Hezbollah in Den Haag

Sinds het in 1979 door de Iraanse leider Chomeini instellen van ‘Jeruzalemdag’, op de laatste vrijdag van de Ramadan, organiseren Nederlandse moslimextremisten op die dag een anti-Israeldemonstratie in Den Haag. Tijdens de demonstratie van 29 november schandeerden de deelnemers leuzen als “Hamas, Hamas, jihad, jihad, Hezbollah”.

De politie nam een aantal antisemitische aanplakbiljetten in beslag, waaronder een waarop de davidster met een hakenkruis was gecombineerd. Meegevoerde Hezbollahvlaggen werden ongemoeid gelaten. Toevalligerwijs eveneens op 29 november, gaf minister van Buitenlandse Zaken De Hoop Scheffer antwoord op kamervragen van Camiel Eurlings (CDA) over de reden waarom Hezbollah niet op de internationale lijsten met terroristische organisaties staat.

Volgens De Hoop Scheffer wordt er in internationaal verband met twee openbare lijsten van terroristische organisaties gewerkt:

  1. De VN-lijst behorende bij VN Veiligheidsraad Resoluties 1267/1390 (“specifiek beperkende maatregelen tegen de Taliban, Al Qaida en Bin Laden”). Hezbollah komt vooralsnog niet in aanmerking voor plaatsing op deze lijst omdat de organisatie -voor zover de VN bekend- geen aanwijsbare banden heeft met Al Qaida;
  2. De EU-lijst behorende bij Gemeenschappelijk Standpunt 931/2001 (“betreffende de toepassing van specifieke maatregelen ter bestrijding van het terrorisme”) die in het bijzonder financiële sancties afkondigt. Besluitvorming in de EU over plaatsing van organisaties en personen op deze lijst geschiedt met unanimiteit. Over de wenselijkheid van plaatsing van Hezbollah bestaat in de EU geen consensus. Daarbij doet zich de vraag voor of Hezbollah, mede gelet op haar status als politieke partij vertegenwoordigd in het Libanese parlement, al dan niet aan het criterium “terroristische organisatie” voldoet. Nederland is voorstander van opname op de lijst van de militaire tak van de Hezbollah.

In zijn antwoord aan de Kamer verklaarde de minister dat de regering van oordeel is dat PA-voorzitter Arafat en de Palestijnse Autoriteit in de afgelopen periode niet voldoende hebben gedaan om het terrorisme aan te pakken. “Nederland en de EU hebben de Palestijnse Autoriteit daar conform het gestelde in antwoord op vraag 1, 2 en 3, regelmatig op aangesproken. Van voorzitter Arafat en de Palestijnse Autoriteit wordt een volledige inzet verwacht om aanslagen te voorkomen, erop toe te zien dat verantwoordelijken voor de aanslagen worden vervolgd en om te zorgen dat opruiing tegen Israël en verheerlijking van martelaarschap niet plaatsvindt. Tegelijkertijd dient te worden beseft dat de infrastructuur die de Palestijnse Autoriteit daartoe ter beschikking staat in de afgelopen tijd zozeer is gereduceerd, dat effectief optreden door de Palestijnse Autoriteit in grote delen van de West-Bank en Gaza thans niet meer mogelijk is”, aldus De Hoop Scheffer.