Kabinet constructief tegenover het economische deel van het Israëlisch-Palestijnse vredesplan

Nederland staat constructief tegenover het economische deel van het Israëlisch-Palestijnse vredesplan dat onlangs door de Verenigde Staten is onthuld. Dat blijkt uit de antwoorden van ministers Stef Blok en Sigrid Kaag op vragen van CDA-Kamerleden Mustafa Amhaouch en Martijn van Helvert.

Op 25 en 26 juni vond in Bahrein een door president Trumps adviseur en schoonzoon Jared Kushner georganiseerde conferentie om te spreken over economische ontwikkeling in de Palestijnse gebieden en omringende landen. Enkele dagen daarvoor was het economische deel van ‘the deal of the century’ reeds gepubliceerd op de website van het Witte Huis. De rest van het Amerikaanse vredesplan is nog niet bekend.

“Nederland heeft op hoogambtelijk niveau deelgenomen” aan de conferentie in Bahrein, zo laten ministers Blok en Kaag weten. Op Twitter had Geoffrey van Leeuwen, directeur van de afdeling Midden-Oosten en Noord-Afrika, laten weten het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken bij de bijeenkomst te vertegenwoordigen. “Nederland, een langetermijnpartner voor vrede tussen Israëli’s en Palestijnen, steunt op constructieve wijze de focus op economische kansen terwijl het ook de noodzaak van een levensvatbare politieke regeling benadrukt,” aldus Van Leeuwen in een tweet.

Dit standpunt wordt herhaald door ministers Blok en Kaag. “Het kabinet is van mening dat economische ontwikkeling alleen geen oplossing biedt, maar gepaard moet gaan met een politieke oplossing voor het conflict.” “Dat wordt ook door de VS onderschreven”, aldus de bewindspersonen op Buitenlandse Zaken. Blok en Kaag benadrukken “dat alleen een twee-statenoplossing op basis van de grenzen van 1967 kan leiden tot een duurzame politieke oplossing”, en dat deze overtuiging wordt gedeeld door “de EU, de Arabische landen en de brede internationale gemeenschap”. Het Nederlandse Kabinet “roept de VS op om dit uitgangspunt eveneens ondubbelzinnig te onderschrijven”.

De bewindspersonen op Buitenlandse Zaken noemen een aantal van de Amerikaanse voorstellen “interessant”. Veel van de plannen komen overeen met bestaande projecten, zo stellen Blok en Kaag vast. De ministers denken wel dat het economische plan meer draagvlak had kunnen hebben als andere donoren vooraf betrokken zouden zijn geweest en als er “aandacht was besteed aan de gevolgen van de bezetting voor de Palestijnse economie”.

Steun van EU en Nederland
Kamerleden Amhaouch en Van Helvert vroegen de ministers welke economische projecten door de EU ondersteund worden. De CDA-parlementariërs benadrukken hierbij dat de EU de grootste donor in de Palestijnse gebieden is. In de jaren 2017-2020 draagt de EU “jaarlijks gemiddeld EUR 310 miljoen bij”, zo antwoorden Blok en Kaag. Inclusief de bijdragen van lidstaten is sprake van een gemiddelde jaarlijkse totale bijdrage van EUR 616 miljoen. Dit bedrag is voor zowel ontwikkeling in de Palestijnse gebieden als UNRWA, de VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen. De gemiddelde jaarlijkse bijdrage van Nederland is EUR 52,5 miljoen.

In de beantwoording zetten ministers Blok en Kaag de prioriteiten van de Nederlandse steun en concrete voorbeelden hiervan uiteen:

Prioriteiten van de Nederlandse steun betreffen economische ontwikkeling, versterking van de rechtstaat, mensenrechten, water en energie en de opvang van Palestijnse vluchtelingen. Voorbeelden van concrete Nederlandse steun zijn het faciliteren van transport tussen de Palestijnse Gebieden, Israël en Jordanië, programmeeronderwijs in Gaza en de Westelijke Jordaanoever, rechtsbescherming voor vrouwen en minderjarigen, de planning en ontwerp voor een gasleiding naar Gaza, steun voor de overgang van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energie, het stimuleren van export en investeringen in de Palestijnse private sector en het aanwakkeren van ondernemerschap.

Barrières voor ontwikkeling
Amhaouch en Van Helvert wilden ook weten welke barrières in de Palestijnse gebieden economische ontwikkeling tegenhouden, en waar volgens het Kabinet potentie ligt. Ministers Blok en Kaag citeren een onderzoek van de Wereldbank in 2017, waarin naar voren komt dat het “opheffen van Israëlische restricties op de Westelijke Jordaanoever voor een economische groei van ongeveer 33% kan zorgen in 2025.” Voor Gaza zou dit “tot een economische groei van 32% in 2025” kunnen leiden. 

Een andere barrière is volgens het door Blok en Kaag aangehaalde Wereldbank-onderzoek de “zeer uitgebreide dual use lijst die Israël hanteert”. Goederen voor duaal gebruik zijn producten en grondstoffen die voor zowel civiele als militaire doeleinden kunnen worden ingezet. Deze lijst versoepelen zou bij kunnen dragen aan de ontwikkeling van de Palestijnse economie, aldus de Wereldbank. Naar verluidt heeft Israël een aantal restricties voor Gaza op goederen voor duaal gebruik opgeheven, als onderdeel van het bemiddelde staakt-het-vurenakkoord met Hamas.

De bewindspersonen op Buitenlandse Zaken noemen ook een aantal interne restricties bij de Palestijnen, waarbij oplossingen tot economische ontwikkelingen zouden kunnen leiden. Oplossingen voor “Palestijnse wet- en regelgeving die het ondernemingsklimaat bemoeilijken, verbeteren van beroepsonderwijs en herenigen van Gaza en de Westelijke Jordaanoever” zouden tot economische groei kunnen leiden, aldus Blok en Kaag op basis van het Wereldbank-onderzoek.

Jeugdwerkloosheid onder de Palestijnen wordt door Blok en Kaag een groot probleem genoemd. Een aantal van de projecten zoals voorgesteld in het economische deel van het Amerikaanse vredesplan, “zou kunnen helpen met het ombuigen van de huidige negatieve ontwikkeling in Gaza”, aldus de bewindspersonen op Buitenlandse Zaken.

Opvallend genoeg noemen de twee ministers het bij voorbaat afwijzen van het Amerikaanse vredesplan door het Palestijnse leiderschap niet als barrière voor economische ontwikkeling. De afwezigheid van de Palestijnse Autoriteit op de conferentie in Bahrein en hun argumenten daarvoor worden door Blok en Kaag zakelijk uiteengezet, maar de bewindspersonen verbinden hieraan niet de conclusie dat dit geen constructieve houding is. Met het bij voorbaat afwijzen van het vredesplan zet de PA de noodlijdende Palestijnse economie op het spel en komt vrede niet dichterbij.