Commentaar: Handen af van Gaza

Afgelopen zondag verzamelden tienduizenden Fatah-aanhangers zich in het voetbalstadion van Gaza. Het was een massale uiting van woede tegen de regerende Hamas-organisatie en haar milities. Daags voor de bijeenkomst had Fatah-leider en Palestijns president Mahmoed Abbas het voornemen van Hamas om zijn milities tot 12.000 man uit te breiden illegaal genoemd. Hij deed dat tegen de achtergrond van de semi-burgeroorlog die de laatste weken in de Palestijnse gebieden aan de gang is. Tientallen Palestijnen zijn de afgelopen periode gesneuveld in deze machtsstrijd, die lijkt te zijn uitgebarsten nadat president Abbas nieuwe verkiezingen aankondigde.

door Ronny Naftaniel

We moeten oppassen sympathie te uiten voor een van de partijen. Natuurlijk is het zo, dat Israel van Hamas, dat op religieuze gronden het bestaansrecht van de Joodse staat verwerpt, niets te verwachten heeft. Maar je kaarten alleen op president Abbas zetten, is evenmin verstandig. Hij heeft vrijwel geen macht en wordt omgeven door figuren die tijdens de regering Arafat corrupt bleken te zijn. Neem de sterke man van Fatah in Gaza, Mohammed Dahlan. Afgelopen zondag speelde hij in het stadion nog een heldenrol. Onder luid applaus trad hij buiten de beschermende kring van zijn bodyguards en riep door de microfoon: “Laat Hamas maar op me schieten”. Dahlan heeft grote economische belangen in Gaza en is er bij gebaat het internationale isolement van het gebied, veroorzaakt door de weigering van Hamas Israel te erkennen, te doorbreken. Het beste wat de internationale gemeenschap en Israel nu kunnen doen, is zich zo neutraal mogelijk opstellen. De expliciete financiële steun die Verenigde Staten aan president Abbas heeft toegezegd kan wel eens contraproductief blijken te zijn.

Niemand moet echter dezer dagen beweren dat de semi-burgeroorlog onder de Palestijnen door Israel is veroorzaakt. De scherpe tegenstelling tussen religieuzen en rekkelijken begon al toen de Moslim Broederschap invloed kreeg in het Mandaat-gebied Palestina. In de jaren dertig vond er een machtstrijd plaats tussen de Husseini-familie en de Nashashibi’s. De Husseini’s, waarvan de moefti van Jeruzalem de leider was, waren anti-westers en anti-Joods. De Nashashibi’s daarentegen meer nationalistisch en seculier. Toen de Engelsen zich met de machtsstrijd bemoeiden en de Moefti Palestina uitzetten, slaagden de Husseini’s erin de overhand te krijgen. Meer dan 3000 leden van de Nashashibi familie werden gedood en 18.000 vluchtten naar Libanon en Egypte. Het resultaat was dat de Palestijnse Arabieren lange tijd werden aangevoerd door compromisloze leiders, die hun volk van de ene in de andere rampspoed stortten. Het valt voor de Palestijnen in Gaza en de Westelijke Jordaanoever, en het hele Midden Oosten te hopen, dat dit niet opnieuw zal gebeuren.