Likoed onderzoekt regering van nationale eenheid

Vorige week beraadslaagden premier Netanjahoe, de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie, alsmede vertegenwoordigers van het ministerie van defensie over de opties voor een definitieve status van de Palestijnse gebieden. Het ziet er naar uit dat Netanjahoe’s beleid gericht is op het realiseren van een brede nationale consensus. De Israelische premier zoekt naar een compromis dat acceptabel is voor zowel het kabinet als voor de Avoda.

Over de plannen die binnen de Israelische regering leven hebben al besprekingen plaatsgevonden met leden van deze oppositiepartij. Deze gesprekken vinden onder meer plaats in een werkgroep bestaande uit Likoed- en Avodaleden onder voorzitterschap van Michael Eitan (Likoed) en Jossi Beilin (Avoda) en onder auspicien van het Israeli Democracy Institute.

Dit overleg, alsmede het bezoek van Ariel Sharon aan Sjimon Peres en de ontmoeting tussen Chaim Ramon en David Levy, lijken erop te wijzen dat Netanja- hoe de mogelijkheden voor de vorming van een regering van nationale eenheid serieus onderzoekt. Regeringswoordvoerders ontkennen dat er plannen in die richting bestaan. Maar de opmerking van Jossi Beilin dat de Avoda en de Likoed “meer gemeen hebben dan over het algemeen wordt aangenomen” wakkeren de speculaties over de vorming van een regering van nationale eenheid aan. Beilin, een van Peres’ trouwste aanhangers, heeft zich inmiddels kandidaat gesteld voor het lijsttrekkerschap van de Avoda. De verkiezingen daarvoor vinden plaats op 3 juni 1997.

Samen met Machmoed Abbas, lid van de Palestijnse Raad, ontwierp Beilin een voorstel voor een definitieve regeling met de Palestijnen. Het plan van Beilin, dat ook in de werkgroep is besproken, voorziet in de annexatie van de grote Joodse nederzettingen op de Westoever in ruil voor een aan de Egyptische grens gelegen gebied en een gedemilita- riseerde Palestijnse staat. Kolonisten in niet-geannexeerd gebied zullen het Israelische staatsburgerschap behouden, maar onder Palestijnse soevereiniteit leven. Het Israelische leger blijft gelegerd aan de Jordaanse grens. Palestijnse vluchtelingen kunnen niet terugkeren naar Israel, maar wel naar de Palestijnse staat. Jeruzalem blijft de ongedeelde hoofdstad van Israel, terwijl de Palestijnse hoofdstad gevestigd wordt in Aboe Dis, even buiten Jeruzalem. De moskeeen op de Tempelberg vallen niet onder Israelische soeverei- niteit; deze zullen door de Palestijnen worden bestuurd. Over dit Beilin/Abbas-plan is een opiniepeiling gehouden. Van degenen die zich in het plan konden vinden, stemde tijdens de premierverkiezingen van mei jl. 34,1% voor Netanjahoe.

Beilins voorstel is een van de elf ideeen die op dit moment in regerings- en parlementaire kring circuleren voor een definitieve regeling met de Palestijnen. Uit de voorstellen van Michael Eitan, co-voorzitter van de werkgroep, blijkt dat Likoed en Avoda het inderdaad op een aantal belangrijke punten met elkaar eens zijn: Jeruzalem dient onder Israelische soevereiniteit te blijven, de Palestijnse gebieden zullen gedemilitariseerd blijven; Israel behoudt de beveiliging aan de externe grenzen. Eveneens zijn beide partijen het erover eens, dat niet teruggegaan zal worden naar de grenzen van 1967 en dat nederzettingen niet geevacueerd zullen worden. Ook is het mogelijk het met elkaar eens te worden over het recht op terugkeer van de Palestijnen, aldus het plan van Eitan. Op dit moment kan de Likoed echter nog geen ‘ja’ zeggen tegen een Palestijnse staat, wel tegen uitbreiding van zelfbestuur.

De overige negen voorstellen varieren van een gezamenlijke Israelische-Palestijnse gemeenteraad voor Jeruzalem en het terugtrekken naar de grenzen van 1949 (Merets) tot en met het annexeren van de Palestijnse gebieden (Moledet).