Kamervragen VVD, CU en SGP na bericht antisemitisme op campus

De davidsster zou een “symbool voor genocidale intenties” zijn, een Joodse studente krijgt te horen dat “ze erom had gevraagd” wanneer ze melding doet van antisemitische bedreigingen aan haar adres. Een Joodse studentenorganisatie die in gesprek wil met pro-Palestinabetogers wordt gebrandmerkt als “zionisten die de Joden niet vertegenwoordigen”. Een interview met een student schetst een schokkende sfeer van vijandigheid jegens Joodse medestudenten rondom de Universiteit Maastricht. Reden voor de Kamerfracties van VVD, ChristenUnie en SGP om opheldering te vragen aan de minister van Justitie en Veiligheid.

Het interview met Ethan Bergman is terug te lezen op Isrealnieuws.nl. Volgens Bergman kiezen veel Joodse studenten aan de Universiteit Maastricht ervoor om hun Joodse afkomst of iedere sympathie voor Israel te verbergen, maar zelf ziet hij daar geen heil in.

In het stuk wordt een reeks voorbeelden van antisemitische uitingen genoemd, veelal door anti-Israelactivisten en hun sympathisanten op en rond de universiteitscampus. 

Een aantal van de incidenten is eerder bij CIDI gemeld door verschillende Joodse studenten, apart van elkaar. Rond mei van dit jaar, ten tijde van een reeks anti-Israeldemonstraties, kwamen signalen binnen van een vijandige sfeer jegens Joodse studenten die niet meegingen in de eenzijdige betogingen. Daar werden – soms in het Arabisch – leuzen geroepen als “wij offeren ons bloed en onze ziel voor Gaza” en “Qassam, ga voort, wij zullen hen antwoorden met geweren”. Ook zijn er banners gebruikt die herinneren aan het antisemitische bloedsprookje – het stereotype over Joden en bloeddorst – met teksten als “[Israels] true face is exposed to all: all they want is to see blood. Arab blood, as much as possible – blood, the more the better – blood, the main thing is that Arab blood is spilled”

Een studente sprak zich hiertegen uit in een Facebookgroep waarin voornamelijk medestudenten actief zijn. Daarop ontving ze bedreigende teksten in de trant van “vieze kk jood, ik hoop dat ze de gaskamers weer vol open gaan zetten” en “jouw stinkvolk zal vernietigd worden (…) vieze aidsjood”, aangevuld met ernstig seksistische taal. Toen ze deze en andere incidenten van Jodenhaat in een gesprek met universiteitsmedewerkers aankaartte, werd tegen haar gesuggereerd dat de bedreigingen een persoonlijk conflict betreffen. “Denk je niet dat je het zelf hebt verdiend omdat je onaardig bent geweest?”, werd haar zelfs gevraagd. De studente besloot niet veel later haar studie aan de Universiteit Maastricht stop te zetten. 

De vragenstellers in de Kamer willen van minister Grapperhaus van Justitie weten hoe hij het vertrouwen in het doen van meldingen wil herstellen, en hoe hij ervoor wil zorgen dat bedreigingen met een antisemitisch karakter daadwerkelijk worden opgevolgd door politie en Openbaar Ministerie.

Reactie Universiteit 

CIDI heeft de Universiteit Maastricht gevraagd of het beeld dat in het interview wordt geschetst herkenbaar is, en wat voor beleid gehanteerd wordt tegen racistische haatspraak. Daarop laat het College van Bestuur van de universiteit het volgende weten: 

“De Universiteit Maastricht maakt zich sterk voor een inclusieve cultuur. Als universiteit met een zeer internationale gemeenschap, zijn we ons ervan bewust dat juist in onze diversiteit en inclusiviteit onze kracht schuilt. We stellen ons teweer tegen elke vorm van uitsluiting. We roepen iedereen die enige vorm van discriminatie of intimidatie heeft meegemaakt of gezien heeft binnen onze UM-gemeenschap op, om dergelijke incidenten te melden. Dat kan ook altijd vertrouwelijk.

Het melden van incidenten en het gebruik maken van de UM-regelingen om discriminatie tegen te gaan en aan te pakken, is essentieel. Alleen zo krijgen we een helder en zo compleet mogelijk inzicht in eventuele problemen, scheiden we geruchten van feiten en kunnen we daadwerkelijk tot actie overgaan.

 Afgelopen jaren hebben de collega’s van ons Diversity & Inclusivity Office gesprekken gevoerd met studenten over antisemitisme. Medewerkers of studenten hebben geen klachten ingediend van concrete voorvallen van discriminatie. We blijven oproepen om melding te doen als die voorvallen zich wel voordoen of hebben voorgedaan. Iedereen die aantoonbaar te maken heeft met discriminatie of intimidatie binnen de universiteit, kan rekenen op de steun van de UM.

De UM biedt de mogelijkheid en wil graag faciliteren in een dialoog tussen leden van de UM-gemeenschap over dit onderwerp. Een dialoog waar iedere betrokkene aan kan deelnemen en die recht doet aan ons werken aan een diverse en inclusieve universiteit.”