Marokkaanse koning steunt Holocausteducatie

De Marokkaanse koning Mohammed VI heeft de Holocaust ”een van detreurigste hoofdstukken in de moderne geschiedenis” genoemd. Hij steunteen Parijse campagne die moslims hierover moet voorlichten. Mohammed VI wordt internationaal in het zonnetje gezet; het is donderdag tien jaar geleden dat hij de troon besteeg en de bijnaam ”the cool king” kreeg.

In de islamitische wereld bestaat veel onwetendheid over de Holocaust. Die wordt bovendien op grote schaal ontkend of gebagatelliseerd, doordat er wordt beweerd dat ''Israel nu hetzelfde doet met Palestijnen''. Vooral tijdens de Gaza-actie leidden dit soort uitspraken op grote schaal tot jodenhaat. De Marokkaanse koning gaf kort daarna enig tegenwicht; in maart liet hij in Parijs uit zijn naam een speech voorlezen waarin hij onder meer schreef dat de Holocaust ''de universele erfenis van de mensheid'' is, bericht de Washington Post nu. Donderdag is het tien jaar geleden dat Mohammed VI de troon besteeg.

Mohammeds speech markeerde de start van het ''Aladinproject'', een initiatief van de Parijse Stichting voor de Herdenking van de Shoa. Doel van het project is moslims te informeren over de Holocaust door onder meer belangrijke werken zoals het dagboek van Anne Frank te vertalen naar het Arabisch en het Farsi. De vertalingen zijn te krijgen op internet en worden, schrijft de Washington Post, in Iran ''onder de toonbank verkocht''. Tot nu toe werden juist Holocaust-ontkennende teksten in die talen uitgegeven, vaak met subsidies vanuit Iran. 

Volgens de directeur van het Parijse herinneringsinstituut was dit de eerste maal dat een Arabisch staatshoofd zich zo duidelijk uitsprak over de Holocaust.

Marokko had ooit een grote Joodse gemeenschap die er lange tijd relatief rustig leefde, zij het als tweederangsburgers (dhimmi). In 1948 woonden er nog ongeveer 225.000 Joden. Maar na het uitroepen van de Staat Israel in 1948 was het afgelopen met die rust; tijdens bloedige rellen in Oujda and Djerada werden zeker 44 Joden vermoord en veel anderen gewond. Daarna vluchtten al Marokkaanse Joden naar Frankrijk, de VS en Israel. Die vlucht werd massaal in de jaren na 1953; er was toen weer een pogrom in Oujda en in 1954 vielen er doden bij pogroms in Casablanca, Rabat, en Petitjean. Er werd geplunderd en scholen van de Alliance IsraéliteUniverselle in onder meer Boujad en Mazagan werden in brand gestoken. Men vreesde dat dit nog erger zou worden na de onafhankelijkheid van Marokko, die toen al te voorzien was en in 1956 een feit werd. 

Joden werden daarna voor het eerst volwaardige burgers van Marokko, maar er werden wel allerlei beperkingen (op emigratie, eigen scholen enz.) opgelegd en de uittocht bleef voortduren. Sindsdien waren er regelmatig oplevingen van antisemitisme ''in de straat'', maar de vader van de huidige koning, Hassan II, was een zeer gematigd man die hier niet aan meedeed. Hij was onder Joden bijzonder populair. De huidige koning Mohammed VI neemt eenzelfde houding aan als zijn vader. 

Op dit moment wonen er nog maar zo''n drie- tot vijfduizend Joden. Een van hen, Andre Azoulay, is een belangrijk adviseur van de Marokkaanse koning. Hij is mede-oprichter van het Aladinproject. Een van de doelstellingen is, zegt hij, om ''het Westen te laten zien dat moslims niet vijandig staan jegens Joden''. Het programma wil er ook voor zorgen dat ''iedereen verschil kan maken tussen oneerlijke politiek van Israel en respect voor het jodendom'', zei de ambassademedewerker die in Parijs de speech van Mohammed voorlas.