Exit Samir Quntar: Hezbollah zweert wraak aan Israel, Vrije Syrische Leger eist actie op

QuntarHet bericht dat de moordenaar en Hezbollahcommandant Samir Quntar is gedood door een raketaanval in Syrië, is zondag als ‘gerechtigheid’ begroet in Israel. Quntar zat jaren in een Israelische gevangenis voor de moord op het gezin Haran in 1979. Hij vermoordde de vader voor de ogen van zijn 4-jarig dochtertje, voor hij haar doodsloeg. De gruwelijke details die bij de rechtszaak naar buiten kwamen maakten hem zeer gehaat.

Het wekte veel weerstand toen hij in 2008 werd vrijgelaten in ruil voor de lichamen van twee Israelische soldaten – slachtoffers van de Hezbollah-inval die aanleiding werd voor de tweede Libanonoorlog. Quntar werd als een held onthaald door Hezbollah (foto).

Na zijn vrijlating sloot Quntar zich aan bij Hezbollah in Libanon. Hij speelde een rol van weinig betekenis, tot hij ging deelnemen aan de Syrische burgeroorlog. Volgens berichten in Israelische media wilde hij vanuit Syrië Noord-Israel aanvallen, trachtte hij hiervoor medestanders te werven in de Golan, en beraamde hij een grote actie toen hij werd gedood. Zijn dood wordt algemeen toegeschreven aan Israel, dat als gebruikelijk de verantwoordelijkheid voor de aanval waarbij hij omkwam ‘bevestigt noch ontkent’. Bij de begrafenis van Quntar riepen duizenden “Dood aan Israel”.

Hezbollahleider Hassan Nasrallah dreigde maandag voor de Hezbollah-TV met wraak tegen Israel: “Wij houden de zionistische vijand verantwoordelijk voor zijn dood.” Volgens Israelische schattingen beschikt Hezbollah over ongeveer 100.000 raketten.
Zondag werden drie raketten afgeschoten op Naharia in Noord-Israel; er werd niets geraakt en niemand werd gewond.

Intussen heeft een groepje rebellen van het Vrije Syrische Leger in een video de verantwoordelijkheid opgeëist voor de aanval waarin Quntar werd gedood. Hezbollah, dat zij “de Partij van de Satan” noemden, beschuldigt volgens het groepje alleen Israel van de aanval om het ‘om het succes van het Vrije Syrische Leger te kleineren’.