Israelische burgerschapswet niet gericht tegen alle Palestijnen

IN ISRAEL / Door: WEBMASTER / 20 aug 2003 GAZA KNESSET PALESTIJNEN VN VS

Op 31 juli heeft de Knesset een wet aangenomen op basis waarvan Palestijnen uit de West Bank en de Gazastrook niet meer automatisch het Israelische staatsburgerschap verkrijgen als zij met een Israelische staatsburger in het huwelijk treden. De wet is in scherpe bewoordingen bekritiseerd door internationale mensenrechtenorganisaties, waaronder Human Rights Watch. De wet zou discriminerend zijn en in strijd met de internationale wetgeving.

Tot vorig jaar heeft Israel familiehereniging altijd toegestaan en verblijfsvergunningen verstrekt aan buitenlandse echtgenoten van Israelische staatsburgers of personen met een permanente verblijfstitel. In de eerste fase krijgt de echtgenoot de status van tijdelijk ingezetene, na verloop van tijd om te zetten in die van permanent ingezetene en uiteindelijk die van Israelisch staatsburger.

Deze regeling was ook van kracht voor personen uit de West Bank en de Gazastrook. In de afgelopen tien jaar hebben tienduizenden inwoners van die gebieden via een huwelijk een verblijfstitel in Israel verworven, duizenden daarvan zijn inmiddels genaturaliseerd. Op grond van een permanente verblijfstitel kan aanspraak worden gemaakt op huisvesting, werk en alle sociale voorzieningen.

Het voortdurende gewapende conflict tussen Israel en de Palestijnen heeft onder andere geleid tot het met regelmaat plegen van zelfmoordbomaanslagen in Israel. Daarbij is het opgevallen dat er sprake is van een groeiende rol van houders van Israelische verblijfspapieren die oorspronkelijk uit de West Bank en de Gazastrook afkomstig zijn. Personen met Israelische identiteitspapieren kunnen vrijelijk reizen tussen die gebieden en Israel.

Teneinde het potentiële gevaar van deze situatie te verkleinen, heeft Jeruzalem in mei 2002 besloten tot tijdelijke opschorting van het verlenen van verblijfstitels aan personen uit de West Bank en de Gazastrook, ook als het gaat om familiehereniging. Dat besluit heeft volgens de Israelische regering geen gevolgen voor personen die al over een verblijfstitel beschikken of die voor het ingaan van de maatregel een aanvraag daartoe hebben ingediend. De maatregel discrimineert niet tussen Israelische staatsburgers en andere ingezetenen, want hij is op iedereen van toepassing. Hij is bovendien niet van toepassing op elders in de wereld woonachtige Palestijnen die met Israelische staatsburgers willen trouwen.

Inmiddels is het besluit van 2002 wettelijk geregeld in de Wet op het Staatsburgerschap en Toegang tot Israel (tijdelijke voorziening) 2003. Deze wet zal voorlopig gedurende een jaar van kracht blijven. Overigens is het voor de betrokken personen altijd mogelijk om een tijdelijke verblijfsvergunning (maximaal zes maanden) aan te vragen, bijvoorbeeld vanwege werk of medische behandeling. Bovendien kan de overheid onder de wet besluiten tot het verlengen van verblijfsvergunningen die voor het van kracht worden van de wet zijn toegewezen.

In de nasleep van 11 september hebben overigens veel landen, waaronder de VS en Nederland, hun immigratiebepalingen aangescherpt.