Meer dan 5.000 huizen in nederzettingen goedgekeurd

IN ISRAEL / Door: JOSHUA FRIEDMANN / 16 okt 2020 NEDERZETTINGEN

De Israelische regering heeft op de dag van de Knessetstemming over het vredesverdrag met de VAE duizenden huizen in nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever goedgekeurd. Het gaat zowel om bouwvergunningen voor nieuwe huizen als legalisering van reeds bestaande, oorspronkelijk illegale woningbouw.

Woningbouw in Bruchin in Samaria (Foto: NYT)

Donderdag werd nog tijdens de Knessetbijeenkomst over het vredesakkoord 3.122 woningen voorbij de Groene Lijn goedgekeurd, waarmee in totaal 5.288 huizen in twee dagen groen licht kregen.

In de meeste gevallen (4.948) ging het om vergunningen voor nieuwe bouwwerken, maar er werden ook honderden illegaal gebouwde huizen met terugwerkende kracht goedgekeurd. Het gaat om de eerste bouwvergunningen in nederzettingen die in zeven maanden zijn toegekend. Daarmee komt abrupt een eind aan een korte de facto nederzettingenbouwstop. 

Daarmee staat de teller op 9.333 huizen in nederzettingen die dit jaar goedgekeurd zijn, en nog eens 3.196 huizen in het gebied E1, tussen Ma’ale Adoemim en Oost-Jeruzalem. De Yesha Council, een samenwerking van nederzettingsburgermeesters, viert de nieuwe vergunningen als een overwinning: “woningbouw in nederzettingen moet geen ruilmiddel zijn voor vredesdeals”.

“Netanyahu verdraait de prioriteiten van Israel, en komt een kleine extremistische minderheid met deze bouwvergunningen tegemoet,” moppert Israelische NGO Peace Now, die ook uithaalt tegen de coalitiepartners van de premier. “Defensieminister Benny Gantz (Blauw Wit) buigt nu ook voor de ‘Groot-Israel’ nederzettingenagenda, wat in feite een permanente, ondemocratische één-staatsituatie veroorzaakt.”

Borrell: ‘Israel moet besluit terugdraaien’

EU-Hoge Vertegenwoordiger Josep Borrell is ook niet te spreken over de goedkeuring van de huizen. “Nederzettingen zijn volgens het internationaal recht illegaal. Zoals consequent aangegeven, zal de EU geen wijzigingen erkennen aan de grenzen van vóór 1967, ook niet met betrekking tot Jeruzalem, behalve die welke door de partijen zijn overeengekomen”.

Borrell maakt hier de fout te spreken over grenzen, in plaats van over bestandslijnen. De Westelijke Jordaanoever werd na de Israëlische onafhankelijkheidsoorlog van 1948 geannexeerd door Jordanië. Tijdens de Zesdaagse Oorlog in 1967 veroverde Israël de Westoever nadat Jordaanse artillerie de Joodse staat onder vuur nam.

Onder de Oslo-akkoorden van 1993 getekend tussen Israël en de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO), is de Westoever verdeeld in drie verschillende gebieden – A, B en C. Zone A valt geheel onder de Palestijnse Autoriteit (PA). In zone B is de administratie in handen van de PA maar de veiligheid in handen van Israël. Zone C is geheel in Israëlische handen en valt onder de militaire wetgeving in Israël. De bedoeling was dat de Oslo-akkoorden een opmaat naar een permanente tweestatenoplossing zou zijn, maar latere onderhandelingen hebben niet tot een dergelijke overeenkomst geleid.

Volgens Borrell vormt de goedkeuring van de huizen een “bedreiging voor de huidige pogingen om het vertrouwen te herstellen” tussen Israel en de Palestijnen. Hij roept de Israelische regering dan ook op het besluit terug te draaien en te “stoppen met het voortdurend uitbreiden van nederzettingen”. De EU-Hoge Vertegenwoordiger roept de partijen op stappen te nemen “om het vertrouwen top te bouwen en de samenwerking te herstellen in lijn met eerdere overeenkomsten en met volledige eerbiediging van het internationaal recht”.

Visa VN-medewerkers stopgezet

Naar aanleiding van de publicatie door de VN van een lijst van 112 bedrijven die zaken doen op de Westelijke Jordaanoever, heeft Israel geweigerd de visa te verlengen van de meeste werknemers van het UN Office of the High Commissioner for Human Rights (OHCHR). Het ging om de enige dergelijke zwarte lijst die de VN heeft opgesteld, voor welk land dan ook. Aangezien deze medewerkers vanwege de coronapandemie al vanaf huis werkten, heeft de weigering van hun visa volgens OHCHR “weinig operationele impact gehad.”

Toenmalig minister van Strategische Zaken Gilad Erdan (Likoed) klaagde in februari al dat de zwarte lijst van de VN werd opgesteld “in samenwerking met NGO’s gelieerd aan de PFLP.”