Meeste zelfmoordterroristen zijn jong en goed opgeleid

In de tien jaar sinds het sluiten van de Oslo-akkoorden (13 september 1993) en 14 augustus 2003 werden 303 Palestijnse zelfmoordterroristen op Israelische doelen afgestuurd, waarvan 80 procent in de periode sinds 29 september 2000.

Van de 303 aanslagen ‘lukten’ er 164 (55 procent) in die zin dat de terroristen erin slaagden zichzelf en anderen op te blazen. Tot de ‘mislukte’ aanslagen worden naast ‘slachtofferloze’ ook ‘bedrijfsongevallen’ gerekend (het niet, of het te vroeg ontploffen van explosievengordels).

In de eerste zeven jaar (september 1993 – september 2000) werden zelfmoordaanslagen uitsluitend gepleegd door Hamas en de Islamitische Jihad en was 70 procent van de aanslagen succesvol (43 van de 61). In de afgelopen drie jaar pleegden naast Hamas en de Islamitische Jihad ook seculiere organisaties, waaronder Arafats Fatahbeweging en het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP) zelfmoordaanslagen. Het succespercentage zakte naar 50 procent (121 van de 242), waarbij het opmerkelijk is dat terroristen van Hamas steeds het ‘hoogste scoren’, zowel wat betreft het met dodelijk gevolg uitvoeren van de operaties en waar het gaat om de aantallen gemaakte slachtoffers.

De overgrote meerderheid van de zelfmoordterroristen was alleenstaand (87 procent) en jong (76 procent in de leeftijdsgroep 17-23 jaar). Van de zelfmoordterroristen die zich de afgelopen drie jaar opbliezen had 38 procent een universitaire opleiding en had 47 procent de middelbare school afgemaakt.

Uit een recente opiniepeiling in de autonome Palestijnse gebieden blijkt dat 60,2 procent van de Palestijnen het plegen van aanslagen tegen Israel toejuicht en dat 88,8 procent niet wil dat maatregelen tegen Hamas en de Islamitische Jihad worden genomen.