Hooggerechtshof sluit partijleider uit van verkiezingsdeelname

Het Israelische Hooggerechtshof heeft besloten Michael Ben-Ari, de leider van de extreemrechtse partij Joodse Kracht, uit te sluiten van verkiezingsdeelname, zo maakte het gisteren bekend.

Vier kandidaten van de omstreden uiterst-rechtse partij Joodse Kracht.

Dit besluit heeft tot verontwaardigde reacties ter rechterzijde van het politieke spectrum geleid, ook onder partijen die de ideeën van Joodse Kracht niet onderschrijven. Steen des aanstoots is ook dat de antizionistische kandidaat Ofer Kassif en de aan Hamas gelieerde partij Balad wél aan de verkiezingen mogen deelnemen. Alleen Ben-Ari werd uitgesloten. Dit gebeurde wegens uitlatingen over de Israelisch-Arabische minderheid die het Hooggerechtshof als racistisch bestempelde.

Mede als gevolg hiervan voeren verschillende rechtse partijen, met name Nieuw Rechts, nu fel campagne om de macht van het Hooggerechtshof na de verkiezingen in te perken. Onder Israelisch rechts is vaker kritiek op het Hooggerechtshof te horen, dat te links zou zijn. Na dit besluit zal die kritiek zeker niet verstommen.

Achtergrond
Ook dit jaar waren er weer bezwaren ingediend tegen personen die zich kandidaat hebben gesteld voor de verkiezingen op 9 april. En niet iedereen legt zich neer bij de besluiten van de Centrale Verkiezingscommissie. Vorige week boog het Israelische Hooggerechtshof zich over de gemaakte bezwaren. Gisteren werden de definitieve besluiten bekend. Die kunnen niet meer worden herroepen.

Rituele dans
Het hoort inmiddels bij de rituelen van de 
Israelische verkiezingen. Eerst wordt bekend wie zich kandidaat stelt. Vanwege het smeden van allianties is dat vaak spannend tot op het allerlaatste moment. Daarna onderzoekt de kiescommissie of iedere kandidaat aan de formele criteria voldoet, zoals bijvoorbeeld het niet hebben van een strafblad.
 
Maar ook anderen kunnen juridisch beargumenteerde bezwaren indienen tegen een kandidaat of lijst. En dit gebeurt. De Centrale Verkiezingscommissie beslist bij stemming. De hoogste juridische adviseur van de regering, de procureur-generaal, adviseert hen daarbij. 
 
De Israelische Verkiezingscommissie bestaat uit vertegenwoordigers van partijen die in de huidige Knesset zijn vertegenwoordigd. Het aantal zetels per partij in de commissie is gebaseerd op de grootte van de fractie in de Knesset. In totaal telt de commissie 30 leden. De voorzitter van de Verkiezingscommissie is een rechter van het Hooggerechtshof. Hij stemt niet mee, want het is mogelijk dat hij in zijn functie als rechter over bezwaren zou moeten (mee)besluiten. 
 
Wiens kandidatuur werd ter discussie gesteld?
 
1. Tal Russo is de nummer 2 op de lijst van de Israelische Arbeidspartij. Hij zou te kort geleden zijn legerfunctie hebben verlaten. Russo heeft jarenlang in het leger gediend. De wet vereist een “afkoelingsperiode” van drie jaar om te voorkomen dat de legertop te veel invloed in de politiek krijgt. Uiteindelijk heeft de Centrale Verkiezingscommissie Russo’s kandidatuur goedgekeurd.

2. Michael Ben-Ari is de leider van de uiterst rechtse partij Joodse Kracht en staat op plek vijf van de Unie van Rechtse Partijen. Hij is omstreden omdat hij Israelische Arabieren een “vijfde colonne” heeft genoemd. Procureur-generaal Mandelblit, die eerder de aanzet tot de vervolging van premier Netanyahu gaf, adviseerde tegen de kandidatuur van Ben-Ari. Een krappe meerderheid van de Centrale Verkiezingscommissie (16-15) stemde echter voor zijn deelname aan de verkiezingen. Ook zijn partijgenoot Itamar Ben-Gvir (plek 7) werd goedgekeurd. Vervolgens gingen linkse vertegenwoordigers van onder andere Meretz hiertegen in beroep. Het Hooggerechtshof besloot Ben-Ari van verkiezingsdeelname uit te sluiten.

3. Ofer Kassif is docent aan de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem en de nummer vijf op de lijst van de communistisch-Arabische alliantie Hadash-Ta’al. De Centrale Verkiezingscommissie stemde tegen zijn deelname aan de verkiezingen vanwege extreme uitlatingen. Zo zei hij dat het doden van Israelische soldaten niet als terreurdaad moet worden gezien en noemde hij de minister van Justitie een neonazi. Kassif is lid van het communistische Hadash en is hun enige verkiesbare Joodse kandidaat. Hij is tegenstander van de Wet op Terugkeer en wil de Israelische staat van haar Joodse karakter ontdoen. De procureur-generaal was wel voorstander van zijn kandidatuur. Kassif ging in hoger beroep en won dat: hij mag aan de verkiezingen deelnemen. Zijn partij Hadash-Ta’al mag ook definitief meedoen aan de verkiezingen: 15 commissieleden stemden voor deelname, 12 tegen en 3 onthielden zich.

4. De kandidatuur van de Arabische partij Balad is door de kiescommissie afgekeurd. Deze partij bestrijdt ook het Joodse karakter van Israel en is bovendien gelieerd aan Hamas. Het is niet voor het eerst dat de Verkiezingscommissie tegen de deelname van Balad aan de verkiezingen stemde, maar telkens besloot het Hooggerechtshof dat de partij aan de verkiezingen mocht deelnemen. Dat gebeurde ook ditmaal.