Het Palestijns-Israelisch conflict heeft vrijdag weer eens een dramatisch dieptepunt bereikt. De dood van zeven Palestijnen op het strand bij Beth Lahaya laat opnieuw zien dat onschuldige burgers de eerste slachtoffers zijn.

door Ronny Naftaniel

De meeste media (ook in Israel) waren er als de kippen bij Israel verantwoordelijk te stellen voor het bloedvergieten. De Israelische regering stelde daarop een onderzoek in en het leger betuigde zijn spijt over het incident. De eerste conclusies van het onderzoek zijn evenwel dat de zeven Palestijnen waarschijnlijk gedood werden door een mijn die door Hamas was neergelegd tegen Israelische infiltraties. Als die lezing van het gebeuren waar blijkt te zijn, hebben die media de dure plicht hun berichtgeving te corrigeren. Dat neemt niet weg dat de beschietingen en het geweld bij Gaza en Sderot moeten eindigen.

Tegen de achtergrond van het drama in Beth Lahaya hebben twee hoofdrolspelers in het Palestijns-Israelisch conflict het afgelopen weekeinde nieuwe initiatieven ontplooid om hun positie te versterken. Premier Olmert is aan een buitenlandse reis naar Engeland en Frankrijk begonnen om de regeringen van zijn scenario voor eenzijdige terugtrekking te overtuigen. Olmert zegt onderhandelingen met de Palestijnse leiders te prefereren, maar vindt tegelijkertijd president Abbas te zwak en premier Haniyeh te extreem om zaken mee te doen. Daarom ontkomt Israel er waarschijnlijk niet aan zich eenzijdig uit delen van de Westelijke Jordaanoever terug te trekken. En wel zodanig dat er een aaneengesloten Palestijnse staat ontstaat en de grote nederzettingen in Israelische handen blijven. President Abbas heeft zaterdag een referendum uitgeschreven over het “gevangenendocument” nadat de Hamas-regering geweigerd had het te aanvaarden. Dit document spreekt in vage termen over het oprichten van een Palestijnse staat in de door Israel in 1967 veroverde gebieden, wil de Palestijnse vluchtelingen naar Israel doen terugkeren en stelt dat de PLO de enige is die met Israel kan onderhandelen. Israel kan nooit met deze eisen instemmen, maar daar gaat het document niet over. Het is intern op de ruziënde Palestijnen gericht in de hoop een internationaal aanvaarde, gemeenschappelijke Palestijnse noemer te vinden voor hun opstelling tegenover Israel. Nu Hamas het stuk verworpen heeft wil Abbas de steun van zijn volk proberen te krijgen. Het mogelijke positieve gevolg hiervan is dat Abbas’ positie zodanig versterkt wordt, dat hij een mandaat zou krijgen om met Israel te onderhandelen en Olmert een Palestijnse onderhandelaar tegenover zich vindt die wel kan waarmaken wat hij belooft.

Olmerts voorstellen en Abbas’ referendum bieden theoretisch interessante perspectieven om iets van een politieke dialoog tussen beide volkeren van de grond te krijgen. Uiteindelijk is een onderhandelde vrede te prefereren boven een eenzijdige scheiding. Na het bloedvergieten in Beth Lahaya lijkt het er echter op dat het geweld op de grond weer toeneemt. Als dat zo is, zijn we opnieuw terug bij af.