Hassan in Oswiecim

De nagedachtenis van de Holocaust is gelukkig niet alleen een bron van conflicten. Terwijl provocateurs als Finkelstein menen dat Joodse organisaties de Sjoa uitbuiten, revisionisten de gaskamers ontkennen en er een onsmakelijke discussie over een disco bij Auschwitz wordt gevoerd, zijn er ook hoopvolle signalen. Eén daarvan is de opening van de gerestaureerde synagoge in het Poolse Oswiecim. De ingebruikneming van het gebouw vond dinsdag plaats.

door Ronny Naftaniel

Het gebouw, de Chevra Lomdei Mishnayot Synagoge, is de laatste bestaande sjoel in Oswiecim. De openingsceremonie werd bijgewoond door 400 personen uit de hele wereld. Een prominente gast was (zoals het er bij het schrijven hiervan uitziet) prins Hassan van Jordanië, die met een grote delegatie, waaronder zijn zoon en schoonzoon, aanwezig was.

De gerestaureerde synagoge zal een Joods educatief en cultureel centrum huisvesten. Er zal veel aandacht besteed worden aan de honderden jaren van Joods leven in Oswiecim. Aan de hand van een studie van het Joodse leven en de cultuur zal ook worden stilgestaan bij de Joodse slachtoffers in de nabij gelegen dodenkampen Auschwitz en Birkenau. Terecht verklaarde professor Shevah Weiss, oud-Knessetvoorzitter en binnenkort Israels ambassadeur in Warschau: “Ik vind het zeer betekenisvol dat prins Hassan ervoor gekozen heeft de Israelisch-Jordaanse relaties op dit zeer gevoelige punt te versterken”. Weiss, zelf een Holocaust-overlevende, doelde op de jarenlange ontkenningen van de Sjoa in de Arabische wereld. Het is nog maar enkele jaren geleden dat de Franse voorloper van Finkelstein, de filosoof Garaudy, die meent dat Israel de Holocaust ten eigen bate exploiteert, een heldenontvangst kreeg van enkele Arabische leiders.

Met zijn aanwezigheid in de sjoel van Oswiecim, bij de voormalige concentratiekampen, laat prins Hassan zien dat zijn land de Holocaust als historisch gegeven serieus neemt. Eerder bracht Jasser Arafat een baanbrekend bezoek aan het Anne Frank Huis in Amsterdam. Dat was misschien wel even slikken, maar het zijn in elk geval gebaren van goede wil. Tegelijkertijd wordt een paradox duidelijk. Terwijl de Arabische wereld meer respect voor dit grote drama in de Joodse geschiedenis toont, steekt in het Westen vaker de neiging de kop op, te tornen aan de betekenis van Auschwitz in het heden. Waakzaamheid tegen deze tendens is geboden. Nog steeds is de Sjoa de belangrijkste waarschuwing dat rassenhaat catastrofale gevolgen kan hebben. Wie die waarschuwing wegneemt, bagatelliseert of er de spot mee drijft, kwetst niet alleen, maar begeeft zich op een gevaarlijk pad. Des te positiever is het dat er thans Arabische leiders zijn, die niet meer aan deze uitholling van de maatschappelijke betekenis van de Sjoa willen meedoen.