Irak-Studiegroep: allesomvattende vredesregeling is nodig

De Amerikaanse oud-minister van Buitenlandse Zaken, James Baker heeft op 7 december samen met voormalig congreslid Lee Hamilton het advies van de Irak-Studiegroep gepresenteerd. Het rapport adviseert de Verenigde Staten welke koers zij in het Midden-Oosten moeten varen, in het bijzonder in Irak. Een van de conclusies uit het rapport is dat de Verenigde Staten er niet in zullen slagen de problemen in het Midden-Oosten op te lossen zolang het Arabisch-Israelisch conflict voortduurt.

De Verenigde Staten moeten volgens de samenstellers met nieuw elan besprekingen tussen de betrokken partijen stimuleren, waarbij de door president Bush uitgezette lijn ten aanzien van een twee-statenoplossing uit 2002 leidend blijft.
Volgens het rapport bewijzen de Verenigde Staten Israel geen dienst door het Arabisch-Israelisch conflict niet rechtstreeks op de agenda te zetten. In het rapport staat ook dat de Verenigde Staten, ongeacht of de Republikeinen of Democraten aan de macht zijn, Israel nooit in de steek zullen laten. De Studiegroep verwacht dat een duurzame oplossing van het conflict ook een positieve uitstraling zal hebben op Israels gematigde buren.

Vredesbesprekingen op twee fronten
Een van de aanbevelingen die de Studiegroep doet is dat de Verenigde Staten er naar moeten streven zo snel mogelijk besprekingen te beleggen tussen Israel, Libanon, Syrië en de Palestijnen. Het Kwartet (de VS, EU, Rusland en VN) kan hierbij betrokken worden. Tijdens deze besprekingen moet, analoog aan de vredesconferentie van Madrid in 1991, over vrede worden onderhandeld op twee verschillende fronten: met Syrië en Libanon aan de ene kant en met de Palestijnen aan de andere kant.

Syrië
Volgens het rapport moet Israel de strategische Golanhoogte teruggeven aan Syrië als onderdeel van een vredesakkoord en moet de Verenigde Staten Israel in het kader hiervan een aantal veiligheidsgaranties geven. Ook wordt nog eens onderstreept dat de Syriërs hun inmenging in Libanese interne aangelegenheden moeten beëindigen en dat zij moeten meewerken aan het onderzoek naar de moord op de voormalige Libanese premier Rafik Hariri. De Verenigde Staten willen ook dat Damascus ophoudt om Hezbollah te steunen en haar grondgebied te (laten) gebruiken voor de doorvoer van wapens en andere hulp die Iran aan Hezbollah geeft. Hetzelfde geldt voor de assistentie die Syrië aan Hamas biedt: ook die moet daadwerkelijk beëindigd worden. Daarnaast moet Damascus er aantoonbaar alles aan doen om de vrijlating van de door Hezbollah ontvoerde Israelische soldaten te bewerkstelligen.
Abbas
De Palestijnse president Abbas wordt door de opstellers van het rapport als betrouwbare gesprekspartner gezien en er wordt dan ook op aangedrongen om hem in deze rol te faciliteren. Israel moet directe onderhandelingen met de Palestijnen voeren over alle bekende knelpunten. Overigens zegt het rapport expliciet dat er slechts met Palestijnen gepraat moet worden die Israel erkennen. Syrië wordt ook opgeroepen om zijn invloed bij Hamas aan te wenden om die erkenning te bewerkstellingen.

Geen verband met Irak
Het rapport is in Jeruzalem met gemengde gevoelens ontvangen. Premier Olmert heeft laten weten ervan overtuigd te zijn dat de Verenigde Staten haar beleid ten aanzien van Israel niet zullen wijzigen. President Bush zou hem dat twee weken eerder nog verzekerd hebben. Olmert zegt verbaasd te zijn over de suggestie dat het conflict in Irak iets te maken heeft met het Arabisch-Israelische conflict. Een dergelijk verband, zoals door het rapport wordt gesuggereerd, bestaat volgens hem niet. Ook liet hij weten niet voornemens te zijn om met Syrië te gaan praten. In dat laatste wordt hij overigens gesteund door president Bush, die ook heeft gezegd geen gesprekken met Damascus aan te gaan en alleen met Iran te zullen praten als dat land haar nucleaire projecten stopzet.

Geen druk op Israel
Edward Djerejian, oud-ambassadeur van de Verenigde Staten in Syrië en Israel (en betrokken bij de opstelling van het rapport) heeft gezegd dat het rapport niet opgevat moet worden als middel om Israel onder druk te zetten. Volgens Djerejian stelt het rapport vooral de intenties van Syrië op de proef en de bereidheid van dat land om mee te werken aan een vredesregeling. Israel zal de Golanhoogte wat hem betreft pas op hoeven te geven op het moment dat er een volledig uitgewerkte en aanvaarde vredesregeling met Syrië ligt.
De Golan werd in 1967 door Israel op Syrië veroverd. De over Galilea uittorenende hoogvlakte werd voordien tegen Israel gebruikt als reusachtige artilleriestelling. In 1981 werd de Golan door Israel geannexeerd.