Minister beantwoordt meerdere Kamervragen over betalingen aan omstreden ngo’s

IN NEDERLAND / Door: LUUK SMIT / 16 jul 2021 NGO'S TWEEDE KAMER UAWC

Recentelijk hebben meerdere Kamerleden vragen gesteld over de Nederlandse financiering van Palestijnse ngo’s die banden hebben met de terreurorganisatie PFLP. De vragen van respectievelijk Wybren van Haga (GvH), Chris Stoffer/Don Ceder (SGP/CU) en Marielle Paul (VVD) gaan allemaal in op de wijze waarop Nederlands hulpgeld terecht kon komen bij omstreden ngo’s.

Zo vroeg Van Haga om garanties dat er geen Nederlands geld terecht komt bij Palestijnse hulporganisaties die volgens Israelische inlichtingenbronnen banden hebben met de PFLP. Ook vraagt hij zich af wat de minister heeft gedaan met eerdere Israelische waarschuwingen over omstreden ngo’s.

De minister benadrukt dat er momenteel alleen indirect geld gaat naar UAWC en stelt daarbij dat in de gesprekken met de Israelische minister van Buitenlandse Zaken Yair Lapid heeft gevraagd om meer informatie, die hij heeft toegezegd. Enige informatie die verkregen is van de inval bij het UAWC-kantoor zou Nederland ook graag willen ontvangen van Israel.

Daarnaast benadrukt de minister dat het onderzoek naar de UAWC en de banden met de PFLP naar aanleiding van de onthulling dat twee medewerkers van de UAWC betrokken waren bij de bomaanslag waarbij de 17-jarige Rina Shnerb omkwam, nog steeds gaande is. Minister Kaag (D66) zegt toe dat als het onderzoek klaar is, het aan de Kamer zal worden aangeboden.

Stoffer en Ceder stellen meerdere vragen over de situatie betreffende de Palestijnse ngo’s en hebben ook enkele vragen over de UNRWA-schoolboeken. Zo vragen zij om een lijst van Palestijnse ngo’s die geld van Nederland ontvangen. De minister zegt in respons dat deze lijst op de website www.nlontwikkelingssamenwerking.nl te vinden is. Betreffende informatie over Europese hulpgelden, waar Stoffer en Ceder tevens naar vragen, verwijst de minister de Kamerleden naar verschillende websites van de Europese Commissie. Daarbij stelt de minister dat het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF) bezig is met een onderzoek naar de Palestijnse ngo’s.

Stoffer en Ceder vragen ook naar de situatie rond de schoolboeken van UNRWA, die niet zo neutraal bleken te zijn als deze organisatie graag deed geloven. Zij vragen naar de stand van zaken over de interne review en nieuw opgezette controlemechanismen. Minister Kaag schrijft daarover: “Om in de toekomst te voorkomen dat kwalijk lesmateriaal bij de scholieren terecht komt, heeft UNRWA begin 2021 een centraal, digitaal lesplatform gelanceerd, waarbij een drie-laags controle systeem is opgezet ter beoordeling van alle inhoud en daarmee de waarborging dat al het materiaal dat aan de leerlingen ter beschikking worden gesteld voldoet aan de VN-principes en waarden. De drie controlelagen bestaan uit de landenkantoren, het onderwijsdepartement op het UNRWA hoofdkantoor en de neutraliteitscoördinator.”

In antwoord op de vragen van Paul schrijft de minister: “Het kabinet verwacht van alle partners waarmee wordt samengewerkt dat zij zich niet schuldig maken aan terrorisme, aanzetten tot geweld, haat zaaien of andere activiteiten die strijdig zijn met vigerende wetgeving en het Nederlands buitenlands beleid. Het ministerie neemt berichten over mogelijke banden met terroristische organisaties en/of fraude serieus.” Zij herhaalt dat Nederland Israel om meer informatie over de banden tussen ngo’s en de PFLP heeft gevraagd. Paul vroeg ook waarom Nederland alsnog indirect de betaling heeft herstart aan UAWC, waarop de minister stelt: “Het besluit om boeren en ondernemers alsnog te betalen voor gedane arbeid is genomen om  te voorkomen dat zij aanzienlijke economische schade leiden bij nog langer uitstel van betaling, te midden van de COVID-19 pandemie.” Daarbij stelt zij wel dat die betalingen plaatsvinden buiten UAWC om, dus zonder dat er financiële middelen bij UAWC terecht komen. Een onafhankelijke auditor is gevraagd om controles te doen vooraf en achteraf op deze betalingen aan de boeren en aannemers.