Het Palestijnse vluchtelingenvraagstuk

Tijdens zijn toespraak voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties somde Jasser Arafat een aantal condities op voor een vredesregeling met Israel. Naast de oprichting van een Palestijnse staat, eiste de Palestijnse leider een oplossing van het Palestijnse vluchtelingenprobleem. Dit dient volgens hem te geschieden op basis van resolutie 194 van de Algemene Vergadering, die spreekt over het recht op terugkeer van de Palestijnen naar Israel. Als Israel hieraan niet wil voldoen, dan moeten de lidstaten van de VN pressie op de Joodse staat uitoefenen, zo sprak Arafat. De Israelische Minister van Buitenlandse Zaken, David Levy, reageerde woedend. Hij noemde de toespraak extremistisch.

door Ronny Naftaniel

Resolutie 194 (18 december 1948) spreekt de wens uit dat "de vluchtelingen die naar hun huizen willen terugkeren en in vrede willen leven met hun buren, dit op het eerste geschikte tijdstip moeten kunnen doen en dat voor hen die verkiezen niet terug te keren en voor de verloren gegane of beschadigde goederen compensatie betaald moet worden". Terugkeer was aan het einde van de jaren veertig wellicht nog mogelijk, als de Palestijnen tenminste bereid waren geweest in vrede met Israel te leven. Nu, drie generaties later, kan er geen sprake van zijn dat Israel ruim 3 miljoen Palestijnen die in de ‘diaspora’ wonen, opneemt. Hierdoor zou Israel in een Arabische staat veranderen. Wel is het mogelijk om in het kader van de Wye II-onderhandelingen over compensatie te praten. Deze kan echter niet los staan van de enorme schade, die de Joodse vluchtelingen uit de Arabische landen hebben geleden. Het gaat om ca 700.000 mensen, die over het algemeen redelijk welvarend waren en die in de periode 1948-1967 alles hebben moeten achterlaten. Van hen zijn ruim 500.000 naar Israel geëmigreerd. Bovendien mag niet vergeten worden dat het Palestijnse leiderschap, door zijn weigering het VN-delingsplan te aanvaarden, medeverantwoordelijk is geweest voor de ellende die de gewone Palestijnen is overkomen.

Hoe moet het Palestijnse vluchtelingenvraagstuk dan alsnog worden opgelost? Het ligt voor de hand dat Palestijnen die dat willen naar de waarschijnlijk op te richten Palestijnse staat zullen emigreren. Dat geeft hen de mogelijkheid een eigen paspoort, burgerrechten en zelfrespect te verkrijgen. De wereldgemeenschap moet dan wel goed opletten, dat de Arabische staten de Palestijnen niet gedwongen de grens overzetten. In Libanon gaan nu al stemmen op om de 400.000, meest in vluchtelingenkampen levende, Palestijnen, zodra ze een eigen staat hebben het land uit te gooien. Omdat de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook geld noch ruimte hebben, zal er veel steun moeten komen voor de economische ontwikkeling van beide gebieden. De Israelische Minister van Absorptie Yuli Tamir gaf twee weken geleden het goede voorbeeld. De minister bood de Palestijnse Autoriteit hulp aan bij de opvang van nieuwe immigranten. Israel heeft op dit gebied een enorme expertise opgebouwd. Het was een adequaat antwoord op de kwalijke en provocerende retoriek van Jasser Arafat in de Verenigde Naties.