Iraanse moordenaar mensenrechtenactivist leidt delegatie VN-Mensenrechtenraad

Mohammed Akhondza­deh-basti vermoordde in 1990 de Iraanse mensen­rech­tenactivist Kazem Rajavi. Nu leidt hij de delegatie naar de VN-mensenrechtenraad.

Mohammed Mehdi Akhondza­deh-basti, die Rajavi vermoordde, is nu de Iraanse staatssecretaris van BuZa en leidt de delegatie naar de bijeenkomst van de VN-mensenrechtenraad in Geneve, van 22 februari tot 22 maart.

Professor Rajavi was de eerste ambassadeur van Iran bij de Verenigde Naties in Genève na de Iraanse Revolutie van 1979. Maar al snel na zijn aanstelling nam hij ontslag uit protest tegen het repressieve beleid en de terreur van het Mullah-regime dat aan de macht was gekomen. Na zijn aftreden bleef hij in Geneve actie voeren tegen mensenrechtenschendingen in Iran: massa-executies, willekeurige arrestaties, martelingen. Tevens bleef hij vertegenwoordiger van de Iraanse Nationale Verzetsraad en werkte als universitair docent.

In 1986 gaf Ayatollah Khomeini de opdracht om Rajavi te vermoorden. Drie jaar later waren er drie mogelijke scenario’s voor de moord. De eerste was het vermoorden van Rasjavi met inbegrip van zijn gehele familie, de tweede was het plaatsen van een autobom, en het laatste plan was om hem tijdens zijn woon-werkverkeer neer te schieten. Er volgden verschillende verkenningsreizen naar Zwitserland van door Iran getrainde moordenaars om de mogelijkheden te bestuderen: een van hen was Akhondzadeh-basti. Uiteindelijk werd de laatste optie gekozen.

Akhondzadeh-basti vloog op 18 april 1990 met een diplomatiek paspoort naar Geneve, waar hij de overige teamleden ontmoette. Op 24 april werd de 56-jarige professor Rajavi op klaarlichte dag in zijn auto doodgeschoten terwijl hij naar zijn huis in het Zwitserse dorp Coppet reed. Akhondzadeh-basti vloog dezelfde avond nog terug naar Iran.