EU-Bureau voor de Grondrechten: tekortkomingen registratie antisemitische incidenten op EU-niveau

Ter gelegenheid van de herdenking van de Kristallnacht, vandaag precies 81 jaar geleden, heeft het Bureau voor de Grondrechten een jaarlijks overzicht van registratie van antisemitische incidenten in de EU gepubliceerd. Door grote tekortkomingen blijft het moeilijk om een gezamenlijke aanpak van het grenzeloze probleem te formuleren.

Dat antisemitisme een dreiging voor Europese grondwaarden is, is steeds meer duidelijk. Afgelopen maand kwamen twee mensen om bij een antisemitische terreuraanslag in het Duitse Halle. De Joods-Italiaanse Holocaust overlevende Liliana Segre wordt beveiligd tegen antisemitische bedreigingen, naar aanleiding van haar voorstel om een commissie tegen racisme en antisemitisme in te stellen.

Voor een gezamenlijke aanpak van het probleem, is het belangrijk om dit ook eenduidig in kaart te brengen. Om deze reden heeft het International Holocaust Remembrance Allicance (IHRA) in 2016 een werkdefinitie van antisemitisme opgesteld, met als doel om in verschillende landen antisemitisme op vergelijkbare manier te herkennen.

Meldingen nog niet goed in kaart

Sindsdien hebben steeds meer Europese landen de IHRA-werkdefinitie van antisemitisme ondersteund of als officieel werkinstrument aangenomen. Toch ontbreekt het in veel landen mogelijkheden meldingen van antisemitische incidenten in kaart te brengen, aldus het EU Bureau voor de Grondrechten, of Fundamental Rights Agency (FRA).

“Gebrekkige gegevens weerhouden ons ervan effectieve stappen te ondernemen tegen antisemitisme”, reageert Katharina von Schnurbein, EU-coördinator voor antisemitismebestrijding. “Er moet meer gedaan worden om onderraportage onder slachtoffers tegen te gaan en getuigen aan te moedigen om incidenten direct te melden”. FRA-directeur Michael O’Flaherty sluit zich hierbij aan: “Laten we ervoor zorgen dat we het complete verhaal weten, met bewijs, zodat we de nodige actie kunnen ondernemen”.

Het FRA-rapport neemt per land gegevens over antisemitische incidenten van regeringsinstanties en NGOs in acht. Voor de beschouwing van Nederland worden de jaarlijkse rapportages van de politie, antidiscriminatievoorziengingen (ADVs) en de CIDI-monitor aangehaald.

Cijfers van de politie laten een lichte daling in het aantal antisemitische incidenten zien, terwijl de CIDI-monitor sinds 2017 een stijging constateert. De precieze oorzaak van dit verschil is niet duidelijk. Wel is bekend dat de aangiftebereidheid in Nederland erg laag is.

Ook zijn sommige gevallen bekend van meldingen bij de politie waarbij een antisemitisch aspect ten onrechte niet onderkend wordt. CIDI dringt daarom al langere tijd aan op de mogelijkheid om ‘antisemitisme’ als aparte keuze toe te voegen aan het aangifteformulier, zodat bij registratie niet gekozen hoeft te worden tussen ‘godsdienst’ of ‘ras’ als verzamelterm. Dit zou bovendien helpen bij vroegtijdige herkenning van antisemitisme dat een enkel incident overstijgt. Al in 2015 heeft de regering toegezegd hier werk van te maken, maar de wijziging is nog steeds niet ingevoerd.

IHRA-werkdefinitie

Naast een goed functionerend registratiesysteem is echter van belang dat politieagenten en anderen met een publieke taak antisemitisme herkennen waar en wanneer het zich voor doet. Het verbeteren hiervan is, naast correcte registratie, het doel van de IHRA-werkdefinitie van antisemitisme.

Positief is daarom dat verschillende landen, zoals Bulgarije, Duitsland en Roemenië, de werkdefinitie gebruiken voor trainingsdoeleinden bij de politie en het OM. Zo heeft het CIDI onlangs een training verzorgd voor Duitse politiemedewerkers over antisemitismeherkenning, waarbij de IHRA-werkdefinitie een praktisch hulpmiddel is gebleken. Sommige andere landen die de werkdefinitie officieel hebben ondersteund, zoals Oostenrijk, hebben toegezegd ook stappen hiertoe te nemen.

De Tweede Kamer heeft afgelopen jaar de regering verzocht steun te verlenen aan het hanteren van de IHRA-werkdefinitie. Volgens de minister van Justitie en Veiligheid Grapperhaus is hieraan invulling gegeven

door de werkdefinitie te delen met de politie en het OM.