Evangeliseren in israel

De geschiedenis heeft Joden geleerd argwanend te zijn jegens christenen die het evangelie willen uitdragen. Niet zelden eindigden in het verleden christelijke pogingen Joden te bekeren in bloedige drama’s, waarbij de Joden slechts de keuze hadden tussen het christendom of de dood. Voor sommige christenen moge het bekeren van Joden een soort heilige noodzaak zijn, voor Joden is het slechts het bewijs dat zij als minderwaardig gezien worden.

door Ronny Naftaniel

Gelukkig heeft de meerderheid van de christelijke kerken onder invloed van de verschrikkingen in de Tweede Wereldoorlog ingezien dat het verkeerd en onethisch is het jodendom als tweederangs godsdienst te beschouwen. De Wereldraad van Kerken verklaarde in 1988 dat de “levende traditie van het jodendom een gift van God is” en dat het maken van proselieten “strijdig is” met het geloof in God. Ook het Vaticaan beschouwt het jodendom als een gelijkwaardige “oudere broeder”.

Niettemin bestaan in de protestantse kerk groeperingen die blijven proberen Joden te bekeren. Ze zijn in toenemende mate actief in Israel. Schattingen gaan ervan uit dat er in Israel zo’n 20.000 Joden tot het christendom zijn overgegaan. De brengers van het evangelie zijn vooral actief onder de armere Joden, zoals de immigranten uit Rusland die toch al weinig van hun religie weten. Soms gaan hun bekeringsactiviteiten regelrecht tegen de wet in. Die verbiedt het evangeliseren als daar geldelijk gewin mee gemoeid is. De wet wordt echter nauwelijks toegepast. In december hebben de Knesset-leden Nissim Zvili (Arbeid) en Moshe Gafni (Thora-front) een nieuw wetsvoorstel ingediend. Dit beoogt “het in bezit hebben, drukken, kopiëren, distribueren of uitdelen van literatuur, waarin op enigerlei wijze een poging wordt gedaan om iemand er toe over te halen van religie te veranderen”, strafbaar te stellen. Op overtreding staat een jaar gevangenisstraf. Eind februari nam de Knesseth het wetsvoorstel voor een eerste lezing aan.

De vraag is of deze wet wel het gepaste middel is om op te treden tegen de bekeringsdrang van christenen. Hoe verwerpelijk dit evangeliseren ook is, een staat behoort aan zijn ingezete- nen het democratische recht te geven te getuigen van een mening of levensovertuiging. In dit opzicht verschilt het aan banden leggen van literatuur, die oproept een andere godsdienst aan te nemen, weinig van het verbieden van oproepen om op een andere politieke partij te stemmen of een andere krant te nemen. De vrijheid van expressie en godsdienst mag pas beperkt als zou blijken dat de evangeliserende christenen onoirbare middelen gebruiken om hun overtuiging uit te dragen. Ze mogen niet kwetsen, geweld gebruiken of omkopen. Met betrekking tot dit omkopen bestaat al een wet. Het zou beter zijn als de Israelische autoriteiten deze meer gaan toepassen, dan kan het nieuwe wetsvoorstel gauw de ijskast in.