en dat bleek gunstig te zijn voor de zionisten. In het Sykes-Picot-verdrag van 1916 verdeelden het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk het Midden-Oosten in het geval van een geallieerde overwinning. Op 2 november 1917 publiceerden de Britten de Balfourverklaring, waarin de Britse regering toezegde een Joods nationaal thuis in het land Israel te bevorderen. Toen de oorlog afgelopen was, kreeg het Verenigd Koninkrijk inderdaad het zogeheten Mandaat Palestina toegewezen door de Volkenbond, de voorloper van de Verenigde Naties, met als opdracht de stichting van een Joods nationaal thuis. De zionisten dachten dat hun doel nabij was.

Dat optimisme maakte echter al snel plaats voor frustratie. In eerste instantie hadden de Arabieren in het mandaatgebied geen problemen met de groeiende Joodse aanwezigheid: de economie ging met sprongen vooruit en de werkgelegenheid nam toe. Dit leidde tot een grote stroom Arabische landen uit de omringende landen. Toen de Joodse immigratie echter verder toenam, werd de Arabische bevolking onrustiger. In de jaren ’20 waren er al onlusten geweest: zo vond er in 1929 een anti-Joodse pogrom in Hebron plaats. Dit verergerde echter in de jaren ’30. Tussen 1935 en 1939 woedde er in het Mandaatgebied een opstand onder de Arabische bevolking. Deze was gericht tegen de Britse regering en de Joodse immigratie en landaankopen en werd financieel ondersteund door nazi-Duitsland. Om de veiligheid van de Joodse gemeenschappen te waarborgen, werden diverse Joodse verdedigingsorganisaties in het leven geroepen. Bestaande organisaties als de Haganah (“Defensie”) werden uitgebreid.

Vanaf het moment dat Hitler in 1933 in Duitsland aan de macht was gekomen, werd het voor de zionisten alleen maar belangrijker om zoveel mogelijk Joden vanuit Duitsland naar het Mandaatgebied te laten vluchten. De Britse autoriteiten weigerden echter de immigratiequota te versoepelen uit angst voor een gewelddadige Arabische respons. In 1937 publiceerde een Britse commissie het Peelrapport, waarin voor het eerst een tweestatenoplossing in het Mandaat Palestina werd geopperd. Hoewel het gebied dat aan de Joden was toebedeeld zeer klein en onverdedigbaar was, wezen de zionisten het voorstel niet af. De Arabieren in het Mandaatgebied en daarbuiten deden dat echter wel. In 1939 publiceerden de Britse autoriteiten het MacDonald White Paper, waarin werd bepaald dat de Joodse immigratie voor de volgende vijf jaar beperkt zou worden tot 75.000 mensen.