Israel beheerde 11 jaar lang geheime ambassade in Bahrein

 

Israel beheerde al sinds 2009 een geheime ambassade in Bahrein, zo melden Barak Ravid in Walla! en Axios. Onder het mom van een internationale consultancyfirma, werkten Israelische diplomaten met dubbele paspoorten in een kantoor in Manama als discrete bemiddelaars tussen Israel en Bahrein, hielpen zij Israelische bedrijven honderden deals in de golfstaat sluiten, en legden zij de basis voor de officiële normalisatie van betrekkingen tussen de twee landen.

Tsipi Livni, in 2007-2008 Israelisch minister van Buitenlandse Zaken, zou destijds met haar Bahreinse tegenhanger Khaled Bin Ahmad al-Khalifa hebben afgesproken om een ‘Center for International Development’ op te richten in Manama, dat in juli 2009 gevestigd werd. In februari 2009 was nog een discrete Israelische handelsmissie in Qatar gesloten, na Operatie ‘Cast Lead’ in Gaza. Het kantoor in Bahrein presenteerde zich als multinationaal bedrijf, en deed veel moeite dat imago te behouden. De firma specialiseerde zich volgens haar website in Westerse ‘niet-oliegerelateerde investeringen’. Sinds 2013 handelt of handelde de geheime diplomatieke post onder een nieuwe bedrijfsnaam, die het Israelische ministerie van Defensie niet bekend wil maken. De diplomaten hebben allen uitgebreide verhalen als dekmantels verzonnen, maar volgens kenners zijn hun LinkedIn-profielen niet heel overtuigend.

Toen Israel en Bahrein eenmaal op 15 september 2020 hun officiële normalisatieverklaring getekend hadden, gaf een Israelische diplomaat stilletjes een briefje aan de Bahreinse buitenlandminister, met het verzoek om een officiële ambassade in Bahrein te openen. Er zou gebruik gemaakt kunnen worden van ‘bestaande infrastructuur’. “We hoeven alleen het bordje aan de deur te vervangen,” meldde een Israelische ambtenaar.

Toenadering via Bahreinse prinses

Naast creatieve oplossingen voor clandestiene samenwerking, heeft voormalig minister Ayoub Kara laten weten dat hij en Bahreins prinses Fatima al-Dana bint Salman bin Hamad al-Khalifa meehielpen een brug te slaan tussen Jeruzalem en Manama.

In 2010 wist Kara te regelen dat de prinses behandeld kon worden in het Rambam Ziekenhuis in Haifa. Zij was blijkbaar erg ziek, en was ervan overtuigd dat zij in Israel geholpen kon worden. Door een geheime regeling, waarvan volgens Kara alleen hij, prinses Fatima en haar echtgenoot, en premier Netanyahu van afwisten, werd de Bahreinse royal inderdaad stilletjes en met succes behandeld in Haifa. Kara bracht de prinses en haar echtgenoot na de behandeling onder in een Israelisch hotel, waar zij nog een maand verbleven om bij te komen. 

De prinses vroeg aan het eind van haar verblijf in Israel aan Kara hoe zij Israel zou kunnen helpen. Hij raadde haar aan om een hand te reiken naar de Bahreinse Joodse gemeenschap, zich te richten op bredere samenwerking tussen Israel en haar koninkrijk, en niet te wachten op een duurzame vrede met de Palestijnen: “Daar vinden wij toch nooit een oplossing voor. Wij hebben een nieuw beleid nodig.”

Fatima al-Dana bint Salman bin Hamad al-Khalifa, kleindochter van koning Hamad van Bahrein, en haar vader, kroonprins Salman