Geld stinkt in Utrechts geldmuseum

Het geldmuseum in Utrecht verzaakt haar verantwoordelijkheid, vindt CIDI. Op de tentoonstelling ‘Poen, Para, Doekoe, Flus’, lezen bezoekers dat er onafhankelijk Palestijns geld heeft bestaan in een zelfstandige Palestijnse staat. Het museum rectificeert niets onder het mom van culturele integratie. In het Utrechts nieuwsblad: CIDI is woedend. Utrechtse Geldmuseum wijzigt niets aan tentoonstelling ondanks kritiek van CIDI

AD Utrechts Nieuwsblad 03-09-2009
MAAIKE KOOISTRA UTRECHT

Het Utrechtse Geldmuseum is niet van plan iets te veranderen aan de tentoonstelling ‘poen, para, doekoe, floes’, nu die de boosheid heeft gewekt van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI). De Palestijnse Utrechter, die daarin vertelt over een bankbiljet uit zijn vaderland, mag zijn mening geven, meent het museum.
In de onlangs geopende tentoonstelling vertellen bewoners van vijftig verschillende nationaliteiten uit de Utrechtse wijk Lombok over het geld uit hun land van herkomst. Lombokker en Palestijn Sami Issa vertelt over een bankbiljet dat hij kreeg van zijn vader. Voor hem het bewijs dat Palestina heeft bestaan.
,,Het CIDI noemt het geschiedvervalsing om voor te stellen dat er ooit een onafhankelijke Palestijnse staat met Palestijns geld heeft bestaan, maar de tentoonstelling laat zien wat mensen voelen bij hun geld en hun land. Het is een mening,” zegt woordvoerder Cees ten Thije van het Geldmuseum.
Het biljet dat de Utrechter toont is afkomstig uit het Engelse mandaatsgebied Palestina, het gebied dat na de Ottomaanse (Turkse) nederlaag in de Eerste Wereldoorlog aan Groot Brittannië werd toevertrouwd. Het mandaatsgebied had eigen geld met opdruk in het Engels, Arabisch en Jiddisch.
Het Geldmuseum had het bekritiseerde deel van de tentoonstelling op zijn minst van historisch kloppend commentaar kunnen voorzien, betoogde het CIDI eerder. Maar het Geldmuseum is niet van plan iets aan de tentoonstelling te veranderen. ,,We grijpen niet in op meningen. We zeggen tegen niemand: ‘dat klopt niet’ of ‘daar zijn we het niet meer eens’. Dat hebben we bij niemand gedaan.”
Aanvankelijk wilde het Geldmuseum niet publiekelijk reageren op de beschuldigingen van het CIDI, voordat die organisatie op de hoogte zou zijn gebracht over de kijk van het Geldmuseum op de kwestie. Dat is inmiddels gebeurd.
Voor het CIDI is de discussie daarmee niet ten einde. ,,Ik wil nog eens proberen duidelijk te maken dat het ons niet te doen is om een Palestijnse meneer die zijn visie geeft, ook al is die niet juist”, zegt directeur Ronnie Naftaniël. ,,Een museum heeft wel de verantwoordelijkheid om die in een context te plaatsen. ”
Naftaniël hoopt het museum ertoe te bewegen bij de tentoonstelling aan te geven ‘dat er werkelijk geen onafhankelijke Palestijnse staat met eigen geld heeft bestaan’.
De tentoonstelling is nog tot komend voorjaar te zien.