Minister in beantwoording Kamervragen: Jodenvervolging moet aan bod komen in lesstof

Een groep scholieren tijdens les bij het Nationaal Monument Kamp Vught. Beeld: uitzending Nieuwsuur van 26-1-2020

Minister Slob voor Basis- en Voorgezet Onderwijs heeft Kamervragen beantwoord over de staat van onderwijs over de Holocaust. Verschillende mediaberichten bevestigen dat de Jodenvervolging een thema is dat docenten wel eens moeilijk vinden om te bespreken in de klas.

De vragen zijn ingediend door de Kamerleden Heerema en Yesilgöz-Zegerius (VVD). Een bericht van Nieuwsuur over de moeilijkheden waar docenten soms tegenaan lopen was voor hen aanleiding om de minister hierover te stellen. “In hoeverre herkent u het beeld dat er een verschil is in de reactie op de Jodenvervolging tussen autochtone en allochtone jongeren?”, vroegen zij zich in het bijzonder af.

De minister verwijst in zijn antwoord naar een onderzoek uit 2015[1], waaruit is gebleken dat 8% van docenten het wel eens moeilijk vindt om de Holocaust in de klas te bespreken. Hetzelfde geldt voor andere thema’s, zoals bijvoorbeeld seksuele diversiteit (12%).

Ook noemt de minister het systeem van kerndoelen, waar scholen zich aan moeten houden en waarin is vastgelegd dat er aandacht moet worden besteed aan de Holocaust. Hoe scholen daaraan invulling geven, is echter aan de scholen en soms zelfs aan docenten zelf. De onderwijsinspectie onderzoekt in te weinig detail om in beeld te krijgen of de afkomst van leerlingen bepaalt in hoeverre docenten moeilijkheden ervaren in het lesgeven over thema’s als de Holocaust of antisemitisme.

Yeşilgöz-Zegerius heeft samen met ChristenUnie-voorman Gert-Jan Segers in de Tweede Kamer een initiatiefnota ingediend voor een betere bestrijding van antisemitisme. Hierin worden ook voorstellen aangedragen op het gebied van onderwijs.

‘Schuldvraag’

Stefan Kras, de docent die aan het woord komt in de reportage van Nieuwsuur dat aanleiding is geweest voor de Kamervragen, geeft les op het islamitische Avicenna College. Hij heeft deelgenomen aan het seminar ‘Lesgeven over WO en de Holocaust’ voor Nederlandse docenten in Yad Vashem, dat CIDI ieder jaar verzorgt.

Nieuwsuur werd uitgenodigd om mee te gaan bij een studiedag van de school in het Nationaal Monument Kamp Vught. Hier legt Kras uit dat leerlingen met wortels in het buitenland wel eens andere perspectieven aandragen over het oorlogsverleden dan leerlingen wiens grootouders in Nederland hebben geleefd.

“De ‘schuldvraag’ speelt geen rol bij leerlingen die zich identificeren met een Marokkaanse of een Turkse achtergrond. Die landen hebben niet meegevochten in de oorlog, en hebben geen Joden uitgeleverd aan de nazi’s”, legt hij uit. Zodoende krijgt de vraag ‘Hoe had dit kunnen gebeuren?’ in de familiegeschiedenis logischerwijs een andere betekenis.

Dat moeilijke vragen en uiteenlopende perspectieven goed onderwijs in de weg staan, is echter niet het geval, laat Kras weten. “Integendeel: dat maakt het werk voor mij als leraar juist uitdagender en betekenisvoller”, zegt hij.

Gedegen behandeling lesstof

Zijn beslissing om media een inkijkje te geven in zijn lessen over de Jodenvervolging aan overwegend islamitische jongeren heeft veel boze commentaren opgeleverd, vaak van mensen die zelf weinig verstand hebben van lesgeven. “14-jarige kinderen kan je niet hetzelfde beoordelen als volwassenen met een verantwoordelijke functie. Een docent moet in discussie gaan om ze van gedachten te kunnen veranderen en tot inzichten te laten komen. Dat wil zeker niet zeggen dat je vertekening van de geschiedenis accepteert”.

Een gedegen behandeling van lesstof is dus vooral afhankelijk van bevorderende omstandigheden, zoals een kundige docent, en niet zozeer de overwegende afkomst van een groep leerlingen. Kras zegt veel voordeel te hebben gehad aan het docentenseminar in Yad Vashem. “Het tilt je naar een hoger niveau als docent. Bovendien brengt het je in contact met collega’s en organisaties in de buurt, die kunnen samenwerken bij projecten”.

Zelf heeft Kras na het seminar met meerdere scholen uitgebreide onderwijsprojecten opgezet. Leerlingen van een islamitische, protestantse en seculiere school in Rotterdam werken hierin samen om de herinnering in leven te houden van de kinderen wiens namen gegraveerd staan in het Joods Kindermonument van het voormalige Loods 24.

 

[1]Maatschappelijke thema’s in de klas: Hoe moeilijk is dat?’ (2015). Stichting Instituut voor Toegepaste Sociologie, Radboud Universiteit Nijmegen.