Lesje geschiedenis

De Joodse jongeren die de pro-Israel demonstratie zondag hebben georganiseerd, verdienen alle lof. De bijeenkomst straalde verbroedering en waardigheid uit. Deze sfeer stond in schril contrast met de uitbarsting van Jodenhaat op de betoging ‘Stop de oorlog tegen de Palestijnen’. “Joden zijn honden, dood aan de Joden”, klonk het op de Dam.

door Ronny Naftaniel

Het is stuitend dat verwarde geesten als imam Haselhoef begrip opbrengen voor dit soort uitingen. In het programma Buitenhof verklaarde de imam dat er onder allochtonen niet zozeer sprake is van antisemitische, maar van anti-Israel gevoelens. “Wat nu in Jenin gebeurt, is te vergelijken met wat de Joden in de oorlog overkomen is.” De hakenkruizen waren niet tegen de Joden in Nederland gericht, aldus Haselhoef maar stonden “symbool voor de verbondenheid met de Palestijnen”.

Afgezien van de gotspe om alle allochtonen onder één noemer te plaatsen, zou de imam eens een lesje geschiedenis moeten krijgen. Naar het geweld in Jenin wordt een onderzoek ingesteld, maar één ding staat vast: van een massamoord was geen sprake. Jenin vergelijken met de gaskamers van Auschwitz is een groteske overdrijving. Door dit te doen verklaart hij de Israeli’s en alle mensen die met hen sympathiseren feitelijk vogelvrij. Want als de Israeli’s en hun vrienden nazi’s zijn, dan is er niets op tegen hen aan te vallen, te beledigen of hun eigendommen te vernietigen. In heel Europa is deze schaamteloze tendens zichtbaar. Curieus is trouwens zijn gedachte dat nota bene het hakenkruis het symbool vormt van de lotsverbondenheid met de Palestijnen.

Intussen zitten we wel met een levensgroot probleem. Als een deel van de Islamitische jongeren op deze manier met de Joden en de Holocaust omgaat heeft het integratiebeleid gefaald. De haatdragende en ophitsende beelden die dagelijks door de Arabische televisie over Israel worden uitgezonden beklijven bij deze Islamitische jongeren beter dan de tolerante cultuur van Nederland. Waarschijnlijk komt dat door het gevoel van ‘er niet bij horen’ dat onder tweede generatie immigranten leeft, maar ook door het te vrijblijvende karakter van het Nederlandse integratiebeleid. Van nu af moet haarscherp worden duidelijk gemaakt waar de grenzen van onze rechtsorde liggen. Imams die homoseksualiteit een gevaar voor de samenleving noemen moeten bestraft worden, tasjesdieven moeten niet meer na een verhoor worden vrijgelaten en wie roept “Hamas, Hamas, Joden aan het gas”, wordt op de bon geslingerd. Op scholen, met name die in het bijzonder onderwijs, dient ruime aandacht gegeven te worden aan de inhoud van democratie, godsdienstvrijheid en respect voor andere culturen. Alleen op deze wijze valt er in Nederland in de toekomst op fatsoenlijke wijze te leven.