Commentaar: Gebied van bedelaars

Palestina mag dan als waarnemer tot de VN zijn toegelaten, economisch verkeert het gebied in een diepe crisis. De ‘nieuwe staat’ heeft geen eigen munt, is voor zijn belastinginkomsten afhankelijk van Israel en leeft grotendeels op de zak van anderen.

Hoe kwetsbaar de Palestijnse economie is, bleek daags na de stemming in de VN, toen Israel besloot de Palestijnse belastingopbrengsten eerst te verrekenen met een schuld bij de Israel Electric Company. Die bedroeg $200 miljoen.

Ruim 150.000 Palestijnse ambtenaren dreigden hierdoor geen salaris te krijgen. Op het nippertje lukte het Premier Fayyad om in Doha geld los te peuteren van enkele Arabische staten, maar of die steun beklijft is de vraag. De Arabische staten hebben een traditie de Palestijnen van alles te beloven, maar als het erop aankomt niet te leveren. Het probleem voor de 2,5 miljoen inwoners van de Westelijke Jordaanoever (Gaza blijft verder buiten beschouwing) is dat er geen enkele economische infrastructuur tot stand is gekomen. Dat is deels te wijten aan de controles van Israel over de in- en uitvoer van het gebied, de wegversperringen en het Veiligheidshek, die overigens weer een gevolg zijn van de voortdurende terreurdreiging door radicale Palestijnse groeperingen.

De grootste boosdoener is evenwel de onvoorwaardelijke steun die het Westen aan president Abbas en zijn politieke vrienden al die jaren heeft verleend. Uit een brief van Minister Timmermans aan de Tweede Kamer blijkt dat de EU vorig jaar minimaal €548 miljoen heeft gedoneerd voor “lopende kosten van de Palestijnse Autoriteit en de opbouw van duurzame Palestijnse instituties”. De Nederlandse bijdrage zou over 2012 €71 miljoen hebben bedragen. Volgens een rapport van de Wereldbank uit juli 2012 hebben de buitenlandse giften bijgedragen aan de grote economische groei van de Westoever over de periode 2007-2011.“Toch” zo waarschuwde de bank “ kan economische stabiliteit niet gebaseerd zijn op buitenlandse hulp, maar op meer handel en de groei van de private sector”.

Die waardevolle les heeft het Westen in de wind geslagen en precies gedaan wat het niet moest doen: blindelings geld geven, dat vervolgens gestoken werd in zaken als de bouw van eigen huizen en salarissen van Palestijnse ambtenaren. Europa en Nederland hadden het private bedrijfsleven moeten stimuleren en niet een regime in stand moeten houden dat het geld vooral gebruikt om zichzelf te beschermen. De infrastructuur van een staat had opgebouwd kunnen worden, maar nu is de Westoever verworden tot een gebied van bedelaars.

Commentaar Ronny Naftaniel
Israel Nieuwsbrief,  jaargang 28, nr.1