Joodse organisaties eisen actie na brandstichting in historische tombe Iran

Vrijwel alle grote Joodse organisaties in de Verenigde Staten eisen actie van de Iraanse regering, nadat afgelopen donderdag brand werd gesticht in de historische Joodse graftombe van Ester en Mordechai in de Iraanse stad Hamadan. De tombe, een heilige plaats voor Perzische Joden, raakte beschadigd bij de aanval. Hoe groot de omvang van de schade is, is nog onbekend. Volgens het regime zelf zijn enkel elektriciteitskabels en een tapijt in vlammen opgegaan.

De brandstichting volgt na eerdere dreigementen van Iraanse militanten, verbonden aan het regime. Onder andere de Anti-Defamation League, het Simon Wiesenthal Center, de Conference of Presidents of Major American Jewish Organizations, B’nai B’rith, Agudath Israel of America en de Iraans-Joodse gemeenschap in de VS eisen nu dat de Islamitische Republiek de daders berecht. Tevens willen de organisaties dat Iran de rechten van de Joodse gemeenschap respecteert.

Ook Elan Carr, de Amerikaanse gezant voor antisemitismebestrijding, veroordeelde de aanval op de tombe. Carr riep Iran, “de grootste staatssponsor van antisemitisme ter wereld”, vrijdag via Twitter op om de Joodse gemeenschap te beschermen. Opvallend: de Nederlandse minister van Buitenlandse Zake Stef Blok weigerde in maart nog om Iran aan te spreken op de dreigende vernieling van de tombes van Ester en Mordechai, omdat deze volgens Blok “reeds adequaat beschermd worden middels nationale wetgeving”.

Ester en Mordechai zijn de hoofdpersonen van het Bijbelboek Ester. Het tweetal wist, ongeveer 450 jaar voor de gangbare jaartelling, de Joden in het Perzische rijk te redden van een massamoord. Volgens sommigen werden Ester en Mordechai na hun dood begraven in Hamadan, circa 360 kilometer ten zuidwesten van Teheran. Het mausoleum is al eeuwenlang een bedevaartsoord voor Perzische Joden. De laatste jaren wordt de tombe echter regelmatig met sloop bedreigd. In 2011 wees toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal het Iraanse regime al op het belang van het waarborgen van de veiligheid en de mensenrechten van religieuze minderheden, nadat een oproep was gedaan de graftombe te slopen.

In februari dit jaar deed een Iraanse militie wederom een oproep om het mausoleum te verwoesten. In een verklaring zeiden militante studenten, verbonden aan de Iraanse Revolutionaire Garde, de tombe om te willen bouwen tot een Palestijns consulaat. Kort na het verschijnen van de publicatie probeerden leden van de Iraanse paramilitaire militie Basij de tombe te bestormen. De studenten noemden het toen een “waarschuwing aan het Amerikaanse terroristische regime en de Zionistische agressor”. 

‘Harde wraak’
Afgelopen donderdagavond, exact 72 jaar nadat de Staat Israel werd uitgeroepen, volgde de brandstichting. Eerder die dag dreigde Twitter-gebruiker Mohammad Mahdi Akhyar al de graftombe in brand te zetten. Volgens ooggetuigen werden donderdagavond meerdere brandweerwagens gezien bij de tombe van Ester en Mordechai, maar zouden de autoriteiten het publiek op afstand hebben gehouden. Staatspersbureau IRNA schreef zaterdag dat de verdachte op camera staat, maar het nieuwsbericht hierover werd na twee uur weer verwijderd door IRNA zelf. Het persbureau gaf een dag later enkele foto’s vrij van de beschadigde tombe.

Iran-specialist Dr. Raz Zimm, verbonden aan de Universiteit van Tel Aviv, viel nog iets anders op aan de beelden uit Iran. In een tweet wijst hij erop dat recente foto’s van de graftombe laten zien dat er graffiti is gespoten op de ingang van de graftombe. Het gaat om afbeeldingen van de in januari om het leven gebrachte Iraanse terreurchef Qassem Soleimani en Hassan Nasrallah, leider van terreurgroep Hezbollah. Bij de afbeelding van Soleimani staat “harde wraak” geschreven. Het is echter onduidelijk of de bekladdingen zijn aangebracht door de brandstichter, of er al eerder zaten.

‘Adequaat beschermd’
Minister Blok van Buitenlandse Zaken zag na de dreigementen en de daaropvolgende bestorming in februari nog geen noodzaak om Iran aan te spreken op de dreigende vernieling. Volgens Blok wordt de plek adequaat beschermd middels nationale wetgeving, omdat de tombe als cultureel erfgoed geregistreerd zou staan. Dat schreef de minister in antwoord op Kamervragen van Raymond de Roon (PVV). Deze claim van Blok wordt echter door verschillende organisaties betwist. De Iraanse autoriteiten zouden het pelgrimsoord reeds in 2011 de beschermde status hebben ontnomen.

Bovendien is de militie die de dreigementen uitte in februari, de Basij, onderdeel van de Iraanse Revolutionaire Garde. Het regime spreekt wellicht niet openlijk zijn steun uit voor het verwoesten van Joods erfgoed, maar heeft wel degelijk het commando over de militie die daartoe oproept.