Antisemitismerapport 2006 en jan-mei 2007

antisemitismemonitorHet jaar 2006 laat een aanzienlijke toename zien van antisemitisme in Nederland. Het aantal incidenten is ten opzichte van 2005 gestegen met 64%. In 2005 rapporteerde het CIDI 159 gemelde gevallen van antisemitisme. Over het jaar 2006 zijn dat er 261 geworden. Deze toename is voor het overgrote deel het gevolg van de vele, gemelde antisemitische e-mails, die vaak het directe gevolg waren van de zomeroorlog tussen Israel en Hezbollah. Het bleek weer dat onrust tussen Israel en zijn buren zorgt voor een toename van antisemitische uitingen in Nederland. Kennelijk wordt het taboe op het openlijk uiten van antisemitisme minder, als er kritiek bestaat op het optreden van Israel. Voor de goede orde dient te worden dat CIDI incidenten die uitsluitend beledigend zijn t.a.v. Israel, niet meetelt in zijn jaarlijkse monitor.

Een opvallende tendens van het antisemitisme in Nederland in 2006 is het hoge aantal vernielingen en bekladdingen van monumenten rond de herdenkingen op 4 en 5 mei. Dit fenomeen en de sterke opkomst van extreemrechts staan in direct verband met elkaar, gezien
de aard van de bekladdingen en de beschikbare informatie over de gearresteerde daders.

Een belangrijke nuance in dit geheel is dat het aantal incidenten in de categorie ‘onderwijs’ ten opzichte van 2005 gehalveerd is, van 14 naar 7 meldingen. Het staat hiermee op het laagste peil sinds 2002, toen eveneens 7 incidenten werden gemeld. Voor het aantal ‘ernstige incidenten’ registreert het CIDI voor 2006 zelfs het laagste peil ooit, met 8 incidenten. Het CIDI typeert de incidenten in de categorieën ‘fysiek geweld’ en ‘bedreiging met geweld’ als ‘ernstig’. Voorbeelden hiervan zijn zowel de poging tot brandstichting in de Dijksynagoge in Sliedrecht op 18 april 2006, als het gooien van stenen naar een Joodse man met keppel op 10 januari. Het is bemoedigend dat juist dit soort ingrijpende incidenten van antisemitisme afgenomen zijn. Niettemin blijft antisemitisme in Nederland een constant en hardnekkig fenomeen, waarvan de uitingen gemakkelijk toenemen door politieke omstandigheden. Die politieke omstandigheden kunnen uit meer bestaan dan alleen onrust tussen Israel en zijn buren.

De piek in het antisemitisme in 2006 is voornamelijk te wijten aan de Libanonoorlog tussen Israel en Hezbollah. In het rapport van 2005 werd de daling van het totaal aantal gemelde incidenten in dat jaar verklaard door te verwijzen naar de toen relatieve rust tussen Israel en zijn buren. De correlatie tussen antisemitisme in Nederland en onrust in het Midden-Oosten is een bekend feit. Er is al in meerdere rapporten over antisemitisme, ook in het buitenland op gewezen. Problemen in het Midden-Oosten roepen kennelijk zoveel emoties op, dat Joden die geen bemoeienis met deze problemen hebben, als mikpunt worden gezien om die emoties op af te reageren. Het taboe op antisemitisme wordt ook ondergraven door de kritiek die sommigen op de Israelische politiek hebben. Opvallend is dat het omgekeerde vrijwel niet het geval is. Joden reageren hun onvrede over de gebeurtenissen in het Midden-Oosten niet af op andere minderheden, zoals moslims. Ten overvloede moet erop gewezen worden, dat kritiek op Israel niet als een antisemitische uiting wordt beschouwd en dus ook niet als zodanig in de CIDI-monitors terecht komt. Een andere verklaring voor de toename zou wellicht een verbale verruwing van het maatschappelijke klimaat in Nederland kunnen zijn. Deze algehele verharding kan zijn weerslag hebben op alle bevolkingsgroepen in Nederland, Nederlandse Joden inclusief.

