Kandidaat Tweede-Kamerlid deed vrijwilligerswerk in Israel

Tijdens de Libanonoorlog van deze zomer trokken niet alleen Joodse, maar ook niet-Joodse Nederlanders naar Israel om hun solidariteit te tonen. Zo reisde bijvoorbeeld een delegatie van zes medewerkers van Christenen voor Israel van 19 tot 28 juli dwars door het oorlogsgebied. Andere landgenoten meldden zich aan voor vrijwilligerswerk in de Joodse staat. Onder hen kandidaat-Kamerlid voor het CDA Marjolein Hak.
VN
Momenteel is Hak CDA-raadslid voor het CDA in het Brabantse Werkendam. In 1982 en 1983 woonde zij in Israel, en in 1992 was zij een van de initiatiefnemers voor de oprichting van de economische zusterorganisatie van CIDI: OPTIN (Organization for the Promotion of Trade between Israel and the Netherlands). Hieronder schrijft Marjolein Hak wat haar drijft en wat zij in de Tweede Kamer wil gaan doen.

“In Nederland lopen momenteel tal van solidariteitsacties om Israel en het Joodse volk een hart onder de riem te steken. Momenteel wordt veel ingestoken op de wederopbouw van Noord-Israel.

Zelf ben ik gedurende de oorlog met mijn twee tieners in Israel geweest. Als Sar El-vrijwilliger heb ik bijvoor-beeld bij een voedselproject voor soldaten gewerkt. Waar ik tegenaan liep waren de jonge vaders die een paar uur eerder door het leger werden opgeroepen om huis en haard achter zich te laten om het land te gaan verdedigen. En hiermee (wederom) een veilige toekomst voor hun kinderen te creëren.

Israel werd veelal wereldwijd verweten een oorlog te voeren tegen Libanon, in plaats van dat werd aangegeven dat men zich verdedigde tegen een terroristische aanval op het eigen land en haar volk. Stel je eens voor dat Breda wordt aangevallen door een groep moslem-extremisten. Zou Nederland zich daar dan ook niet tegen mogen verdedigen?

Als CDA-kandidaat voor de Tweede Kamerverkiezingen sta ik ervoor dat het CDA duidelijk en krachtig haar visie uitspreekt. Daarbij ben ik van mening dat de strijd in het Midden-Oosten niet slechts een kwestie is van de Arabische wereld versus de Joodse staat. Nee, kijk maar naar de terreuraanslagen van moslimextremisten op Taba, Istanbul, e.d., waarbij gematigde moslimbroeders werden aangevallen. En de aanvallen op bijvoorbeeld de Londense metro, de treinen in Madrid en het WTC. De strijd van moslimfundamentalisten is een strijd tegen de “westerse verdorvenheid”. Onze westerse cultuur dus, die sterk wordt bepaald door de democratische, joods-christelijke identiteit.

Nieuwkomers in Nederland moeten integreren door middel van participatie. De integratie van Joden in Nederland zou hierbij model kunnen staan. De samenleving moet daarnaast opnieuw een consensus vinden tussen de vrijheid van levensbeschouwing enerzijds en gevoel van veiligheid en sociale cohesie anderzijds. Daarom is er tevens een actief beleid nodig om misbruik van de vrijheid van meningsuiting bijvoorbeeld in de vorm van haat zaaien en opruiing strafrechtelijk te vervolgen.”