Kamervragen PvdA over ‘apartheid’ artikel NRC

IN NEDERLAND / Door: JOSHUA FRIEDMANN / 25 jan 2021 PVDA TWEEDE KAMER

Kamerlid Kirsten van den Hul (PvdA) heeft naar aanleiding van het misleidend getitelde artikel ‘Apartheid is in Israël al realiteit’ van NRC (paywall) schriftelijke vragen ingediend bij minister Stef Blok van Buitenlandse Zaken. Het artikel zelf is minder ongenuanceerd dan de sensatiebeluste kop, maar de Kamervragen van Van den Hul niet.

PvdA-Kamerlid Kirsten van den Hul (Beeld: Youtube)

Vaak misbruikte term

Aanleiding voor het artikel van Jannie Schipper was een verklaring vorige week van controversiële Israelische mensenrechtenorganisatie B’Tselem, en het rapport The Israeli Occupation of the West Bank and the Crime of Apartheid van Yesh Din uit juni 2020. Het artikel citeert ook een complete weerlegging van deze schandelijke vergelijking met Zuid-Afrika door internationaal rechtenprofessor Eugene Kontorovich.

Hoewel Kontorovich uitgebreid, puntsgewijs, en ten overvloede is ingegaan op de punten die Van den Hul naar voren brengt, wil Van den Hul graag uitleg van minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok over de gang van zaken in het Israelische rechtssysteem, en zijn eigen visie van hoe een tweestatenoplossing eruit zou moeten zien.

De NGO’s beroepen zich vooral op het feit dat in delen van de Westelijke Jordaanoever er twee verschillende (straf)rechtssystemen zijn: Israelische burgers in Gebied C vallen onder de rechtsmacht van reguliere Israelische (straf)rechters, terwijl Palestijnen berecht worden door Israelische militaire rechters. Hierop richten de vragen van Van der Hul voornamelijk.

De reden voor deze twee verschillende systemen is dat Palestijnse burgers onder de Oslo-akkoorden niet onder reguliere Israelische rechtsmacht gelden. Toen Israel zijn rechtsmacht formeel wilde uitbreiden tot gebied C, sprak de wereld luidkeels over ‘annexatie’. De vele ongemakken waar Palestijnen mee te maken hebben die veroorzaakt worden door de reeds 53 jaar durende Israelische controle over de Westelijke Jordaanoever, vloeien voort uit het feit dat de Palestijnse Autoriteit meerdere vredesvoorstellen en de kans op een eigen Palestijnse staat herhaaldelijk weigerde, aldus Kontorovich.

De internationaal rechtenprofessor benoemt ook nog het feit dat de enige wettelijk geregelde etnische discriminatie in het gebied bij de Palestijnse Autoriteit te vinden is.  Naar PA-recht mogen Joden geen vastgoed van Palestijnen kopen, waar theoretisch de doodstraf op staat. “Dit is echter niet de apartheid die B’Tselem bedoelt,” schrijft hij.

Het feit dat B’Tselem niet welkom is in Israelische scholen wegens het eenzijdig demoniseren van Israel, is niet onbegrijpelijk en ook niet in strijd te noemen met de vrijheid van meningsuiting. Het niet uitnodigen naar scholen van politieke groepen die de staat demoniseren, vormt geen inbreuk op hun vrijheid van meningsuiting aldus Kontorovich.

Nederlandse inmenging

B’Tselem kreeg eerder bijna €200.000 van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken om een eenzijdig rapport samen te stellen, waarin de onafhankelijkheid van het Israelische Hooggerechtshof in twijfel getrokken wordt.  Ook dat was niet de eerste keer dat Nederland zich ten nadele van Israel probeerde in te mengen met de Israelische rechtsgang en de internationale opinie over Israel: in 2018 gaf Nederland ook zo’n €200.000 aan NGO’s met als doel opvattingen van de Joodse diaspora te beïnvloeden.