Israëliërs en Palestijnen drijven handel door gat in grensmuur

Lycos Nieuws

KARNI, 20 febr. (AP) Het is een maar een betonnen muur – honderden meters lang en ongeveer vier verdiepingen hoog. Maar het is ook een metafoor voor de kwellende betrekkingen tussen de Palestijnen en de Israëliërs, die gedoemd zijn om samen te werken, zelfs als ze oorlog voeren.

De grote grijze muur bij Karni vormt de grens tussen de Gazastrook en Israël en is gebouwd om de partijen in staat te stellen handel te drijven zonder elkaar onder ogen te hoeven komen. De handel kan van alles zijn, van vee tot bloemen.

De weinige optimisten die er nog zijn in het Midden-Oosten hopen ooit nog eens de echte en symbolische muren van wantrouwen die de partijen van elkaar scheiden neer te halen. Maar in het vijandige klimaat dat er nu heerst vinden steeds meer Israëliërs dat de partijen maar beter apart van elkaar kunnen blijven en Karni is een voorbeeld van de vergaande stappen die kunnen worden gezet als het tot een formele scheiding zou komen.

"Het idee van een ‘veiligheidsscheiding’ is voortdurend aan de orde", zegt Yonni Dotan, een voormalige legerofficier die de zaken runt aan de Israëlische kant van de grensovergang Karni. "We hoeven niet van elkaar te houden, maar we moeten onze wederzijdse belangen in de gaten houden."

Door tientallen gaten in de muur, de meeste niet groter dan een deuropening, komen Israëlisch cement en Israëlische kleren over de lopende band Gaza binnen. Arbeiders schuiven de zakken en pakken door de opening en hebben daarbij uitzicht op de achterkant van een Palestijnse vrachtwagen. Vanuit Gaza gaan dozen met aardbeien en tomaten op de band mee terug. Voordat de waren in een Israëlische vrachtwagen terechtkomen passeren zij eerst een – door de VS geschonken scanner die controleert of er geen bommen in zitten. De twee economieën blijven onontwarbaar met elkaar verstrengeld. Israël stuurt goederen naar de Palestijnse gebieden en de Palestijnen leveren goedkope arbeidskrachten aan Israël. Bij verschillende grensovergangen zijn industrieterreinen verrezen.

Het ideaal van de vredesonderhandelaars aan beide kanten is een situatie tot stand te brengen waarin Israëliërs en Palestijnen volledige bewegingsvrijheid zouden hebben. Maar met het vredesproces in de ijskast en na vijf maanden van bloedig geweld is Israël primair geïnteresseerd in veiligheid en het voorkomen van aanslagen.

De vertrekkende Israëlische premier Ehud Barak is na zijn jammerlijk mislukte vredespogingen de meest uitgesproken voorstander van apartheid. Hij pleit voor een volledige scheiding tussen Israëliërs en Palestijnen en duidelijke en verdedigbare grenzen tussen de twee. Zijn opvolger Ariel Sharon is minder van het idee gecharmeerd, omdat het trekken van een duidelijke scheidslijn zou betekenen dat Israël een deel van de 144 joodse nederzettingen op de  Westoever en in de Gazastrook moet opgeven. Maar in het licht van het aanhoudende geweld begint de Israëlische bevolking steeds meer te hellen naar een scheiding.

"Sharon zal waarschijnlijk zeggen wat Barak al een paar maanden zegt – we zouden ons het liefst van de Palestijnen willen scheiden aan de hand van een overeenkomst, maar als dat niet mogelijk blijkt zullen we het eenzijdig doen", schreef de Israëlische columnist Herb Keinon in de Jerusalem Post. "Het idee komt in wezen op hetzelfde neer: zij daar, wij hier en een echte grens om ons uit elkaar te houden."

Nadat een Palestijnse buschauffeur woensdag in Tel Aviv acht Israëliërs had gedood door op een groep in te rijden, heeft Israël de Westoever en Gazastrook weer hermetisch afgesloten, juist op het moment dat er weer een klein beetje verkeer op gang begon te komen.

Voordat in september de nieuwe gevechten uitbraken reisden er dagelijks zo’n 150.000 Palestijnen naar Israël, de meesten om er te werken. Bij Karni hoefde er niet door de muur te worden gehandeld. De meeste vrachtwagens reden er gewoon omheen en leverden de koopwaar af op hun bestemming.

Maar nu zou een Israëlische vrachtwagenchauffeur het niet wagen Gaza binnen te rijden. Met zijn opvallende geel met zwarte nummerborden zou hij een rijdende schietschijf zijn. Aan de Israëlische kant worden Palestijnse vrachtwagens niet toegelaten omdat er een bom in verstopt kan zitten.

Bij Karni gaat de handel intussen onverdroten door. Hoewel de grensovergang aan het begin van de opstand een van de ‘hot spots’ was, heeft de handel in de afgelopen vijf maanden maar tien dagen stilgelegen, zegt Dotan. Na de aanslag van woensdag werd ook een stop ingesteld, maar maandag gingen er al weer ladingen butagas, dieselolie, voedingsmiddelen, fruit, groente en medische benodigdheden door de muur heen. Koeien die van de Israëlische kant werden aangevoerd moesten een achterwaartse dans uitvoeren om door de opening van een Israëlische op een Palestijnse vrachtwagen over te stappen. "We praten met elkaar en proberen deze operatie aan de gang te houden, ook als er wordt geschoten", zegt Dotan. De mobilofoon die hij bij zich draagt begint regelmatig te kraken als zijn Palestijnse collega aan de andere kant tegen hem praat.

"Karni is een van de weinige uitlaatkleppen voor de mensen in Gaza", erkent Hassan Abu Libdeh, hoofd van het Palestijnse Bureau voor de Statistiek. Maar hij benadrukt dat het allemaal wel erg moeizaam gaat. Fruit dat moet worden uitgevoerd bederft omdat er zoveel vertragingen optreden. Wekenlang is er bijna geen cement of ander bouwmateriaal naar Gaza gekomen, waardoor allerlei projecten stil kwamen te liggen. Palestijnse ondernemers zagen opdrachten aan zich voorbij gaan omdat zij geen tijdige oplevering konden garanderen. "De structurele schade aan de Palestijnse economie is immens geweest", zegt Abu Libdeh. "Het zal heel lang duren voor we terug zijn waar we waren voor al deze ellende begon."