Erken Israël eindelijk eens als Joodse staat

Ratna Pelle in de Volkskrant, 14 december 2007

door Ratna Pelle

Zestig jaar geleden presenteerden de Verenigde Naties hun delingsplan voor Palestina, dat een eind moest maken aan het conflict tussen de Joden en de Arabieren om het land. Het plan werd door de zionisten geaccepteerd, maar door de Arabieren afgewezen.

Dries van Agt (Forum, 10 december) spreekt er schande van dat Israël VN-resoluties aan zijn laars lapt en het internationale recht zou schenden, maar hij verdedigt de Arabische afwijzing van de delingsresolutie. Volgens hem was dit plan onrechtvaardig, omdat het de Joden als minderheid 55 procent van het land gaf. Hij vergeet dat de helft van het land dat aan hen werd toegewezen uit woestijn bestond, en dat rekening werd gehouden met verdere Joodse immigratie. Bovendien was van het oorspronkelijke mandaatgebied Palestina al eerder 80 procent afgesplitst om de Arabische staat Trans-Jordanië te vormen. De Arabieren waren gekant tegen een Joodse staat van welke omvang dan ook, en hadden tien jaar eerder al een voorstel afgewezen voor een Joodse staat op circa 20 procent van het mandaatgebied.

De Arabieren hadden voor de stemming over de delingsresolutie al met oorlog gedreigd, en daags erna begonnen Arabische Palestijnen met aanvallen op Joodse gemeenschappen en konvooien en blokkeerden het Joodse deel van Jeruzalem. Na het uitroepen van de staat Israël, een half jaar later, vielen de Arabische buurlanden het gebied binnen.

Haj Amin Al Hoesseini, moefti van Jeruzalem en een van de belangrijkste Palestijnse leiders, had verklaard dat hij voor Palestina dezelfde oplossing van het ‘Joodse probleem’ voorzag als de nazi’s in Europa hadden toegepast. Hij had tijdens de oorlog met de nazi’s gecollaboreerd, was gevlucht voor het Neurenberg tribunaal, en voerde in 1948 een eigen legertje aan.

Van Agt beweert dat de zionisten de Palestijnen systematisch verdreven en spreekt zelfs van etnische zuiveringen. De vlucht van de Palestijnen was echter geen vooropgezet plan, maar een gevolg van de oorlog die zij zelf waren begonnen. De meerderheid vluchtte zonder een Israëlische soldaat gezien te hebben, uit angst, vanwege geruchten, omdat het Arabische leiderschap hen daartoe opriep en omdat de lokale leiders veelal al waren gevlucht. In sommige plaatsen, zoals Haifa, riepen de Joden en Britten de Arabieren op te blijven.

De VN richtte speciaal voor de Palestijnen een aparte vluchtelingenorganisatie (UNRWA) op, die in tegenstelling tot de UNHCR niet gericht is op het permanent huisvesten van de vluchtelingen, en ruimere criteria hanteert. De UNRWA merkt alle Arabieren die voor 1948 minimaal twee jaar in het mandaatgebied hebben gewoond, en hun vrouwen, kinderen en kleinkinderen aan als vluchteling. Inmiddels zijn dit er meer dan vier miljoen, waarvan meer dan een miljoen onder erbarmelijke omstandigheden in vluchtelingenkampen leven.

Zowel de UNRWA als de Arabische staten verhinderen hun integratie in de landen waar ze wonen, en wakkeren hun wens ‘terug te keren’ naar Israël aan. Deze terugkeer, die ook Van Agt bepleit, is onverenigbaar met een tweestatenoplossing, aangezien Israël dan binnen de kortste keren een Arabische meerderheid zou hebben. Israël heeft honderdduizenden Joodse vluchtelingen uit Arabische landen geïntegreerd, die óók voor een groot deel waren verdreven en al hun bezittingen moesten achterlaten. Wat let de Arabische staten hetzelfde te doen met de Palestijnse vluchtelingen?

De VN zijn verre van onpartijdig in het conflict. De Algemene Vergadering van de VN neemt jaarlijks vele anti-Israël-resoluties aan, die op een automatische meerderheid van de islamitische en niet-gelieerde landen kunnen rekenen. In de nieuwe VN-Mensenrechtenraad is Israël al meer dan tien keer veroordeeld, terwijl veroordelingen van Soedan, Zimbabwe, Rusland of Turkmenistan uitblijven. Speciaal voor de Palestijnen zijn er in de VN instituties opgericht, zoals de CEIRPP, de Divisie voor Palestijnse Rechten en de SCIIHRP. Zij organiseren conferenties, betreuren jaarlijks op 29 november de delingsresolutie en roepen op tot een boycot van Israël.

Van Agt veroordeelt het argument dat ‘Israël wel Joods moet blijven’. Dit raakt aan de kern van het probleem. Hoewel de Palestijnse Autoriteit officieel een tweestatenoplossing accepteert, weigert men Israël als Joodse staat te erkennen. De idee dat er in een Joodse staat geen plaats zou zijn voor Arabieren, is absurd. Er wonen bijna 1,5 miljoen Arabieren in Israël en die hebben meer rechten dan Arabieren in de meeste Arabische staten. Wat Israël onder een Joodse staat verstaat, is identiek aan wat de VN in 1947 met een Joodse staat bedoelde, namelijk zelfbeschikking voor het Joodse volk.

Van Agt vindt dat de VN niet zomaar land van een ander hadden mogen weggeven. Hij staat hierin niet alleen; steeds meer mensen menen dat de Palestijnen ‘boeten voor onze zonden’. Dit gaat eraan voorbij dat de Joden door de eeuwen heen niet alleen een religieuze, maar ook een sterke fysieke en nationale band met het land hebben behouden, en dat Palestina nooit een Arabische staat was, maar een verwaarloosde Ottomaanse provincie. Zo wordt het Arabische sentiment bevestigd, dat de stichting van Israël een historisch onrecht is dat hersteld moet worden. Juist dit sentiment staat vrede en een compromis in de weg.

In de Arabische wereld worden de (vermeende) fundamenten onder Israël hard aangevallen: Holocaustontkenningen zijn aan de orde van de dag, men ontkent dat de Joden een volk zijn en historische banden met het land hebben. Ook worden de ‘zionisten’ ervan beschuldigd uit te zijn op de wereldmacht en daartoe oorlogen, tsunami’s en andere ellende te ontketenen, en media, financiële instellingen en de politiek in het Westen te controleren.

Men maakte een kardinale fout in 1947 door deling af te wijzen, maar nog steeds zijn er maar weinig Palestijnen en Arabieren die bereid zijn hun eigen aandeel in het conflict te erkennen. Als men nu eindelijk de woorden ‘Joodse staat’ over zijn lippen zou krijgen, zou dat wonderen doen in Israël, vergelijkbaar met het bezoek van Sadat van Egypte aan de Knesset in 1977.

De onvoorwaardelijke steun aan de Palestijnen, de ontkenning van het Joodse recht op zelfbeschikking, en de verdraaiing van de geschiedenis door mensen als Van Agt, brengt vrede niet dichterbij maar werkt polarisatie in de hand.