Kabinet veroordeelt sloop van Arabische gebouwen ten oosten van Jeruzalem

Het Kabinet veroordeelt de sloop van een aantal gebouwen in de wijk Wadi al-Hummus van het dorp Sur Baher, dat ten oosten van Jeruzalem ligt. Dat laat minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok weten in antwoord op vragen van Kamerlid Sadet Karabulut (SP).

Op de nacht van 21 op 22 juli gingen Israëlische autoriteiten over tot de sloop van 13 gebouwen in Wadi al-Hummus. De wijk van Sur Baher valt – zoals afgesproken in de Oslo-Akkoorden – grotendeels onder bestuur van de Palestijnse Autoriteit. De PA had dan ook tien jaar geleden vergunningen afgegeven voor de bouwwerken. Wadi al-Hummus is echter gesitueerd aan de Israëlische zijde van de veiligheidsbarrière. Volgens een in 2012 door Israël uitgevaardigde richtlijn is het verboden om binnen 250 meter van het hek te bouwen, vanwege veiligheidszorgen. Na jarenlang juridisch getouwtrek is Israël vorige maand over tot de sloop van de gebouwen.

Naar aanleiding van de sloop diende Karabulut Kamervragen in. In antwoord hierop laat minister Blok weten dat het Kabinet de sloop veroordeelt. Daarnaast spreekt de bewindspersoon op Buitenlandse Zaken de zorgen uit “dat er nog meer gebouwen zullen worden gesloopt in deze buurt en op andere delen van de Westelijke Jordaanoever”.

Volgens Blok is Israël als bezettende mogendheid “verboden roerende of onroerende goederen te vernielen, behoudens in de uitzonderlijke gevallen waarin militaire operaties een zodanige vernieling noodzakelijk maken”. Wat de “militaire noodzaak” van de sloop – de veiligheidszorgen omtrent het plaatsen van bouwwerken bij de veiligheidsbarrière – betreft, verwijst de minister naar een advies van het Internationaal Gerechtshof. “Het Hof concludeerde dat in dat geval het slopen van gebouwen om redenen van militaire noodzaak niet een voldoende overtuigend argument was”, zo deelt de bewindspersoon op Buitenlandse Zaken mee. Het besluit van het Israëlisch Hooggerechtshof wijkt af van dit advies, aldus minister Blok.

In haar Kamervragen pleit Karabulut voor het “pleiten voor maatregelen tegen Israël zolang het land doorgaat met het schenden van internationaal recht, waardoor een levensvatbare Palestijnse staat steeds verder uit beeld raakt”. In antwoord hierop laat Blok weten dat het Kabinet “zal blijven aandringen op constructieve stappen die vrede en de twee-statenoplossing dichterbij brengen”. De minister spreekt zich hierbij uit voor een eensgezinde Europese aanpak. Bij deze aanpak wordt “geen van de instrumenten van het Europees buitenlands beleid” bij voorhand uitgesloten, aldus de bewindspersoon op Buitenlandse Zaken.