Herdenking genocide op het Armeense volk: Toespraak Wim Kortenoeven

CIDI

Toespraak Wim Kortenoeven, CIDI

Pieterskerk, Kloksteeg 16, Leiden, 17 april 2005

Excellentie, dames en heren,

Duizenden jaren geleden strandde de Ark van Noach op de berg Ararat, in Armenië. Dat was lang voordat het Joodse volk, bij de berg Sinaï, de Tora ontving.

Beide gebeurtenissen waren van kosmische aard. Zij hebben plaatsen geheiligd, volken en culturen gevormd, en zij hebben de wereld hoop gegeven voor de toekomst, een toekomst zonder rampen en met rechten en plichten voor iedereen.

Gezien het verhaal van Noach, was het misschien wel een kosmische onvermijdelijkheid, dat het Armeense volk het eerste christelijke volk in de geschiedenis werd, een voorloper, een religieuze pionier, net als het Joodse volk.

Hoe passend is het dan ook, dat het Armeense en het Joodse volk elkaar fysiek raken in de Oude Stad van Jeruzalem. Daar, binnen de in de zestiende eeuw door de Ottomanen gebouwde stadsmuren, wonen Joden en Armeense christenen al sinds mensenheugenis vreedzaam samen, ieder in hun eigen, oeroude, traditie, maar uiteindelijk in aanbidding van dezelfde God, die Noach naar de Ararat bracht en de Tora naar Sinai en later naar Jeruzalem.
Het is ook in de Armeense wijk van Jeruzalem, waar de Armeense genocide al decennia prominent wordt herdacht, vlakbij die andere plaats van herdenking, Yad Vashem.

Misschien is het wel die bijzondere rol, die zowel de Armeniërs en de Joden in de religieuze dimensie van de wereld hebben gespeeld, die de woede van andere volken heeft opgeroepen.

Het Joodse volk is vrijwel altijd vervolgd. En ook het Armeense lijden is niet beperkt tot de verschrikkelijke gebeurtenissen van tijdens en net na de Eerste Wereldoorlog. De genocide op de Armeniërs was de eerste genocide van de Twintigste Eeuw. Maar ook voordien waren de christelijke Armeniërs als dhimmies onderworpen aan de willekeur van het kalifaat en van hun islamitische landgenoten. Zo werden in de jaren 1894-1896 meer dan 200.000 Armeniërs vermoord onder het regime van Sultan Aldoel Hamid. Die genocide, die jihad, heeft de meeste geschiedenisboekjes niet eens gehaald.

Na de Eerste Wereldoorlog werd de Volkenbond opgericht. De beschaafde landen spraken af dat nooit weer zo’n verschikkelijke catastrofe zou mogen plaatsvinden. Er kwam een nieuw optimisme op. Alle mensen, alle volken, zouden recht krijgen op veiligheid en recht.
En in het Verdrag van Sèvres werd het Armeense volk zelfstandigheid beloofd, in het eigen land, het land van de Ararat.
In dezelfde periode werd het Joodse recht, op een eigen staat in het Land van Israel, door de Volkenbond bekrachtigd.

Ondanks stelselmatige obstructie, vooral van de kant van de Britse mandaatregering, slaagde het Joodse volk erin haar droom te verwezenlijken. De Armeense rechten op zelfstandigheid werden door Londen en Parijs echter met groot cynisme weggespoeld in de onderhandelingen over het Verdrag van Lausanne.
De Turkse rompstaat bleek nog machtig genoeg om de door de democratieën erkende Armeense en de Koerdische aanspraken op onafhankelijkheid te kunnen elimineren.
Ook in onze tijd is Turkije in staat gebleken met politieke intimidatie de Armeense kwestie goeddeels van de internationale agenda te houden. Tot mijn grote spijt moet ik vaststellen dat ook Israel de genocide in het kader van de Israelisch-Turkse dialoog tot nu toe niet aan de orde heeft gesteld. Jeruzalem is, niet ten onrechte, bang dat de relaties met Ankara daardoor zullen worden beschadigd.

Sommigen hebben de vraag gesteld of de holocaust op het Joodse volk wel mogelijk zou zijn geweest, als de staat Israel tien jaar eerder was gesticht, niet in 1948, maar in 1938. Met hetzelfde recht kan de vraag worden gesteld of die holocaust wel mogelijk zou zijn geweest als de genocide op het Armeense volk eerder was erkend.
Kort voordat nazi-Duitsland een aanvang maakte met de industriële uitroeiing van zes miljoen Joden, stelde Hitler de retorische vraag: "Wie herinnert zich vandaag de dag nog de uitroeiing van de Armeniërs?"

Ook na de Tweede Wereldoorlog zeiden de beschaafde staten: “nie wieder”, “nooit weer Auschwitz”, “nooit weer genocide”. Het waren loze woorden. Cambodja, Tibet, Centraal-Afrika, Bosnië.
Erkenning van genocide verplicht staten tot onplezierige en kostbare acties. Dus wordt genocide anders benoemd. Op basis van de formele interpretatie van definities, ontkent Europa dat er in Darfur een genocide wordt aangericht. In de afgelopen decennia heeft Europa de andere kant op gekeken toen er in Zuid-Soedan een genocidale jihad tegen christenen en animisten plaatsvond, die miljoenen slachtoffers heeft geëist.

Onwetendheid over en ontkenning van de gruwelijkheden uit de geschiedenis, leidt tot herhaling. Iets dat niet gebeurd is, hoeft immers niet te worden gevreesd. Daarmee wordt zowel een verdedigingsmechanisme als een beschermingsmechanisme uitgeschakeld.

Historisch onderzoek naar de Armeense genocide, zoals premier Erdogan vorige week heeft voorgesteld, is op zichzelf nuttig, maar er hoeft niets meer te worden bewezen. Ankara voert mijns inziens een politiek van “historisch tijdrekken” om de toetredingsonderhandelingen met de EU te versoepelen.

Maar wat is er voor Turkije zo moeilijk aan om de historische en de morele verantwoording te erkennen voor daden uit het verleden? Ook de daders zijn dood, er is geen persoonlijke aansprakelijkheid meer.
Aan de slachtofferkant, daarentegen, worden de trauma’s van generatie op generatie overgedragen. Wij kennen dat ook vanuit de Joodse traumatiek. De helende fase van het verwerkingsproces kan alleen worden ingegaan als recht wordt gedaan aan de nabestaanden. Dat bestaat uit het beëindigen van geschiedvervalsing, uit erkenning van historische en morele aansprakelijkheid en uit formeel rechtsherstel.
Enkele jaren geleden werd het rechtsherstel van de Joodse gemeenschap voor een belangrijk deel voltooid met de teruggave van geroofde tegoeden en andere eigendommen. En vorige week erkende premier Balkenende openlijk dat Nederlandse gezagsdragers hadden meegewerkt aan de Jodenvervolging in ons land. Daarmee werden belangrijke stenen gemetseld in de muur van het verwerkingsproces van de Joodse gemeenschap.

Ook het Armeense volk heeft recht op erkenning en rechtsherstel, ook na negentig jaar, urgent, na negentig jaar.
Als Turkije tot de bond van beschaafde democratische staten wil toetreden, kan het daarom de geschiedenis niet blijven ontkennen en zijn verplichtingen uit de weg gaan.