Kat en muis

IN ISRAEL / Door: WEBMASTER / 18 nov 1998 ANTISEMITISME HAMAS IRAN VS

Met de belofte de UNSCOM-waarnemers geen strobreed meer in de weg te leggen, heeft president Saddam Hoessein andermaal op het nippertje een Amerikaans bombardement op zijn land voorkomen. Zes B-52’s met twintig kruisraketten aan boord waren zaterdagochtend al opgestegen om hun missie uit te voeren, toen een brief uit Bagdad aan Kofi Annan duidelijk maakte dat Irak onder de Amerikaanse druk bezweken was. In menig land werd opgelucht ademgehaald. Ook in Israel, hoewel daar maar weinigen geloofden dat Israel doelwit van een Iraakse represaille zou worden.

door Ronny Naftaniel

De vraag is of die opluchting wel terecht is. Het mag dan zo zijn dat het continueren van de werkzaamheden van UNSCOM, waarin eerste-klas biologen en scheikundigen zitten, de beste garantie biedt voor het ontmantelen van de Iraakse biologische en chemische wapens, de wijze waarop dit steeds weer moet worden afgedwongen is mateloos irritant. Voor de tweede maal binnen een jaar heeft Saddam Hoessein de Amerikaanse supermacht feitelijk voor gek gezet. De Amerikanen worden uitgelokt om voor miljoenen dollars aan wapens in de Golf bijeen te brengen en als puntje bij paaltje komt, bindt de Iraakse despoot in. Je zou bijna geloven dat er bij de Amerikaanse defensietop of bij die van de bondgenoten een spion zit die president Saddam Hoessein precies op tijd waarschuwt concessies te doen. De militaire les die de Amerikanen uit dit kat-en-muis-spel dienen te trekken, is dat ze moeten stoppen met de langdurige wapenopbouw voorafgaand aan geplande bombardementen. Voortaan behoren er, als Saddam Hoessein weer eens zijn afspraken schendt, onmiddellijke acties van de VS-troepenmacht ter plaatse te volgen. De vliegdekschepen en de Amerikaanse bases in de Golf zijn voldoende uitgerust om Irak een forse tik te kunnen geven.

Politiek en humanitair gesproken zou het nog beter zijn als de wereldgemeenschap, de VS voorop, haast maakt met het militair en financieel steunen van Irakese – niet-sji’itische – oppositionele krachten die het regime van Saddam Hoessein omver willen werpen. Uit het feit dat dit nog niet gebeurd is, blijkt dat het een lastige opgave is. De VS wil voor alles voorkomen dat Saddam vervangen gaat worden door iemand uit de Sji’itische oppositie, die uitstekende banden met Iran onderhoudt. Aan uitbreiding van de invloed van het moslimfundamentalisme heeft niemand in de regio behoefte. Maar met de honderden miljoenen dollars die nu besteed worden aan het steeds weer mobiliseren van de Amerikaanse troepenmacht in de Golf moet het toch ook mogelijk zijn voldoende Irakezen op te leiden, die hun land voor eens en altijd gewapenderhand willen verlossen van deze despoot. Het wordt thans hoog tijd dat de wereldgemeenschap alle creatieve mogelijkheden aangrijpt, die er toe zouden kunnen leiden dat het Irakese volk een toekomst zonder honger, uitbuiting en onderdrukking en de Golf een periode van stabiliteit tegemoet gaan.