Heldere keuze voor VVD-steun aan Israel

Over het bestaansrecht en dus het zelfverdedigingsrecht van de Joodse Staat past alleen een duidelijke keuze: steun aan Israel. Je kunt, onder vrienden, over onderdelen van de dagelijkse politiek van de Israelische regering van mening verschillen, bij voorbeeld over het exacte verloop van de scheidingswand tussen Israel en de Palestijnse gebieden, over de vraag of de Sheeba Farms nu bij Syrië of Libanon behoren, over onderdelen van het vredesproces, enz., enz..

door mr drs J.C. van Baalen, woordvoerder Buitenlandse & Europese Zaken en Defensie van de VVD-fractie in de Tweede Kamer

Je kunt meeleven met de schijnbaar uitzichtloze situatie van de Palestijnse en Zuid-Libanese burgerbevolking. Elke kind dat wordt gedood, Israelisch, Palestijns of Libanees. Het doet mij, als jonge vader, evenveel pijn. Op essentiële punten, echter, ben ik het met Israel eens en zal ik als parlementariër Israel door dik en dun steunen.

Vanuit die overtuiging sprak ik op donderdag 20 juli bij de Dokwerker in Amsterdam deze steun tijdens de solidariteitsbijeenkomst met Israel publiekelijk uit. Vanuit deze achtergrond bezocht ik op zondag 23 en maandag 24 juli Israel met Ben Blog en Ruben Vis, voorzitter, resp. secretaris van het Nederlands-Isra?litisch Kerkgenootschap in Nederland (NIK). Wij waren daar op uitnodiging van het Europees Joods Congres.

Op het moment dat Galilea onder vuur ligt, Israel in Libanon de Hezbollah bevocht en de spanningen in het Midden-Oosten opliepen, wilde ik duidelijk maken waar de VVD politiek en ik persoonlijk staan. Dat is aan de kant van Israel. Het is heel erg gemakkelijk om over het gebruik van proportioneel geweld te spreken wanneer de Hezbollah in Zuid-Libanon en de Hamas in de Palestijnse gebieden raketten op Israel afvuren vanuit Libanese en Palestijnse woonwijken. Wie wil dat er dan burgerslachtoffers vallen? Israel? Hezbollah? Hamas? Het antwoord is simpel te geven: de terreurorganisaties die deze raketten afvuren. Zij plegen oorlogsmisdaden tegen hun eigen bevolking en tegen de Israeli’s. Hetzelfde geldt voor Iran en Syrië die hen met wapens, opleidingen en financiën steunen.

Na aankomst in Tel Aviv hadden we gesprekken met de Israelische ministers van Buitenlandse Zaken Tzipi Livni (Kadima) en Defensie Amir Peretz (Arbeiderspartij) en vice-premier Shimon Peres (inmiddels partijloos) en de volgende ochtend met premier Ehud Olmert (Kadima). Hierna bezochten we Haifa en spraken we met burgemeester Yona Yahav, artsen en pati?nten in het Rambam-ziekenhuis en militaire commandanten. Shimon Peres en Ehud Olmert waren oude bekenden. Ik sprak hen beide een kleine tien jaar geleden. Peres was toen premier en Olmert burgemeester van Jeruzalem.

Peres de staatsman
Peres is onveranderd gebleven. Een al te menselijke, charmante politicus, die vooral in Europa geliefd is. De Israeli’s vinden hem een echte politicus met helaas alle associaties die aan dat begrip ook in Israel kleven. De Europeanen zien in hem daarentegen een staatsman. Peres is de man van de “bons mots”. Hij geeft weinig tot niets van zijn eigen mening prijs. Op mijn vraag of er “moderate forces” in de Arabische wereld zijn, die het vredesproces weer op gang kunnen brengen is zijn antwoord: “There are surely moderates in the Arab world but no moderate forces”.

Premier Olmert is echt veranderd. Hij kijkt je nu, in tegenstelling tot tien jaar geleden, direct in de ogen en neemt geen blad voor de mond. Hij is vastberaden en toont leiderschap. Zonder ontwapening van de Hezbollah kan er geen vrede zijn. Uiteindelijk is dat de “bottom-line” van Israel. De ontvoering van de Israelische soldaten op Israelisch grondgebied was de druppel die de emmer deed overlopen. Het was de aanleiding en niet de oorzaak van het harde Israelische ingrijpen. De constante regen van raketten op Noord-Israel en de constante dreiging met terreuraanslagen moet stoppen. Israel gaat niet voor minder. Hoe zou Nederland het vinden als Groningen en Leeuwarden elke week beschoten zouden worden? In een kleine muffe schuilkelder in Haifa kon ik, tijdens het bomalarm, het antwoord wel bedenken.

Militaire codes
Ontroerend was het bezoek aan het Rambam-ziekenhuis. Een gewonde Israelische soldaat weigert mij liggend in zijn bed een hand te geven. De behandelend arts had hem verteld dat ik reserve-luitenant-kolonel in het Nederlandse leger was. De soldaat gaat, met pijn en moeite, rechtop zitten en brengt mij de militaire groet, die ik zonder daarover na te hoeven denken direct beantwoord. Hoe zwaar gewond hij ook is, hij blijft trouw aan de militaire codes en zijn gevoel van eer. Dat doet mij denken aan mijn achterneef Adrian, die 30 jaar geleden als soldaat in het Israeli-sche leger diende. Bij een bezoek aan mijn ouderlijk huis midden jaren zeventig, vertelde hij mij dat hij nooit zou toestaan dat er een nieuwe Holocaust zou plaatsvinden. Hij zou zijn leven geven om dat te verhinderen, in de eerste plaats door Israel te verdedigen. Dat maakte op mij als middelbare scholier diepe indruk. Dat maakt ook nu als Tweede-Kamerlid en reserve-officier op mij een nog net zo’n diepe indruk.

De Israeli’s strijden nog steeds voor een rechtvaardige zaak. Mijn keuze kan alleen maar er een zijn van steun aan Israel.