Israel sloopt gebouwen in Arabisch dorp op Westelijke Jordaanoever

Afbeelding: עדירל

Het Israelische leger is in de nacht van zondag op maandag begonnen met de sloop van 13 gebouwen in een Arabisch dorp ten oosten van Jeruzalem. Vorige maand ging het Hooggerechtshof akkoord met de sloop van de bouwwerken in de wijk Wadi al-Hummus van het dorp Sur Baher. Met de afbraak van de gebouwen komt een einde aan een zeven jaar durend juridisch gevecht.

De gebouwen werden zonder vergunning van de Israelische autoriteiten gebouwd, in een gebied waar het uit veiligheidsoverwegingen verboden is om gebouwen neer te zetten. Wadi al-Hummus bevindt zich grotendeels in een gebied onder bestuur van de Palestijnse Autoriteit, maar aan de Israelische kant van het veiligheidshek.

Hooggerechtshof
Volgens activisten die zich tegen de sloop verzetten arriveerden honderden politieagenten en soldaten rond drie uur ’s nachts in Wadi al-Hummus, en begonnen zij voorbereidingen te treffen. Enkele uren later werden 17 Palestijnen uit hun woning geëvacueerd: in twee van de 13 gebouwen woonden reeds mensen, aldus Haaretz. De bewoners hadden op zondag nog een poging gedaan om de afbraak te voorkomen, maar het Hooggerechtshof wees hun verzoek om uitstel af.

Circa een maand geleden oordeelde Israels hoogste rechter al dat de IDF de gebouwen mocht slopen. Volgens een in 2012 uitgevaardigde richtlijn is het verboden om binnen 250 meter van de veiligheidsbarrière te bouwen. Het ministerie van Defensie claimt dat bouwwerken in de buurt van het hek zorgen voor wrijving tussen veiligheidstroepen en de lokale Palestijnse bevolking. Ook zouden deze gebouwen gebruikt kunnen worden voor het smokkelen van wapens en zelfmoordterroristen naar Israelisch grondgebied.

Veiligheidshek
Israel sloopt wel vaker Palestijnse bouwwerken die zonder vergunning zijn gebouwd. Dat is niet ongebruikelijk, maar de bewoners betwisten Israels gezag in Wadi al-Hummus. De wijk ligt grotendeels in het zogeheten A-gebied van de Westelijke Jordaanoever, waar de Palestijnse Autoriteit het bevoegde gezag is. De PA had bijna 10 jaar geleden al een bouwvergunning afgegeven.

De situatie in Wadi al-Hummus is echter vrij bijzonder. Hoewel de wijk onder het bestuur van de Palestijnse Autoriteit valt, en buiten de gemeentegrenzen van Jeruzalem, is Wadi al-Hummus gesitueerd aan de Israelische zijde van de veiligheidsbarrière. Volgens de oorspronkelijke plannen zou het hek dwars door Sur Baher heen snijden, maar op verzoek van de bewoners zag Israel hier vanaf. Zo kwam de wijk aan de Israelische kant van het veiligheidshek terecht.

Desalniettemin is Wadi al-Hummus juridisch gezien nog altijd onderdeel van de door de PA bestuurde Westelijke Jordaanoever. Volgens het Hooggerechtshof is dit gezag echter niet ongelimiteerd. Omdat Israel volgens de Oslo-akkoorden nog altijd verantwoordelijkheid draagt voor de veiligheidssituatie, zou de Joodse staat ook zeggenschap hebben over gebieden waar de PA over de bouwvergunningen gaat, aldus het vonnis.

‘Ernstige escalatie’
De sloop van de gebouwen in Sur Baher komt Israel op veel kritiek te staan. De Palestijnse Autoriteit noemde het besluit een “ernstige escalatie”, en riep de internationale gemeenschap op om de sloop te veroordelen. Deze veroordeling volgde maandagmiddag, in de vorm van een verklaring van de Europese Dienst voor Extern Optreden (EEAS) van de Europese Unie.

De EU roept Israel op om de sloop “onmiddellijk” stop te zetten. Volgens de woordvoerder maakt de sloop onderdeel uit van Israels nederzettingenpolitiek, die een bedreiging zou vormen voor de twee-statenoplossing. De Verenigde Naties veroordeelden de voorgenomen sloop vorige week ook al.