Het Europees Hof van de Rechten van de Mens: Holocaustontkenning geen ‘vrijheid van meningsuiting’

In een uitspraak heeft het Europees Hof van de Rechten van de Mens (EHRM) vandaag geoordeeld dat het ontkennen van de Holocaust niet valt onder de vrijheid van meningsuiting, en een opzettelijke belediging van Joden als groep is.

De uitspraak betreft een unaniem besluit van de rechters van het EHRM in een zaak die was aangespannen door de Duitse politicus Udo Pastörs. Als parlementslid in de deelstaat Mecklenburg-Voor-Pommeren zei hij in een toespraak in 2010 onder meer dat “de zogenaamde Holocaust gebruikt wordt voor politieke en commerciële doeleinden”. Ook sprak hij van “propagandistische leugens” hierover en van “Auschwitz projecties”. Pastörs is vertegenwoordiger van de neonazistische Nationaldemokratische Partei Deutschlands (NPD).

“Als vergif in een glas water”

Pastörs is in beroep gegaan nadat verschillende rechtbanken in Duitsland hem al hadden veroordeeld. Met de laatste uitspraak van het EHRM is Duitsland dus in het recht gesteld met de veroordeling. Pastörs claimde tevens dat het proces tegen hem oneerlijk zou zijn verlopen, maar ook die claim is ongegrond verklaard.

Volgens het Hof biedt de vrijheid van meningsuiting geen bescherming tegen het ontkennen van de Holocaust, zoals gedaan door Pastörs. Als motivatie wordt genoemd dat het racisme van Holocaustontkenning zelf haaks staat op het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), waarin de vrijheid van meningsuiting is vastgelegd.

De rechters gaan ook in op de claim van de verdediging dat de uitspraken uit hun context zouden zijn gehaald. Dit is juist niet het geval, zo wordt benadrukt: de heikele woorden waren in de toespraak opgenomen “als vergif in een glas water, met de hoop dat het niet meteen zou worden opgemerkt”, aldus het EHRM.

Holocaustontkenning en antisemitisme

Het is niet voor het eerst dat het hoogste Europese hof oordeelt dat Holocaustontkenning niet onder de vrijheid van meningsuiting valt. In eerdere uitspraken is vergelijkbaar geoordeeld in zaken tegen de Franse Roger Garaudy (auteur van het boek The Founding Myths of Modern Israel) en M’bala M’bala (een komiek die bekend is geworden door het ridiculiseren van de herinnering aan de Holocaust).

De laatste uitspraak van het EHRM is in dit licht niet nieuw. Wel is bijzonder dat de bevestiging dat de vrijheid van meningsuiting grenzen heeft, komt in een tijd dat deze juist als grenzeloos wordt opgevat op onder meer sociale media. Grofweg 75 jaar na de bevrijding van het nazisme is holocaustontkenning online springlevend, vaak in samenhang met andere complottheorieën. Hoewel de uitspraak van het EHRM welkom is, is de strijd tegen holocaustontkenning hiermee dus niet gestreden.