Driemaal levenslang voor Joodse dader brandmoord Duma

Een 25-jarige Joodse extremist is maandag veroordeeld tot driemaal levenslange celstraf, na de brandmoord op drie leden van een Palestijns gezin. De rechter benoemde als strafverzwarende omstandigheid het racistische en extremistische karakter van de aanslag.

Foto: Tomer Appelbaum

In 2015 gooide Amiram ben Uliel in het Palestijnse dorp Duma een Molotovcocktail door het raam van de slaapkamer van het huis van de familie Dawabsheh, waarbij het echtpaar Sa’ad en Reham Dawabsheh en hun 18 maanden oude zoontje Ali omkwamen. Ali overleed in de brand zelf; zijn ouders bezweken dagen later aan hun verwondingen. Hun oudere zoontje Ahmed overleefde, zij het met zware brandwonden op 60% van zijn lichaam. Ben Uliel werd veroordeeld voor driemaal moord, tweemaal poging tot moord, brandstichting en samenzwering tot het plegen van een racistisch misdrijf. Hij werd vrijgesproken van de aanklacht ‘lidmaatschap van een terroristische organisatie’. 

Toen Ben Uliel maanden na de aanslag werd aangehouden als verdachte van de moord, werd hij aanvankelijk door de Israelische geheime dienst opgepakt en vastgehouden. Volgens de advocaat van de verdachte zijn zijn bekentenissen van de brandmoord onder marteling verkregen. De internationale druk was zeer groot om de dader te vinden indertijd. De Rechtbank van Lod verwierp dan ook officieel de eerste bekentenis die Ben Uliel aflegde, maar was overtuigd dat zijn tweede bekentenis zonder illegale dwangmiddelen werd gedaan. Bovendien had de verdachte overtuigend en vrijwillig meegewerkt aan een reconstructie van de terroristische aanslag.

Levenslange gevangenisstraf is in Israel verplicht bij veroordelingen voor moord. Deze celstraf wordt meestal bij gratie van de president na enige tijd omgezet in een vrijheidsstraf van ‘slechts’ enige decennia, behalve bij moorden met een terroristisch of politiek karakter. De kans dat Amiram ben Uliel ooit vrijkomt is vrijwel nihil, hoewel hij hoger beroep heeft ingesteld. Zijn advocaat klaagde dat hij ‘erger gemarteld werd dan een Palestijn’.

De Palestijnse Autoriteit keert daarentegen juist salarissen uit aan gevangenen die in Israelische gevangenissen zitten wegens terroristisch geweld, met proportionele bonussen afhankelijk van het aantal en de aard van de slachtoffers. Meerdere Palestijnse straten en pleinen zijn inmiddels vernoemd naar veroordeelde terroristen zoals Dalal Mughrabi en Yahya Ayyash, soms wel met honderden slachtoffers op hun geweten.