In Ashkelon omgekomen Palestijn door Israel erkend als terreurslachtoffer

IN ISRAEL / Door: ELKAN VAN DER RAAF / 9 mei 2019 PA TERRORISME

Mohammed Abdel Hamid Abu Isbah, afgelopen jaar omgekomen door een raketaanval uit Gaza op de Israelische stad Ashkelon, wordt door Israel als terreurslachtoffer erkend. Zijn nabestaanden krijgen een maandelijkse financiële compensatie van het Israelische ministerie van Defensie. Van de Palestijnse Autoriteit krijgt de familie Abu Isbah echter geen steun.

In november 2018 vuurden Palestijnse terreurgroepen in 24 uur tijd bijna 500 raketten af op Zuid-Israel. Bij deze raketaanvallen kwam Mohammed Abdel Hamid Abu Isbah om in Ashkelon. De Palestijn kwam uit het Palestijnse Halhul ten noorden van Hebron, maar werkte in de Israelische stad aan de Middellandse Zee.

Gisteren was het Jom HaZikaron, de dag waarop Israel alle omgekomen militairen en slachtoffers van terreur herdenkt. De familie Abu Isbah ontving een brief: Mohammed wordt door het Israelische ministerie van Defensie erkend als terreurslachtoffer. Zijn nabestaanden krijgen een eenmalige beurs en daarbovenop een maandelijkse uitkering van meer dan 10 000 sjekel.

Het besluit komt nadat de familie Abu Isbah in januari had aangekondigd de staat aan te klagen. De brandweer zou vlak na de raketinslag niet goed genoeg gezocht hebben, waardoor het leven van Mohammed niet is gered aldus zijn nabestaanden.

Van de Palestijnse Autoriteit krijgt de Palestijnse familie Abu Isbah echter geen speciale steun naar aanleiding van de tragische dood van Mohammed. De PA compenseert niet slachtoffers, maar daders van terreur. Door Israel veroordeelde Palestijnse terroristen en hun families kunnen rekenen op een maandelijkse uitkering van de PA. Er is sprake van een heus beloningssysteem: hoe zwaarder de straf, hoe groter de uitbetaling. Kamerleden noemen de terroristenbetalingen dan ook terecht een perverse prikkel.

Het Kabinet heeft geen principiële bezwaren tegen deze terreurbeloningen. Onlangs nog liet minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok aan de Kamer weten “in principe niet tegen betalingen aan gevangenen en hun families” te zijn, “zolang die transparant zijn en gebaseerd op sociaaleconomische behoefte, niet op de duur van de detentie.” Het sociaaleconomische argument is dat de terrorist na zijn misdaad gevangen zit of is omgekomen, en hierbij zijn gezin dus de kostwinner kwijt is – dat dient financieel gecompenseerd te worden, zo denken de politici.

Gezien de kwestie Mohammed Abdel Hamid Abu Isbah, kan het argument van sociaaleconomische behoefte de prullenbak in. Omdat Abu Isbah een slachtoffer, en niet een dader van terreur is, krijgt zijn familie geen speciale financiële steun van de Palestijnse Autoriteit – zoals terroristen en hun gezinnen dat wel krijgen. De PA denkt niet aan het belang van families die hun kostwinner kwijt zijn, maar alleen aan het belonen van terreur – een perverse prikkel.