Midden-Oostenbeleid moet evenwichtiger

Vooruitlopend op het aftreden binnenkort van minister Hans van Mierlo van Buitenlandse Zaken vroeg CIDI een aantal Kamerleden hun visie te geven op het Midden-Oostenbeleid dat de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken zou moeten gaan voeren.

Europa

Tijdens het ministerschap van Van Mierlo heeft Nederland zich voor wat betreft zijn Midden-Oostenpolitiek (te) vaak gevoegd naar de Europese politiek. Dat vindt een aantal door CIDI geïnterviewde Kamerleden. Het sterkst in die overtuiging is André Rouvoet (GPV). Van Mierlo was volgens hem een man die zijn standpunt pas bepaalde na overleg en die niet een eigen Midden-Oostenbeleid had: “Nederland voegt zich teveel naar de EU of andere internationale organisaties. Als wij een eigen drugsbeleid kunnen voeren, kunnen wij dat ook op het gebied van het Midden-Oosten. Vaak was een Nederlands standpunt – ook op andere buitenlandse terreinen – onduidelijk. Na een EU-besluit bleek het Nederlandse beleid dan meestal daarmee in overeenstemming”. Bert Koenders (PvdA) is van mening dat de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken moet trachten binnen de EU de “complementariteitsgedachte met de VS actiever vorm te geven, bijvoorbeeld op het gebied van de economische samenwerking binnen de regio”. Agnes van Ardenne (CDA) wijst op de speciale band tussen Israel en Nederland. Om die reden heeft Nederland volgens haar dan ook een andere positie dan de overige EU-landen. “Maar het moet ook blijken dat wij een bijzondere relatie met Israel hebben. Een eigen Nederlands standpunt had binnen de EU bv. pregnanter naar voren gebracht kunnen worden. Natuurlijk is het te prefereren binnen de EU tot een consensus te komen.” Frans Weisglas (VVD) wijst op de Verenigde Staten: “Het is belangrijk dat Europa zich niet losweekt van de VS. Nederland zou er actief op moeten toezien dat dat niet gebeurt”. Jan Hoekema (D66) noemt in dit kader het feit dat Europa het vredesproces financieel enorm steunt: “Natuurlijk moeten wij de invloed van Nederland binnen de EU en van de EU als geheel op het vredesproces niet overschatten, maar het kan ook niet zo zijn dat Europa slechts de geldschieter is”.

Eenzijdig beleid

Zowel Weisglas als Van Ardenne en Rouvoet brengen het belang van een evenwichtig Midden-Oosten beleid naar voren. In dit kader noemt Van Ardenne het bezoek van Van Mierlo aan het Orient House: “Nederland moet rekening houden met gevoeligheden. Ik hoop dat de nieuwe minister meer prudent zal handelen”. Ook Rouvoet is die mening toegedaan: “Er wordt veel te veel gekeken naar de Israelische schendingen van de Oslo-akkoorden en veel minder naar die door de Palestijnen”. Hoekema kent de kritiek op zijn partijgenoot Van Mierlo maar is het daarmee niet eens: “Van Mierlo heeft de juiste balans gevonden in de bijzondere vriendschap die Nederland met Israel heeft. Vanuit die vriendschap kun je ook kritiek geven. Tegelijkertijd had Van Mierlo oog voor de noodzaak de Palestijnse factor serieus te nemen. Dat beleid zou moeten worden voortgezet”.

Palestijnse staat

De Franse uitspraak een Palestijnse staat te erkennen indien Arafat deze mei 1999 zal uitroepen, achten allen prematuur. Weisglas: “Wij moeten nu niet vooruit lopen op datgene wat door Oslo is bepaald. De partijen moeten het in de akkoorden afgesproken schema volgen.” Van Ardenne en Hoekema laten zich in dezelfde zin uit. Rouvoet beschouwt Arafats uitlating zelfs als een struikelblok voor het vredesproces: “Men dient zich daarom te hoeden steun te geven aan zo’n stap”.

Koenders is van mening dat Nederland gebruik moet maken van zijn goede en speciale relaties met Israel en de Palestijnse Autoriteit om op beide partijen druk uit te oefenen de Oslo-akkoorden onverkort uit te voeren. “Erkenning van een Palestijnse staat kan daarvan een uitvloeisel zijn.”

De nieuwe minister van Buitenlandse Zaken zal vermoedelijk snel na het zomerreces zijn of haar visie op het Nederlandse Midden-Oostenbeleid geven. De PvdA, aldus Koenders, heeft in een brief om een debat gevraagd over de mensenrechtensituatie in het Midden-Oosten en het vredesproces.