Antisemitismerapport 2001 en jan-mei 2002

IN ISRAEL / Door: WEBMASTER / 28 feb 2010 ANTISEMITISME CIDI HAMAS WESTBANK WO2

Uit de geringe maatschappelijke reactie op de uitingen van antisemitisme moet geconcludeerd worden, dat er binnen de samenleving een gewenningsproces is opgetreden. Een parallel dringt zich op met andere vormen van criminaliteit, die wel in toenemende mate geregistreerd worden, maar minder dan ooit voor de rechter komen. Dreigementen met geweld en fysieke geweldplegingen worden, ook als het niet om antisemitisme gaat, onvoldoende vervolgd. Voor Joden met hun beladen verleden roepen deze verschijnselen gevoelens van onveiligheid en soms angst op.

Enkele jaren geleden zou het ondenkbaar zijn geweest, dat honderden demonstranten in Amsterdam ‘dood aan de Joden’ en ‘Sieg Heil’ zouden roepen, zonder ingrijpen van de politie. Het voortdurend tijdens voetbalwedstrijden kunnen roepen ‘Hamas, hamas Joden aan het gas’ werkt grensverlagend. De term is nu ook buiten de sfeer van het voetbalveld in zwang.

Het gemak waarmee antisemitisme geuit wordt, de bedreigingen tegen Joden en de onvoldoende reactie van regering, justitie en politie hebben wellicht ook te maken met het groter worden van de afstand tot de Tweede Wereldoorlog. Het afschrikkend effect ervan ebt weg. Het hakenkruis wordt door sommigen niet meer gezien als symbool van de vernietiging van 6 miljoen Joden door de Nazi’s, maar als het symbool van het ultieme kwaad. De geringe kennis over de Tweede Wereldoorlog leidt ertoe dat sommigen kennelijk niet meer in staat zijn om verschil te maken tussen het ene en het andere kwaad. Zo valt Israels optreden in de Westoever – hoe men daarover ook moge denken – niet op één lijn te stellen met de systematische uitroeiing van een volk. De gewenning lijkt overigens ook aan de kant van de slachtoffers plaats te vinden. Scheld-incidenten worden nauwelijks bij de politie of justitie gemeld, sterker ze worden vaak door het slachtoffer verdrongen. Dat gebeurt zowel op privé- als op instellingsniveau. Joodse instellingen houden antisemitische telefoontjes lang niet altijd bij, evenmin als e-mails of brieven. Individuele scheldincidenten worden afgedaan met de opmerking: “Ach, het is niet zo erg”. De berusting lijkt in belangrijke mate veroorzaakt te worden door de ervaring van de slachtoffers, dat het doen van aangiften, als ze al serieus worden genomen door de politie, zeer tijdrovend is, terwijl er vrijwel nooit vervolging wordt ingesteld.

Een aantal aangiften die CIDI de afgelopen jaren bij Offficieren van Justitie heeft gedaan is zonder opgaaf van redenen geseponeerd. Op andere kwam geen enkele reactie terug. In dit klimaat van berusting en te grote tolerantie worden we thans geconfronteerd met een serieus te nemen ontwikkeling, waarbij meer individuele Joden het slachtoffer worden van scheldpartijen en geweld, zoals het Joodse jongetje dat door een buschauffeur wordt uitgescholden en de bedreiging van
een Joodse marktkoopman met een pistool.

In de meeste CIDI-rapportages over antisemitisme hebben wij aanbevelingen gedaan dat politie en justitie strenger dienen op te treden tegen antisemitisme. Deze zijn vrijwel nooit op een consistente wijze opgevolgd. Het is nu hoog tijd, dat de politiek zich intensiever met dit verschijnsel gaat bezighouden. In het buitenland hebben zich tal van zware incidenten tegen Joodse voormannen, gebouwen en instellingen voorgedaan en in eigen land heeft ook op ander vlak verruwing van de samenleving plaats. Daarom is het hoog tijd dat politie en justitie, aangezet door de overheid, een actiever beleid gaan volgen. Ook directies van scholen dienen elk incident serieus te nemen en maatregelen tegen de daders te nemen, trainers van voetbalclubs dienen hun leden duidelijk te maken dat leuzen als ‘Hamas, hamas, Joden aan het gas’ niet kunnen, evenmin als het brengen van de Hitlergroet.

Het antisemitisme onder Marokkaanse jongeren verdient daarbij extra aandacht. In het rapport wordt er het één en ander gezegd over de achtergronden ervan. Het is zeer noodzakelijk hun integratie te bevorderen. Hun kennis van het Nederlands en de Nederlandse cultuur en democratische waarden dient te worden verbeterd en tot slot dient ook aan hen duidelijk te worden gemaakt waar onze tolerantiegrenzen liggen.

Download het hele jaaroverzicht van 2001 en van de periode januari – mei 2002.