Kabinet bezorgd over terreurverdachten die ‘mogelijkerwijs gemarteld zouden zijn’

Het Kabinet is bezorgd over berichtgeving dat verdachten die door Israël gearresteerd waren na de bomaanslag waarbij de 17-jarige Rina Shnerb is omgekomen, “mogelijkerwijs gemarteld zouden zijn”. Dat schrijven ministers Blok en Kaag in antwoord op Kamervragen.

Op 23 augustus 2019 vond een dodelijke bomaanslag plaats bij de Ein Bubin-bron, nabij de nederzetting Dolev. De 46-jarige rabbijn Eitan Shnerb en zijn 19-jarige zoon Dvir raakten gewond toen het explosief afging. De 17-jarige Rina kwam bij de aanval om het leven. Na de aanslag heeft de Israelische veiligheidsdienst Shin Bet een aantal terreurverdachten gearresteerd, die allen tot dezelfde PFLP-cel zouden behoren die achter de aanslag zit. Samer Arbid wordt ervan verdacht de celleider te zijn. Arbid was eerder de financieel directeur van de UAWC, en werd de afgelopen jaren regelmatig gearresteerd omdat hij deel uitmaakt van de PFLP.

Een andere medewerker van UAWC, Abdul Razeq Farraj, wordt ook verdacht van betrokkenheid bij de aanslag. Hij zou volgens de aanklacht samen met hoofdverdachte Arbid verantwoordelijk zijn geweest voor het voorbereiden van de aanval. Arbid hield Farraj op de hoogte van alle ontwikkelingen, en de laatstgenoemde rekruteerde ook nieuwe terroristen. Hoewel Farraj sinds 1985 om de haverklap werd opgepakt voor terroristische activiteiten, ging hij 2017 als vertegenwoordiger van de UAWC op de foto met Nederlandse ambtenaren. Beide PFLP’ers ontvingen bovendien tot voor kort salaris uit de Nederlandse subsidiepot. 

Volgens een in augustus verschenen NRC-artikel zouden Arbid en Farraj na hun meest recente aanhouding zijn gemarteld. Dit zou ertoe hebben geleid dat Samer Arbid zijn betrokkenheid bij de aanslag bij de Ein Bubin-bron heeft bekend. Naar aanleiding van het artikel in NRC, dienden Kirsten van den Hul (PvdA), Achraf Bouali (D66), Sadet Karabulut (SP) en Bram van Ojik (GroenLinks) Kamervragen in.

In antwoord hierop laten ministers Stef Blok en Sigrid Kaag weten dat het Kabinet bezorgd is “over de berichten dat meerdere personen die gearresteerd waren na de bomaanslag mogelijkerwijs gemarteld zouden zijn”. Nederland en de EU hebben meldingen ontvangen “van verwondingen en ziekenhuisopname als gevolg van de ondervraging, en stellen dat deze erop kunnen duiden dat de gearresteerde personen mishandeld of gemarteld zouden zijn”, aldus de ministers.

Blok en Kaag bevestigen dat het Israëlisch ministerie van Justitie een onderzoek heeft ingesteld naar de beschuldigingen. “Over het verloop van dit onderzoek zijn nog geen publieke mededelingen gedaan”, zo schrijven de ministers in hun beantwoording.

De minister van Buitenlandse Zaken en de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking melden dat “Israël stelt dat met informatie verkregen tijdens de verhoren nieuwe aanslagen voorkomen zouden zijn”. In reactie hierop laten Blok en Kaag weten dat het Kabinet foltering in alle omstandigheden afwijst en “benadrukt dat het verbod op foltering absoluut is”. De ministers wijzen erop dat Israël partij is van het Verdrag tegen foltering, en dat gebruik van uit foltering verkregen bewijs strijdig is met artikel 15 van dit verdrag. “Nederland heeft bij Israël zorgen over berichten over foltering opgebracht en aangedrongen op respecteren van de rechten van de verdachten”, aldus ministers Blok en Kaag.

Overigens heeft de Palestijnse terreurgroep PFLP inmiddels van Arbid bevestigd dat hij betrokken was bij de bomaanslag waarbij de 17-jarige Rina Shnerb is omgekomen. Op 30 augustus 2020 heeft de PFLP een bericht uitgebracht waarin wordt bevestigd dat Samer Arbid een commandant van de terreurgroep is en betrokken is bij de aanslag bij de Ein Bubin-bron. De gewapende tak van de PFLP – de Abu Ali Mustafa Brigades – heeft tevens op haar Telegramkanaal hetzelfde statement gepubliceerd naar aanleiding van het overlijden van de 82-jarige moeder van de terreurverdachte. In het bericht noemt de PFLP Samer Arbid “de gevangen commandant, een van de helden van de heröische Bubin-operatie“.