Daders

In de rapportage van vorig jaar gaf het CIDI aan enigszins optimistisch te zijn over het licht afgenomen aandeel van daders van Noord-Afrikaanse afkomst in antisemitische incidenten. Vanaf 2002 heeft het CIDI geprobeerd aan te geven hoe groot hun aandeel was, omdat bleek dat veel van de antisemitische uitingen uit die hoek kwamen. Door dit in kaart te brengen is het CIDI beter in staat geweest prioriteiten te stellen en het beleid aan te passen. Immers, sympathisanten van het nazisme vereisen een geheel andere benadering dan daders van Noord-Afrikaanse afkomst. Het antisemitisme van deze daders vloeit vaak voort uit hun afkeer van de staat Israel, die geprojecteerd wordt op de Joodse gemeenschap in Nederland. Om deze afkeer te overwinnen is de dialoog met de islamitische gemeenschappen in Nederland voor het CIDI een speerpunt van zijn beleid geworden. In 2002 bleek 41% van de gemelde daders van Noord-Afrikaanse afkomst te zijn. De jaren 2003 en 2004 lieten een stijging zien naar respectievelijk 43,5% en 45%. Het jaar 2005 liet een daling zien tot 38%. Deze lijn wordt in 2006 doorgezet tot 33,3%. De vele dialoogprojecten die CIDI en anderen ontplooid hebben, lijken hun vruchten af te werpen.

Extreemrechts

In de rapportage van dit jaar is een zorgelijke trend zichtbaar van toenemende vernielingen en bekladdingen van monumenten rond 4 en 5 mei. Het aandeel van extreemrechts in deze vernielingen is waarschijnlijk groot, gezien de aard van de bekladdingen en de gevoerde leuzen. Op 4 mei 2006 bijvoorbeeld wordt het oorlogsmonument aan het Oranjeplein in Klaaswaal niet alleen met een hakenkruis beklad, maar staat ook op de stoep voor het monument geschreven: ‘Wir sind zurück’. Een dergelijke uiting komt typisch uit extreemrechtse hoek. De toenemende rol van extreemrechts in onze samenleving blijkt ook uit het eerder genoemde Monitor Racisme en Extremisme: racistisch en extreemrechts geweld in 2006. Uit deze monitor blijkt een toenemende bedreiging door losser georganiseerde formaties, die vanwege de ‘slechte zichtbaarheid’ moeilijk te bestrijden zijn. Het beste middel tegen deze formaties en de vernielingen die zijn aanrichten is meer aandacht in het onderwijs voor de Tweede Wereldoorlog, de rol van rassenhaat daarin en de betekenis van 4 en 5 mei. Aanhangers van extreemrechts zullen daarmee niet verdwijnen, maar de samenleving wordt daarmee wel weerbaarder tegen extreemrechts gedachtegoed. Opvallend is dat er in de Monitor Racisme & Extremisme: racistisch en extreemrechts geweld in 2006 nauwelijks gesproken wordt over antisemitisme, of de vele vernielingen en bekladdingen vanuit extreemrechtse hoek rond 4 en 5 mei.

Justitie

In augustus 2007 verscheen in het NRC een bericht over de successen die Justitie boekt in de strijd tegen internetdiscriminatie. Na aansporingen van de Tweede Kamer en het Meldpunt Discriminatie Internet (MDI) zijn in 2007 elf beheerders en deelnemers van extreemrechtse websites aangehouden of veroordeeld wegens discriminatie en het zaaien van haat. De moderator van de website Rechtser.com werd aangehouden, waarna in mei deze website van het internet verdween. Een lid van Polinco.nl (Politiek Incorrect) werd in april aangehouden wegens het plaatsen van antisemitische teksten, waarna ook dat forum gesloten werd. Tegen de twee grootste extreemrechtse forumsites, Holland Hardcore en Stormfront Nederland-Vlaanderen, lopen nog strafrechtelijke onderzoeken. Het CIDI heeft, evenals andere organisaties aangiftes gedaan tegen Stormfront. In 2006 stuurt het CIDI over deze website ook een brief aan de minister van Justitie. Van dit laatste forum werden twee moderators aangehouden, meldt het NRC handelsblad op 25 augustus. Op 19 september van dit jaar doorzocht de Amsterdamse politie wederom twee woningen naar aanleiding van discriminerende uitlatingen op de rechtsextremistische website Stormfront. Verschillende computers en documenten werden in beslag genomen. Ondanks deze berichten is het CIDI niet geheel tevreden met de aanpak van (internet)-discriminatie door Justitie. Het CIDI heeft in twee zaken van internetdiscriminatie tegen NAG en de Sluipschutters een jarenlange strijd moeten voeren tegen Justitie, omdat zij niet tot vervolging wilden overgaan. Het Hof heeft in augustus bepaald dat Justitie wel tot vervolging over had moeten gaan, en dat alsnog moet doen. Het CIDI verwacht dan ook spoedig de resultaten te zien van deze uitspraken van het Hof.

Lees of download hier het hele rapport 2006-7