Het ‘gevangenendocument’: vredesplan of nieuw faseplan?

In mei werd een inter-Palestijnse overeenkomst gepubliceerd die bekend werd als het ‘gevangenendocument’. De opstellers ervan zijn Palestijnse leiders van Fatah, Hamas, Islamitische Jihad, Volksfront voor de Bevrijding van Palestina en Democratisch Front voor de Bevrijding van Palestina, die vanwege hun betrokkenheid bij terroristische aanslagen in Israelische gevangenissen zitten. Op 26 juli zullen de Palestijnen volgens plan in een referendum hun oordeel over het document moeten geven.

De meest vooraanstaande ondertekenaars van het document waren Marwan Barghouti (Fatah, de belangrijkste fractie binnen de PLO) en sjeik Abdel Khalik al-Natsche (Hamas). De laatste trok zijn handtekening afgelopen zondag weer in, waarmee hij zich aan de politieke lijn van het Hamas-leiderschap conformeerde. Dat leiderschap heeft steeds verklaard dat zelfs een impliciete erkenning van Israel, zoals uit het gevangenendocument zou kunnen worden afgeleid, onaanvaardbaar is. Een van de belangrijkste doelen van de opstellers van het gevangenendocument was het herstellen van de Palestijnse nationale eenheid, die door de confrontatie tussen Hamas en Fatah grote schade heeft opgelopen. De inhoud van het gevangenendocument zal de inzet gaan vormen van het referendum, dat volgens plannen van de Palestijnse leider Mahmoud Abbas op 26 juli in de door de Palestijnse Autoriteit bestuurde gebieden wordt gehouden. Als zodanig maakt het document deel uit van de door Abbas uitgezette politieke lijn. Die sluit aan op de flexibele seculiere benadering van zijn eigen Fatah-beweging en botst met de starre religieuze benadering van Hamas, dat formeel de Palestijnse Autoriteit bestuurt. Op 25 mei stelde Abbas in een toespraak de Palestijnse fracties en met name Hamas voor de keuze tussen aanvaarding van het gevangenendocument of een publieke uitspraak erover in de vorm van een referendum.

Vier bezwaren
Jeruzalem heeft het gevangenendocument meteen na het bekend worden van de inhoud ervan van de hand gewezen, omdat het niet voldoet aan de eisen die Israel en de internationale samenleving aan de Palestijnen hebben gesteld: erkenning van Israel, stopzetting van het geweld en het naleven van de eerder door de PLO met Israel gesloten akkoorden. Israel wordt in het document zelfs niet genoemd.

De Amerikaans-Israelische politicoloog Barry Rubin, die volgende week op uitnodiging van CIDI in Nederland is, heeft het Palestijnse plan (de combinatie van het document en het aansluitende referendum) als “verontrustend” betiteld. Rubin noemt vier belangrijke bezwaren. In de eerste plaats heeft het plan niet de bedoeling Israel te erkennen, maar om Hamas in politiek opzicht te omzeilen, de Palestijnse eenheid te vergroten en punten te scoren in de internationale publieke opinie.

‘Recht op terugkeer’
Ten tweede laat het plan bewust ruimte voor de idee dat de stichting van een Palestijnse staat op de West Bank, in de Gazastrook en Oost-Jeruzalem slechts de eerste fase is om Israel van de kaart te vegen. Ten derde wijst Rubin op de prominente eis dat het “recht op terugkeer” wordt geïmplementeerd. Het gaat daarbij om de Palestijnse vluchtelingen van 1948 en hun miljoenen nakomelingen, die zich in Israel zouden moeten kunnen vestigen. “De intentie daarvan is Israel te overspoelen met Palestijnen die op de vernietiging ervan uitzijn”.

Resolutie 194
Het inroepen van VN-resolutie 194 als basis voor de aanspaak op het ‘recht van terugkeer’ wordt door Rubin als “lachwekkend” betiteld, omdat die “een halve eeuw oude, niet bindende resolutie alleen maar instructies beoogde te geven aan een lang vergeten vredescommissie, die door de Palestijnen werd afgewezen”. Op de vierde plaats keurt het plan het Palestijnse terrorisme goed, ook al moet dat zich “concentreren” op de gebieden die in 1967 door Israel werden veroverd. Rubin: “Het idee dat de Palestijnse Autoriteit expliciet geweld zou gaan steunen (ook al heeft zij dat in de praktijk natuurlijk al tientallen jaren gedaan) maakt een lachertje van iedere mogelijkheid om de Routekaart na te komen of een vredespartner te zijn. Daarnaast zouden de veiligheidstroepen van de PA, zelfs als het referendum daadwerkelijk zou plaatsvinden, geen vinger uitsteken om terroristische aanslagen op Israel te stoppen.”

Hieronder volgen de belangrijkste passages uit het gevangenendocument:

  1. Het Palestijnse volk, in haar thuisland en in de diaspora, wil haar land bevrijden en haar recht op vrijheid, terugkeer, onafhankelijkheid en zelfbeschikking realiseren, waaronder haar recht op het stichten van een onafhankelijke staat, met Jeruzalem als hoofdstad, in alle gebieden die in 1967 werden bezet, de veiligstelling van het recht op terugkeer van de vluchtelingen en het bevrijden van alle gevangenen – gebaseerd op de historische rechten van ons volk op het Land van de Vaderen, op het Handvest van de VN, op het internationale recht en op VN-resoluties.
  2. Het is belangrijk de implementatie te versnellen van de Cairo-overeenkomst van maart 2005, met betrekking tot het steunen en activeren van de PLO en de opname van Hamas en de Islamitische Jihad in de PLO, die de enige wettelijke vertegenwoordiger is van het Palestijnse volk, waar het zich ook bevindt.
  3. Het Palestijnse volk heeft het recht zich te verzetten en toegewijd te blijven aan de optie van verzet met alle mogelijke middelen. Het verzet dient zich te concentreren op de gebieden die in 1967 werden bezet.
  4. Er moet een Palestijns programma komen voor allesomvattende politieke actie, met een verenigde Palestijnse politieke boodschap die is gebaseerd op Palestijnse consensus, op Arabische legitimiteit en op VN-resoluties die recht doen aan ons volk, waarvan de vertegenwoordigers worden gevormd door de PLO, de president en regering van de PA, de nationale en islamitische groepen, civiele instellingen en openbare functionarissen.
  5. […]
  6. […]
  7. Het voeren van onderhandelingen is het voorrecht van de PLO en de Palestijnse president […]. Iedere overeenkomst met cruciaal karakter zal, indien mogelijk, voor ratificatie worden voorgelegd aan de Palestijnse Nationale Raad of onderwerp worden in een referendum.
  8. […]
  9. 9.Er moet een verdubbeling komen van de inzet met betrekking tot de steun en hulp aan en de bescherming van de vluchtelingen, alsook de bescherming van hun rechten. Het is ook noodzakelijk om een volksconferentie bij elkaar te roepen van vertegenwoordigers van de vluchtelingen, die het recht op terugkeer zullen benadrukken en hun toewijding daaraan, en die de internationale gemeenschap zullen oproepen VN-resolutie 194 uit te voeren, waarin het Palestijnse recht op terugkeer en compensatie is vastgelegd.
  10. Het is noodzakelijk een verenigd verzetsfront te vormen, genaamd het ‘Palestijnse Verzet Front’, dat het verzet zal leiden, verenigen en coördineren […].