Kuzu vangt bot bij minister na Kamervragen over CIDI-lesboek

DENK-voorman Kuzu had maar liefst twaalf Kamervragen ingediend over de CIDI-uitgave, maar ving bot bij minister Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs). De minister ziet namelijk geen enkele reden om zich negatief uit te laten over de lesmethode over het Israelisch-Palestijns conflict. 

De onlangs door CIDI gelanceerde lesmethode over het Israelisch-Palestijnse conflict heeft grote opschudding teweeggebracht bij Tunahan Kuzu. De fractievoorzitter van DENK, die een heuse obsessie lijkt te hebben met CIDI, stelde in december 2018 zelfs Kamervragen over deze “ongewenste beïnvloeding”. Kuzu, die bekendstaat om zijn steun aan het regime van Erdogan en zijn weigering de Armeense genocide te erkennen, meent bovendien dat CIDI “niet langer serieus is te nemen als gesprekspartner van de regering”. 

Tunahan Kuzu bij de interruptiemicrofoon. Bron: Tweede Kamer

Vrijheid van onderwijs
Als Kuzu had gehoopt dat hij minister Slob met zijn Kamervragen tot negatieve uitspraken over CIDI zou kunnen verleiden, is die hoop inmiddels volledig vervlogen. In zijn beantwoording van de Kamervragen weigert de minister keer op keer om de educatieve activiteiten van CIDI te veroordelen, en zegt hij geen enkele reden te zien om CIDI uit te sluiten als mogelijke gesprekspartner. Bovendien benadrukt de minister dat het organisaties zoals CIDI vrij staat om onderwijsmaterialen aan te bieden aan scholen. Het is vervolgens aan scholen zelf om te bepalen of zij hiervan gebruik willen maken. Slob voelt dan ook geen enkele behoefte om een oordeel uit te spreken over de recent uitgegeven CIDI-lesmethode, of over de onder studenten zeer populaire jaarlijkse CIDI-Collegereeks (je kunt nog steeds deelnemen). 

Absurde complottheorie
In zijn twaalf Kamervragen heeft Kuzu het niet alleen over CIDI, maar doet hij ook de absurde aantijging dat Israel banden zou onderhouden met “antisemitische regimes”. Afgelopen oktober probeerde de DENK-leider deze merkwaardige complottheorie, die geen enkele feitelijke basis heeft, onder de aandacht te brengen bij minister Blok (Buitenlandse Zaken). Blok gaf aan dat het kabinet geen informatie heeft die het verhaal van Kuzu ondersteunt, en verwees het fabeltje naar de prullenbak. Ook stelde Blok dat hij geen enkele reden zag voor het kabinet om zich uit te spreken over het pro-Israelische werk van CIDI. 

Nadat Blok weigerde om mee te gaan met de anti-Israelische stemmingmakerij van Kuzu, besloot de DENK-voorman kennelijk om het bij het ministerie van Onderwijs te proberen. Die liet zich echter niet van de wijs brengen door het merkwaardige complotverhaal, en verwijst naar de eerder gegeven antwoorden van minister Blok. 

Kuzu: Bent u van oordeel dat een organisatie als het CIDI dat zich weigert uit te spreken over de bewezen banden die door de regering van Israël worden onderhouden met antisemitische regimes, nog langer serieus is te nemen als gesprekspartner van de regering? Zo ja, waarom?

Slob: Nee. Het kabinet herkent zich niet in het beeld dat Israël ‘bewezen banden’ onderhoudt met ‘antisemitische regimes’. Zie voorts het antwoord op vraag 5, en de beantwoording op de Kamervragen van het lid Kuzu aan de Minister van Buitenlandse Zaken, ingezonden op 9 oktober 2018, met kenmerk 2018Z17949.

Het is dus niet de eerste keer dat Kuzu probeert een anti-Israelische complottheorie de wereld in te brengen en de reputatie van CIDI probeert te besmeuren. Het zal voor de DENK-politicus teleurstellend zijn dat zijn aantijging ook deze keer niet serieus wordt genomen. Het valt te hopen dat het Kamerlid zich voortaan zal richten op zaken die er wél toe doen, en het politieke debat niet langer vervuilt met zijn CIDI-obsessie en aperte nonsens.