Israëlisch parlement neemt aanpassing aan ‘Noorse’ wet aan

Maandag heeft de Knesset een wet aangenomen die het mogelijk maakt voor meer ministers om hun Knessetzetel af te staan. De zogenaamde uitgebreide ‘Noorse’ wet is met 66 voorstemmen goedgekeurd door het Israëlische parlement.

Tot nu toe waren ministers in Israël tevens lid van de Knesset, het Israëlische parlement. De ‘Noorse wet’ maakt het voor ministers mogelijk om hun zetel in de Knesset los te laten, die dan ingenomen zal worden door een ander lid van hun partij. Als een minister echter aftreedt, krijgt hij de Knessetzetel automatisch weer in handen. Naar verwachting zullen ten minste 12 ministers van de huidige Israëlische regering gebruik maken van deze nieuwe wet om hun zetel in het Israëlische parlement af te staan. 

 

De wet staat bekend als uitbreiding van de ‘Noorse’ wet, daar het is gebaseerd op wetgeving Noorwegen. In het Scandinavische land wordt vereist dat elk parlementslid dat een ministersfunctie aanneemt, zijn zetel afstaat aan een andere kandidaat op de kieslijst van zijn partij. In 2015 werd al een eerste versie van de Noorse wet door de Knesset aangenomen, maar met de nieuwe aanpassing is het voor meer ministers van verschillende coalitiepartners mogelijk geworden hun Knessetzetel af te staan.

De wet is vooral van belang voor de partij Blauw-Wit. Van de 15 Knessetleden van de partij van Benny Gantz, dienen er momenteel slechts drie tevens niet als minister of onderminister. Met het uitbreiden van de nieuwe Noorse wet zullen vijf ministers van Blauw-Wit hun Knessetzetel af kunnen staan.

De Noorse wet kan op kritiek van de oppositie rekenen. Naar schatting zal het uitvoeren van de wet met de huidige regering 20 miljoen sjekel (5,1 miljoen euro) per jaar kosten, met name doordat naast de ministers ook nieuwe Knessetleden betaald zullen moeten worden. “De vijfde Netanyahu-regering breekt alle records wat betreft ver van de samenleving staan en gebrek aan transparantie”, aldus oppositieleider Yair Lapid. In plaats van werkloosheidsuitkeringen voor ZZP’ers en steun voor werklozen, verspillen ze overheidsgeld aan het veiligstellen van eigen banen”.

Volgens de oppositie is de behoefte voor de Noorse wet door de coalitie zelf gecreëerd. De regering onder leiding van Netanyahu en Gantz kent niet minder dan 34 ministeriële functies, die allemaal door Knessetleden vervuld worden. De komende tijd zal hierin nog enige verschuiving plaatsvinden, daar een aantal ministers binnenkort ambassadeursfuncties aan zullen nemen.

Naar verluidt zou Likoed-leider Benjamin Netanyahu niet onvoorwaardelijk met de Noorse wet hebben ingestemd. De premier zou in ruil voor steun voor het wetsvoorstel een wijziging aan het coalitieakkoord hebben bewerkstelligd.

Volgens de overeenkomst zal Gantz na 18 maanden premierschap van Netanyahu het stokje overnemen als minister-president. Mocht het kabinet voor die tijd tussen november 2020 en november 2021 vallen, wordt de Blauw-Witleider automatisch aangewezen als demissionair premier. Naar verluidt zou op verzoek van Netanyahu dit akkoord aangepast zijn: als de regering valt als gevolg van een interventie door het Hooggerechtshof op welk moment dan ook, wordt de Likoed-leider aangewezen als demissionair premier.

Netanyahu wordt verdacht in een aantal corruptiezaken. De Likoed-leider zou vrezen dat tijdens de periode dat Gantz premier is – en hijzelf plaatsvervangend premier – het hooggerechtshof hem zal verbieden aan te blijven als plaatsvervanger. 

De Noorse wet is maandag met 66 voorstemmen en 43 tegenstemmen door de Knesset aangenomen. Opvallend genoeg was Netanyahu niet aanwezig bij de stemming, volgens sommige media tot ergernis van Gantz. Hoe dan ook wist de wet een meerderheid te halen in het Israëlische parlement.