Judensau: beeldstormen of niet?

In en rondom Duitsland zijn er zo’n 30 middeleeuwse kerken met een zeer antisemitisch beeldhouwwerk: de judensau, oftewel ‘jodenzeug’. Joden werden afgebeeld als zogend aan de spenen van een zeug, of erger. Ondanks protest van de protestantse Sint-Stefanikerk van Calbe, wordt nu een judensau uit de vijftiende eeuw op het gebouw teruggeplaatst, die ter restauratie verwijderd was.

De 15e-eeuwse waterspuger in kwestie beeldt een Jood af met zijn lippen aan het achtereind van een varken (Foto: Uwe Koehn)

Het thema was tussen de 13e en 15e eeuw populair in het zogenaamde Heilige Roomse Rijk. Het zwijn werd uitgekozen om Joden maximaal mee te kwetsen. Dominee Jürgen Kohtz van de Stefanikerk vind het beeldhouwwerk niet meer van deze tijd. De antisemitische waterspuwer wordt onder protest teruggeplaatst op het gebouw, maar wordt afgedekt “als teken van onze schaamte, en onze afwijzing van de boodschap ervan,” volgens de geestelijke. “Dit is niet meer de boodschap die wij als christenen aan de wereld willen uitdragen.” 

Dwangsom van monumentenzorg

De judensau is een van 14 waterspuwers die bij een restauratie van de kerk verwijderd werd voor onderhoud. De bedoeling van de restaurateur was om het gebouw terug te brengen in zijn oorspronkelijke hoog-middeleeuwse glorie. Het kerkbestuur wilde de antisemitische afbeelding niet meer terugplaatsen, maar de monumentenzorginstantie van Saksen-Anhalt dreigde met een dwangsom indien de haatspuwende waterspuwer niet ook op zijn plaats teruggezet werd.

Coördinator antisemitismebestrijding Felix Klein van de Duitse regering was ook ontevreden met de gedwongen nadruk op historische nauwkeurigheid: “Het terugplaatsen van het judensau-reliëf tegen de wil van de kerkgemeenschap is voor mij volkomen onbegrijpelijk.”

Kaart van kerken met judensau in Europa. Plaatsen met een rode stip en tekst hebben hun judensau verwijderd; de rest is vandaag de dag nog zichtbaar. De middeleeuwse Dom van Uppsala heeft sterke Duitse invloeden. (Lencer/Wikimedia Commons)

De katholieke kerk was eeuwenlang een van de voornaamste verspreiders van antisemitisme ter wereld. In 1965 werd bij het Tweede Vaticaans Concilie besloten dat het Joodse volk als geheel niet meer moest worden aangesproken op de dood van Jezus. 

Luther’s judensau te Wittenberg

Afgelopen februari bepaalde een Duitse rechter nog dat de judensau op de Stadtkirche van Lutherstadt Wittenberg (eveneens in Saksen-Anhalt) op zijn plaats moest blijven. Michael Düllmann, een plaatselijke Joodse man, had het kerkgenootschap in Wittenberg aangeklaagd om het beeld van de kerk te verwijderen. 

De judensau in Wittenberg werd aangehaald door Maarten Luther, en kijkt vanzelfsprekend uit op de Jüdenstraße.

Deze judensau uit de 13e eeuw zoogt meerdere Joden, terwijl eentje de staart van het dier optilt en in haar darmopening tuurt. Volgens Luther was dit hoe rabbijnen de Talmoed leerden. Luther’s (zelfs voor zijn tijd) rabiate antisemitisme gold ook als inspiratie voor nazipropaganda, reden voor Düllmann om te vorderen dat het beeld verplaatst zou worden naar het Lutherhaus, tegenwoordig een museum. Rechter Volker Buchloh van het Gerechtshof Naumberg oordeelde dat het voorbeeld van middeleeuwse intolerantie mocht blijven, aangezien er een stolperstein-monument onder geplaatst is voor de slachtoffers van de sjoa, met de tekst: ‘Onder het teken van het kruis stierven zes miljoen Joden’. Düllmann heeft hoger beroep aangetekend.

Monument voor de sjoa te Wittenberg, onder de gewraakte judensau

De beroemde beeldenstorm van de 16e eeuw richtte zich tegen afbeeldingen van christelijke heiligen in kerken, niet tegen antisemitische kunst. Momenteel worden wereldwijd in het teken van Black Lives Matter-protesten standbeelden van historische figuren met een racistisch verleden gevandaliseerd en verwijderd. Duits-Israelisch historicus Michael Woffsohn vindt dat antisemitisch middeleeuws erfgoed als de judensau vooral zichtbaar moet blijven: “Wij moeten deze schandvlekken bekritiseren, niet verbergen.”

In Saksen-Anhalt bevindt zich ook Halle, waar in oktober 2019 twee doden vielen bij een aanslag op een synagoge tijdens Jom Kipoer. 

De drie steden genoemd in dit artikel bevinden zich op korte rijdafstand van elkaar.